Het komt vaker voor dan je denkt: een acute hartstilstand op het voetbalveld. Als het gebeurt, breekt vaak paniek uit omdat er snel moet worden gehandeld en een dokter niet altijd in de buurt is. Maar wat is het, en wat kun je eraan doen? Dr. Han Inklaar is sportarts bij het Sportmedisch Centrum van de KNVB, en hij geeft de antwoorden op www.knvb.nl.

WAT IS EEN ACUTE HARTSTILSTAND, EN HOE KUN JEDAT HERKENNEN?

“Het is te herkennen omdat iemand plotseling in elkaar zakt. Hij heeft dan vaak een soort snurkende ademhaling en is volledig buiten bewustzijn. Het is belangrijk om meteen te kijken of er nog ademhaling is, door bijvoorbeeld een hand voor de mond te houden. Daarnaast is het van belang om te kijken of er nog een hartactie is door aan de slagader in de hals te voelen.”

WAAROM GEBEURT HET?

“Meestal heeft het met een fatale hartritmestoornis te maken. Normaal gesproken is er een gecoördineerde hartprikkel, maar bij een hartstilstand is de hartprikkel zo chaotisch dat de hartkamers niet meer tot samentrekking komen, waardoor het hart geen bloed meer uitpompt. Dat noemen we een hartstilstand, maar in feite trilt dan elke vezel van het hart onwillekeurig. Het hart vibreert nog wel, maar pompt niet meer, waardoor er geen zuurstof meer door het lichaam wordt vervoerd. Als het te lang duurt voordat zuurstofrijk bloed je hersenen bereikt dan vindt er hersendood plaats, en dat is al na een paar minuten het geval. Dus er moet direct actie worden ondernomen.”

WAT MOET ER DAN GEBEUREN?

“Een combinatie van beademing en hartmassage. Maar dan moet er dus iemand op het veld staan die dat kan, en dat is vaak niet het geval. Het ideaalbeeld is dat er bij elke wedstrijd iemand aanwezig is die dat beheerst. Daarnaast moet als de bliksem de GG en GD gewaarschuwd worden, en indien op de club aanwezig, moet de AED, de Automatische Externe Defibrillator, worden gehaald waarmee de ritmestoornis ongedaan kan worden gemaakt. Die apparaten kunnen nu door leken worden gebruikt, dus het zou goed zijn als bij elke club minimaal één AED aanwezig is.”

HOE VAAK GEBEURT HET?

“Het probleem is dat we in Nederland geen registratiesysteem hebben van acute hartdoden in relatie met sportbeoefening. Maar voorzichtige schattingen gaan uit van 150 à 200 keer per jaar. Ik denk dat het probleem wordt onderschat,en vermoed dat het vaker gebeurt.”

WAT KUN JE ZELF DOEN OM HET TE VOORKOMEN?

“Dat hangt er vanaf. Er zijn mensen die een aangeboren hartziekte hebben maar het nog niet weten, en die manifest kan worden door intensieve lichamelijke inspanning. Vaak blijkt dat achteraf al signalen zichtbaar waren, bijvoorbeeld door hartritmestoornissen. Maar er zijn ook mensen bij wie acute hartstilstand in de familie vaker is voorgekomen. Zij weten dat ze wellicht een verhoogd risico lopen. Dan heb ik het met name over mensen onder 35 jaar. Mensen die ouder zijn, lopen een verhoogd risico door bijvoorbeeld vernauwingen in de kransslagaderen. Sinds januari 2005 hebben we een werkgroep ‘Preventieve cardiovasculaire screening en sport’. We proberen mensen te leren herkennen of ze een verhoogd risico lopen, en om een screening van hart- en vaatstelsel verplicht te laten stellen voor topsporters. Vanaf seizoen 2007/’08 worden al alle beroepsvoetballers jaarlijks gescreend.”

JE KUNT EEN CURSUS VOLGEN OM TE LEREN HOE JE INEERSTE INSTANTIE MOET HANDELEN. KOST DAT NIETVEEL TIJD?

“Nee, hoor, het is in een avond geleerd. Je leert een hartstilstand te herkennen, en hoe je de combinatie mondbeademing en hartmassage toepast. En je leert met een AED te werken. Eigenlijk zou er altijd iemand op een club moeten zijn die dat kan. Bijvoorbeeld de coach, of scheidsrechters. Dat zou ook de positie van de scheidsrechter verbeteren, want je kunt je leven aan hem te danken hebben.” (Bron: knvb.nl)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.