Op uitnodiging van voetbalcluster De Beerze heeft sportadviseur Ernst Jan Somsen op maandag 30 maart een presentatie verzorgd over de leefwereld en de leeftijdsspecifieke kenmerken van het kind. Dat gebeurde tijdens een clustervergadering en was voor de aanwezigen een interessante kennismaking met dit thema. Het relaas van Somsen was enerzijds herkenbaar, maar gaf anderzijds ook nieuwe inzichten. In elk geval leidde de presentatie tot een vervolgafspraak bij voetbalvereniging Nemelaer in Oisterwijk. Een aantal tips en tops uit de presentatie willen we u niet onthouden.

“Er is een spanningsveld tussen de leefwereld van het kind en de eisen die de wereld van de volwassenen stelt”, stelt Somsen. “Op welke leeftijd is een kind rijp om naar een sportvereniging te gaan? Hoe vangen we de jongste kinderen op? Hoe ga je om met het spanningsveld tussen kinderspel en speelse sport? Wanneer is een kind klaar om aan wedstrijdsport te doen? Allemaal vragen waar niet zomaar een eenduidig antwoord op te geven is. Het ene kind van zes leeft nog half in een fantasiewereld, terwijl een ander kind van zes fantasie en werkelijkheid al goed kan scheiden.” Grofweg kun je stellen dat kinderen van 4 tot en met 7 jaar binnen de sport vooral spelend bezig moeten kunnen zijn en kinderen van 8 tot en met 12 jaar vooral lerend.”

De rol van het kind
“Bij veel kinderen komt er zo rond 9 jaar een omslag in het gedrag. Zaken worden van televisie opgepakt en gekopieerd. Schelden en schoppen worden vanzelfsprekender. Juist dan is het belangrijk om de kinderen te wijzen op omgangsvormen en de waarden en normen van de club. Het is ook de leeftijd waarop er groepjes ontstaan in de klas en binnen de voetbalteams. Kinderen worden zich steeds bewuster van hun rol en die van anderen.” Ernst Jan Somsen gaf de volgende typeringen:

De pestvogel: Het kind denkt alleen aan zichzelf en speelt graag de baas;
Het konijntje: Altijd een beetje bang, timide en op de achtergrond;
Het aapje: Wil graag het vriendje zijn van de pestvogel en is daarom zogenaamd grappig;
De tijger of kanjer: Doet gewoon en is betrouwbaar.
Volgens Somsen is het vanuit deze typering zaak om jonge voetballers hiermee om te leren gaan. “Soms moet je als trainer/coach zaken aanmoedigen of juist afzwakken. Het controleren, een rol naspelen en het inspelen op vertrouwen in elkaar helpt daarbij uitstekend. Het is een leuke oefening om kinderen in tweetallen achter elkaar te plaatsen. Het kind dat voorop staat moet zich zonder om te kijken achterover laten vallen. De vraag is natuurlijk: Is de ander betrouwbaar om te vangen en vertrouw jij erop gevangen te worden?”

De rol van de begeleider
“Daarnaast is het belangrijk dat je je als trainer/coach bewust bent van de rollen die je zelf kunt spelen. Kijk waar je individueel kunt helpen of gericht kunt complimenteren. Durf als trainer/coach regelmatig uit dit veld te stappen om te observeren. Vaak ben je druk met organiseren om alles te laten lopen zoals je wilt. Als trainer/coach wil je natuurlijk dat ieder kind iets leert. Maar vergeet niet dat het spelplezier bij kinderen net zo belangrijk is. Stap eens uit het veld en kijk of iedereen plezier heeft! Is er beleving, leeft het?”

Meer informatie
Dit was slechts een kleine greep uit de boeiende presentatie van sportadviseur Ernst Jan Somsen. Wanneer u belangstelling hebt voor dit thema en ook graag een presentatie wilt bij uw vereniging, neem dan contact op met de NKS. In dit geval betrof het een presentatie voor voetbalverenigingen, maar de NKS kan de het thema afstemmen op alle takken van sport. Neem voor meer informatie contact op met Lian Witteveen, Manager Diensten van de NKS. Het telefoonnummer is 073-6131376. (Bron: nks.nl)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.