De spelhervatting is het kroonjuweel van het huidige topvoetbal. Trainers roemen het rendement, spelers zinnen op de geniale hoekschop of vrije trap. De specialist: ‘Als je voet luistert naar je hersenen, is dat het ultieme genot.’ Door één ziedende vrije trap, die in 1992 de finale van de Europa Cup I tussen Barcelona en Sampdoria besliste, veranderde het voetballeven van Ronald Koeman ingrijpend. Half huilend sprintte hij een wereld van ongekend geluk binnen. In de Volkskrant staat een interessant artikel over spelhervattingen.
Vóór de vrije trap moest hij hevige kritiek verduren. Critici wezen op zijn traagheid en bondscoach Rinus Michels had hem uit onvrede gewisseld tijdens een interland. Het was onzeker of hij tijdens het aanstaande EK een basisplaats zou krijgen.
Veertien jaar later zegt Koeman: ‘Na die vrije trap ontstond een totaal ander beeld van de voetballer Ronald Koeman. Opeens genoot ik vertrouwen. Dat was een beetje vreemd, want wat had die vrije trap met het functioneren van de voetballer Koeman te maken?’
Dat ene glorieuze moment op Wembley, dat Barcelona verloste van de groeiende frustratie over de in bekers grossierende rivaal uit Madrid, is medebepalend geweest voor de visie van Koeman-de-trainer. PSV traint veel meer dan andere clubs op spelhervattingen.
Op de dag voor de wedstrijd wordt het hele repertoire standaardsituaties afgewerkt op de Herdgang. Koeman: ‘En twee dagen voor de wedstrijd spelen we vaak een grote partij van elf tegen elf. We nemen elke corner en vrije trap dan drie in plaats van één keer, vanuit de vaste organisatie. Pas daarna gaat de partij verder.’
Oefening baart kunst. De landskampioen kan mooie cijfers overleggen. Van de 42 doelpunten dit seizoen, vielen veertien uit spelhervattingen (33,3 procent: vijf strafschoppen, vijf vrije trappen, vier hoekschoppen). PSV kreeg één doelpunt tegen uit een standaardsituatie, op een totaal van zeven.
Vergelijk dat eens met Ajax, dat zeven van de 50 treffers zag voortvloeien uit hervattingen, precies 14 procent. Opvallend zijn de vier tegengoals van Ajax uit standaardsituaties, waarvan drie een verloren wedstrijd inleidden: tegen Kopenhagen, Roda en PSV.
De spelhervatting biedt ongekende voordelen. De tegenstander moet een bepaalde afstand in acht nemen en de bal ligt stil. Daaruit rendement halen is een kwestie van training én talent.
Over talent gesproken. Vroeger, op de braderie in Steenbergen, keek de jonge Pierre van Hooijdonk gefascineerd naar het houten bord met de twee gaten. Eentje hoog, eentje laag. Daar moest de bal doorheen. Drie keer schieten voor een gulden.
De fascinatie bleef. Jaren na de kermisvariant van de spelhervatting, in mei 2002 in De Kuip, bezorgde de lange spits uit Brabant Feyenoord de UEFA Cup met fenomenale vrije trappen. Het was de laatste prijs in de clubgeschiedenis. Zijn specialiteit was ontstaan door het talent van de aangeboren traptechniek met eindeloos geduld te polijsten.
De perfectionering van de spelhervatting beheerst het hedendaagse voetbal. Wie niet meedoet, neemt onverantwoorde risico’s.
Zomaar een week topvoetbal, met twee duels in de Arena. Op zondag, tijdens de topper Ajax – PSV (0-1), verlengt Timmy Simons een vrije trap van Edison Mendez met het hoofd. Wedstrijd beslist. Drie dagen later blijkt Arjen Robben heel ver te kunnen inwerpen, kopt Vennegoor of Hesselink de bal door en maakt Van der Vaart voor Nederland gelijk tegen Engeland: 1-1.
Ronald Koeman: ‘Ik moest een beetje lachen om de opmerking van Ajax-trainer Ten Cate. Hij vond het een lucky goal van Simons. Het was eigenlijk toch geen goal. Terwijl zo’n directe vrije trap van de zijkant zo gevaarlijk is, met koppers die inlopen.
