De stoelendans loopt op zijn einde. Bijna alle betaald – voetbalclubs zijn inmiddels voorzien van een hoofdtrainer voor het komende seizoen. Op meer dan de helft van de begeerde stoelen zit een nieuwe man, er is geen buitenlandse coach meer over en er is een nieuwe generatie aan de macht.

Het is een drukte van belang geweest op de trainersmarkt: zeker negentien van de 37 profclubs hebben komend seizoen een nieuwe coach.

De meest begeerde ‘stoeltjes’ zijn natuurlijk die in de eredivisie. Deze week werd Frans Adelaar een van de laatste gelukkigen. Hij traint komend seizoen ADO Den Haag. Dat laat nog één plekje vrij, bij Volendam. Daar heeft Gert Kruys (nu nog FC Den Bosch) echter een riante uitgangspositie, waardoor tal van bekende en erkende goede maar clubloze eredivisietrainers nu hopen dat er nog ‘iets’ onverwachts gebeurt.

Zoals het er nu voor staat zoeken mannen als Bert van Marwijk, Huub Stevens en Martin Jol nog een baantje. En in het buitenland zijn maar liefst zeventig Nederlandse trainers bezig de Nederlandse ww te ontlopen in landen als de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Estland, Japan, de Antillen enzovoorts. Het merendeel zou dolgraag terugkeren bij een mooie eredivisieclub.

In de eerste divisie zijn ook nog een paar plaatsen vrij. Dordrecht, Helmond Sport en, sinds deze week, De Graafschap moeten nog iemand vinden die hen uit de donkere ‘SBS League’ kan bevrijden.

Nu de stoelendans bijna ten einde is, zijn er een paar opvallende trends waarneembaar. Zo kent het Nederlandse betaalde voetbal komend seizoen voor het eerst sinds 1995-1996 niet één buitenlandse hoofdtrainer. Het is het einde van een golfbeweging die opvallend genoeg gelijk op ging met de effecten van het Bosman-arrest. Die beroemde uitspraak had alleen directe consequenties voor de (rechts)positie van de voetballers en toch nam daarna ook het aantal buitenlandse trainers in de eredivisie gestaag toe.

In 1996 begonnen twee buitenlanders (Hans Meyer en Jim Calderwood) in de eredivisie, in 1997 kregen zij gezelschap van Morten Olsen en Herbert Neumann. Weer een seizoen later (1997-1998 ) werd al een top bereikt, omdat de vier ‘gastarbeiders’ ook nog eens Artur Jorge (Vitesse) en Bobby Robson (PSV) mochten begroeten. Sindsdien daalde het aantal weer gestaag, afgelopen seizoen was de Belg René Vandereycken de laatste der mohikanen.

Het is een ontwikkeling die waarschijnlijk alles met geld te maken heeft. In de tweede helft van de jaren negentig kon het niet op in het Nederlandse profvoetbal: bakken met poen, nieuwe stadions, volop woeste plannen van middenmoters om Europa te bestormen. Met de eeuwwisseling kwam de harde werkelijkheid en moesten de clubs enorm snoeien in hun budgetten. De meeste clubs deden afstand van de dure buitenlandse voetballers, en naar nu blijkt, ook de (dure) buitenlandse trainers.

Je zou ironisch genoeg dus kunnen zeggen dat het geldgebrek zodoende goed nieuws is voor de Nederlandse voetbaltrainers, die hun kansen op een mooie club immers zien toenemen. En er is nog een aardige bijkomstigheid, zo weet Jan Reker van de belangenvereniging Coaches Betaald Voetbal. “Er zijn in het afgelopen jaar nauwelijks trainers ontslagen. In de eredivisie alleen Boeve van Zwolle en Wisman van Volendam. Dat komt mede doordat het ontslag van een coach duur is en de clubs niet veel geld hebben. Wat je uitgeeft aan een ontslagregeling, kun je ook besteden aan je elftal. Bovendien hebben clubs geleerd dat het ontslaan van een trainer meestal niets oplost.”

Waarvan akte. Zwolle en Volendam bungelen nog net zo onderaan de ranglijst als voor de ontslagen.

Een blik op de namen van de eredivisietrainers van volgend seizoen leert ook dat er een drastische verjonging gaande is. Er is een nieuwe generatie aan de macht. In het seizoen 1995-1996 was de gemiddelde leeftijd van de eredivisietrainer welgeteld 49 jaar. Komend seizoen is dat met nauwelijks 43 jaar (het gemiddelde van de zestien die zeker zijn van hun plaats) een heel stuk lager. Co Adriaanse (56) zal de oudste van het gezelschap zijn. De AZ-trainer neemt de fakkel over van het instituut Foppe de Haan (60). De Haan is al sinds 1985 continu in dienst bij Heerenveen.

Bijna alle trainers hebben tegenwoordig zelf op (soms heel hoog) niveau gevoetbald en hun diploma’s gehaald door de specifieke KNVB-opleidingen te volgen. Wiljan Vloet (Roda JC) is de enige eredivisietrainer zonder achtergrond als profvoetballer. In de eerste divisie geldt dat voor Roy Wesseling van Haarlem.

Wat voor een opleiding dan ook, in het algemeen gaat het best goed met de Nederlandse trainers. De CBV telt ongeveer 340 leden, slechts een fractie daarvan zit echt gedwongen werkeloos thuis. De werkgelegenheid is de laatste tien jaar dan ook gigantisch toegenomen. Het aantal plaatsen voor hoofdtrainers mag dan nog steeds beperkt zijn, er zijn tal van andere banen bijgekomen.

Reker: “Clubs zijn steeds professioneler geworden. Vroeger deed men het met anderhalve trainer: een hoofdtrainer en een assistent die ook het tweede elftal erbij deed. Nu zie je overal een technisch directeur, een hoofdtrainer, een tweede trainer, een vaste man voor het beloftenteam, een hoofd opleidingen enzovoorts. Alleen al bij de drie topclubs werken in totaal twintig trainers met het hoogste diploma op al die verschillende posten.”

Omdat mede dankzij de CBV Nederlandse trainers ook nog eens populair zijn in allerlei exotische voetballanden, is er eigenlijk volop werk. Dat neemt niet weg dat er een paar grote nadelen aan het trainersvak blijven bestaan.

Reker: “Er moet altijd iemand trainer zijn van de ploegen die op plaats zestien, zeventien en achttien staan. Bovendien is het statistisch nu eenmaal zo dat nooit meer dan 50 procent van de trainers als winnende coach van het veld kan stappen.”

Daar kan inderdaad geen trend tegenop.

bron: Door JAAP VAN ESSEN Gelderlander 21-02-04

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.