Een bijdrage leveren aan een steeds betere opleiding van jeugdvoetballers op alle niveau’s, dat is het doel van de KNVB regionale voetbaltrainingen (KRVT). Deze gaan dit najaar op zo’n vijftig locaties van start. In samenwerking met verschillende jeugdopleidingen uit het betaald voetbal gaat de KNVB voor de beste 2e jaars E-pupillen regionale voetbaltrainingen organiseren. En dat heeft zowel voordelen voor het betaald voetbal als het amateurvoetbal. Corné Groenendijk van de KNVB legt uit.

Zo’n twaalf clubs uit het betaald voetbal nemen binnenkort de status van ‘Regionale Jeugdopleiding’ aan. Het past in de ontwikkelingen van de jeugdopleiding in Nederland. De huidige situatie, waarin 38 Betaald Voetbal Organisaties met 35 verschillende jeugdopleidingen (Twente/Heracles en Vitesse/AGOVV zijn al erkend als Regionale Jeugdopleiding en ook AZ en Telstar zijn inmiddels samen, red.) spelers voor het betaald voetbal opleiden, zal daardoor op termijn veranderen.

De KNVB zal samen met een aantal grote BVO’s, en met de regionale opleidingen waarvan een aantal in oprichting, extra trainingen organiseren voor meer getalenteerde 2e jaars E-pupillen uit de meeste regio’s van de KNVB.

RJO’s

Negen clubs uit het betaald voetbal, waaronder Ajax, FC Groningen en Twente/Heracles, zijn de samenwerking met de voetbalbond inmiddels aangegaan. In de visie van de KNVB is er uiteindelijk plaats voor twaalf tot veertien Regionale Jeugdopleidingen (RJO’s). ,,Zij moeten straks de opleidingsmarkt van het betaald voetbal voor hun rekening nemen. Doordat er twaalf tot veertien RJO’s ontstaan zal er een landelijke dekking zijn voor de opleiding van de meest getalenteerde voetballers”, zegt Corné Groenendijk, medewerker voetbalontwikkeling bij de KNVB.

Vanuit de KNVB en de verschillende RJO’s worden tussen september en december tien tot twaalf trainingen aan de beste 2e jaars E-pupillen (10-jarigen) van de regio gegeven. De KNVB en de amateurclubs bepalen in overleg met de RJO’s welke spelers daarvoor in aanmerking komen. De verwachting is dat er daardoor in de toekomst een steeds intensievere samenwerking ontstaat tussen de KNVB en de regionale jeugdopleidingen. Op die manier komen we uiteindelijk tot een optimale invulling van de opleiding tot profvoetballer. Daarnaast zullen de clubs door de samenwerking meer verantwoording voor hun omgeving nemen.”

Ideale situatie

Groenendijk schetst de situatie zoals die met de komst van de RJO’s moet worden. ,,Kijk bijvoorbeeld naar HFC Haarlem en Ajax. Die werken op dit moment al heel goed samen. Als er bij Haarlem een groot talent rondloopt, gaat hij naar Ajax, want daar wordt voor de top van het betaald voetbal opgeleid. De overige jeugdspelers van Haarlem worden vooral voor andere voetbalniveaus opgeleid, in een enkel geval voor het betaalde voetbal en veelal voor de top van het amateurvoetbal.

Het aantal jeugdopleidingen dat specifiek voor het betaald voetbal opleidt zal met de komst van de RJO’s afnemen. Groenendijk: ,,Die verkleining moet het rendement uiteindelijk ten goede komen. Op dit moment telt het betaald voetbal 35 opleidingen en het amateurvoetbal 2500. Met de komst van de regionale jeugdopleidingen komt er nu een tussenlaag, die zowel voor het amateur- als betaald voetbal positief werkt. De pilot met de RJO’s moet er dan uiteindelijk toe leiden dat er nog meer inhoud kan worden gegeven aan het traject dat een jeugdige voetballer naar zijn eigen top doorloopt.

,,Op die manier kan een jeugdspeler bij zijn eigen amateurclub in de F-pupillen beginnen en vervolgens, als hij bovengemiddeld talent heeft, als tweedejaars E-pupil naar de KNVB Regionale Voetbaltraining (KRTV). Daar volgt hij dan extra trainingen, naast de trainingen bij zijn eigen club. Het gaat dan vooral om talentherkenning. De talentontwikkeling van ieder individu zal uiteindelijk bij de eigen club plaats moeten vinden, of het nu om een amateurclub gaat, om een BVO of een RJO. Iedereen draagt verantwoordelijkheid in zijn eigen omgeving. Een enkeling zou dan zelfs na het KRVT traject als tweede jaars E-pupil na 1 januari door een BVO uitgenodigd kunnen worden voor een stage. Verder gaat het er vooral om dat jonge voetballers extra trainingen op niveau krijgen en dat amateurtrainers met extra bagage bij hun clubs terugkeren.” 

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Naast het trainen van de beste 2e jaars E-pupillen uit de regio hebben de RJO’s namelijk ook andere taken, zegt Groenendijk. ,,Denk daarbij aan themabijeenkomsten voor jeugdvoorzitters, ouders en jeugdtrainers van amateurclubs uit de regio. Samen met de regiocoach van de KNVB, die het project samen met de geselecteerde BVO’s draagt, krijgen de amateurclubs daardoor voetbaltechnische ondersteuning op maat (VTOM). Niet alleen het betaald voetbal, maar zeker ook het amateurvoetbal kan daar voordeel uithalen. Het brengt beide takken dichter bij elkaar en bovendien wordt de instroom van talenten bij BVO’s beter gereguleerd. De concurrentie tussen jeugdopleidingen uit het betaald voetbal die je nu vaak ziet, moet daardoor afnemen.

,,Het succes valt of staat bij de samenwerking tussen het betaald voetbal en amateurvoetbal. Gelukkig heeft de nieuwe bondsvoorzitter, Michael van Praag, dit item ook hoog op de agenda staan. Want net zo goed als de top niet zonder de breedte kan, kan de breedte niet zonder de top. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de KNVB en de BVO’s om het amateurvoetbal te ondersteunen. Andersom moeten amateurclubs zich realiseren dat er af toe een kind in de club is dat een volgende stap in zijn ontwikkeling moet maken.” (Bron: knvb.nl)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.