‘Farfán deed het precies zo tegen Feyenoord. Bewust legde hij de bal bij de tweede paal. Toen niemand de bal raakte, viel die zo binnen. Dat moet je niet bagatelliseren, dat is geen geluk.’
Zomaar een WK dan, het laatste, in Duitsland. Frankrijk wint in de kwartfinale met 1-0 van Brazilië omdat Henry een vrije trap van Zidane bij de tweede paal inschiet. De Fransen winnen de halve eindstrijd dankzij een strafschop van Zidane, die ook in de finale van elf meter raak schiet. Materazzi scoort tegen na een hoekschop en Italië wint uiteindelijk de strafschoppenreeks. Duidelijk toch.
Specialisten werpen zich op voor alle vormen van standaardsituaties. Van Hooijdonk: ‘De kick is dat jíj bepaalt waar de bal naartoe gaat. Het is geil, dat gevoel dat je tijdens een training bewust op de lat kunt schieten, dat ik de bal op jouw stropdas kan leggen, of dat ik de bal bewust in de linkerkruising kan schieten. Als je voet luistert naar je hersenen, is dat het ultieme genot.’
Trainers en spelers denken na over tal van varianten in offensieve zin en proberen te anticiperen op de plannen van de tegenstanders. Ze oefenen met en zonder muurtje, met en zonder tegenstanders, om in de wedstrijd te ontdekken dat soms alles weer anders is. De spelhervatting is, met de omschakeling van aanval naar verdediging en omgekeerd, het gespreksonderwerp in het hedendaagse voetbal.
Trainer Sef Vergoossen, tegenwoordig werkzaam in Japan, bedacht bij Roda JC eind jaren negentig een schitterende variant. Roda had veel lengte met Vrede, Nygaard, Luijpers, Peeters en Senden. De kleinere Van Houdt was een goede kopper, Van der Luer en Van der Heyden hadden een fijne voorzet.
Vergoossen: ‘Bij een hoekschop moesten zij de bal tussen de grens van het doelgebied en de strafschopstip leggen. In die ruimte moesten onze lange spelers komen. Ze stonden ruim buiten het strafschopgebied, vlak bij elkaar. Maar aanvallers hebben de neiging veel te snel in te lopen. Ik hield ze tijdens de training vaak vast aan hun shirt, totdat ze mochten lopen. Ook legde ik van die gele dopjes op het veld, om aan te geven waar iedereen moest uitkomen. Volgens mij hebben we in één seizoen negentien keer gescoord uit een corner, direct of indirect.’
Ronald Koeman vertelde bij aanvang van de Champions League dat standaardsituaties het belangrijkste onderdeel van het voetbal zijn geworden. Zijn woorden klonken alsof de romantiek uit het spel is gesijpeld, alsof de solo of de ragfijne combinatie is uitgestorven.
Koeman toen, in september: ‘Voetbal is zeer georganiseerd. De ruimtes zijn klein. Hoe vaak zie je nog kansen ontstaan na de opbouw via de doelman?’
Nu voegt hij toe: ‘We proberen dat natuurlijk wel, maar als je ziet hoeveel wedstrijden worden beslist uit standaardsituaties, is het logisch dat je daarop de nadruk legt.
Vanaf het moment dat ik als trainer bij Vitesse begon, heb ik dat gedaan. Mijn verleden als specialist speelde daarbij een grote rol. Via de doelman opbouwen en tot een doelpunt komen, is niet de realiteit van het hedendaagse voetbal.’ Hij zegt het zonder schaamte.
Gelukkig heeft PSV ook de solo’s van Koné, de kracht van Farfán, Alex en Mendez, het frisse loopvermogen van Afellay en de slimheid van Cocu en Simons, want het denken in rendement heeft een cynisch aspect.
Je zou zelfs kunnen stellen dat de sport in een crisis verkeert, omdat de creatieve geesten het afleggen tegen trainers die uitblinken in organisatiekunde en verdedigers die net zo fit, snel en gewiekst zijn als aanvallers, en bovendien in de meerderheid.
Van de andere kant: wat is er mis met het streven naar het hoogste rendement op het voetbalveld? Waarom de moeilijke weg gaan, als de makkelijke openligt?
De geniale spelhervatting kan de verhouding in een wedstrijd bovendien volledig omkeren. Van Hooijdonk: ‘Je hebt verder niets nodig. Je kunt slecht spelen, maar door één goede vrije trap kun je scoren en winnen. Dat is een prettig gevoel.’
Koeman: ‘Als speler van Barcelona bleef ik drie keer in de week na de training driekwartier oefenen op vrije trappen. Dat kon makkelijk. We hadden geen gezamenlijke lunch. Je stapte van het veld wanneer je wilde.’
Die ambitie brandde vooral in Koeman zelf. Van trainer Cruijff hoefde het allemaal niet zo. ‘Cruijff zei altijd dat we het bij corners en vrije trappen maar zelf moesten regelen.’
Maar de clubs die tegenwoordig geen speciale aandacht schenken aan de spelhervatting, zijn schaars. Dirk Kuijt, spits van Liverpool: ‘Zoveel als wij daarop trainen bij Liverpool, heb ik nooit meegemaakt. Onze trainer Benitez hamert er steeds op dat wedstrijden worden beslist uit een spelhervatting. We oefenen op allerlei varianten, want de tegenstander is ook niet achterlijk.’
Hij wijst op de interland van afgelopen woensdag tegen de Engelsen, waarin hij weinig klaarspeelde tegen de overmacht van Terry en Ferdinand. ‘Je zag hoe moeilijk het was voor een spits om te scoren. Je komt er bijna niet meer door. Dan zie je dat ons doelpunt uiteindelijk valt na een inworp van Robben.’
Rafael van der Vaart van HSV: ‘Vorig jaar speculeerden we eigenlijk alleen op de spelhervattingen. We hadden Van Buyten, Barbarez en nog een paar grote gasten. Nu zijn we gemiddeld een beetje kleiner. Kijk, mijn trap is goed, ik schiet de bal gewoon voor het doel. Als je die Van Buyten zag aanstormen, ging de tegenstander aan de kant.’
Vroeger ging het niet zo vaak over spelhervattingen. Relatief gezien vielen daaruit minder doelpunten dan nu en de specialisten kregen minder aandacht. Willy van der Kuijlen, topschutter aller tijden in de eredivisie, had een meesterlijke trap.
‘Ik trainde vroeger ook bijna elke dag op vrije trappen. Ze hadden me verteld dat je iets dat je goed kunt, moet bijhouden. Dat heb ik altijd in mijn achterhoofd gehouden, want ik wilde nooit het verwijt krijgen dat ik laks was. Aan hoekschoppen werkte ik trouwens minder.’

De aandacht voor de standaardsituatie is fors gegroeid. Van Hooijdonk herinnert zich dat trainer Spelbos bij NAC, ruim tien jaar geleden, steeds bewuster met de materie omging. ‘Niet iedereen ging meer blind voor de bal bij een hoekschop. Sommigen offerden zich op door een blok te zetten. Voor iemand staan, achteruit lopen. Je probeerde zo een ploeggenoot helemaal vrij te krijgen.’
Het vreemde is dat Van Hooijdonk, die schat vijftig keer te hebben gescoord uit een vrije trap, zijn toverkracht lijkt te hebben verloren op zijn 36ste. Hijzelf vindt van niet. Hij heeft een beetje pech, hij wacht op de flow. ‘Een andere ontwikkeling is dat we met steeds lichtere ballen voetballen. Het wordt steeds moeilijker de vrije trap te nemen zoals ik dat doe, met de binnenkant van de voet. Hoe lichter de bal, des te moeilijker is het die op tijd te laten dalen.’
Zijn magere score is volgens hem ook te wijten aan de mindere speeltijd die hij krijgt. ‘De druk is anders, het gevoel ook. Als je altijd speelt, ben je iets meer ontspannen. Je denkt: als ik deze vrije trap mis, komt er nog wel eentje. Nu doe ik vaak nog maar een minuut of twintig mee en is er meer haast geboden. Deze moet erin, denk ik dan.’
Bijna melancholisch voegt de prof, die na het seizoen afzwaait bij Feyenoord, daaraan toe: ‘Het zal me toch niet gebeuren dat ik er niet een meer inschiet. Ik wil nog zeker een keer dat unieke gevoel hebben na een doelpunt uit een vrije trap.’ (Bron: volkskrant.nl)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.