In De Voetbaltrainer van deze maand vertelt bondscoach Bert van Marwijk uitgebreid over zijn toekomstvisie als het gaat om de speelwijze van het Nederlands Elftal. Centraal daarbij staat de omschakeling na balverovering en het spelen tussen de linies op het middenveld. Het traditionele 1:4:3:3 maakt misschien wel plaats voor 1:4:6:0! Deze speelwijze kan echter alleen maar goed worden uitgevoerd door topspelers. Goed inzicht en optimale technische vaardigheden zijn dan een must. Daarom spiegelt Van Marwijk het Nederlands Elftal in De Voetbaltrainer aan FC Barcelona. Volgens de bondscoach heeft dit team namelijk alles in huis om aan te vallen op een manier die niet of nauwelijks te verdedigen is. Fragment uit het interview met Bert van Marwijk in De Voetbaltrainer 175: ‘Wij kijken met veel belangstelling naar het positiespel van FC Barcelona. In de opbouw spelen de twee centrale verdedigers -vaak zijn dat Carlos Puyol en Gerard Piqué/Eric Abidal – ver uit elkaar, waarbij de rechter centrale verdediger nog wat verder naar rechts uitwaaiert dan de linker centrale verdediger dat naar links doet. De rechtsback positioneert zich behoorlijk diep en wordt eigenlijk middenvelder. De aanvallende speler aan de rechterflank, bijvoorbeeld Pedro of Lionel Messi, zakt schuin in, richting het middenveld. Belangrijk: hij gaat niet schuin naar voren, maar schuin naar achteren, weg van de centrale verdediger. Anders maak je het de tegenpartij te makkelijk. Aan de linkerkant gebeurt bij Barcelona hetzelfde: de back stelt zich diep op en de flankaanvaller (David Villa) komt schuin naar binnen. De verdedigende middenvelder Sergio Busquets komt tijdens de opbouw uit de dekking en vaak als eerste in balbezit. Of Piqué, als die vrijgelaten wordt (zie tekening 1 in VT175, red.). Dat laatste deden wij trouwens in de WK-finale bewust niet: we wilden niet dat de Spaanse opbouw via hem zou verlopen. Terug naar FC Barcelona: dit team speelt geregeld met maar liefst zes man op het middenveld, die voortdurend van positie wisselen en tussen de linies spelen. Dat is niet te verdedigen. Als tegenstander ben je in dat geval voortdurend bezig met de keuzes voor je eigen backs: wat doe je als de buitenspelers van Barcelona naar binnen spelen? Wil je dat de back méégaat? Dat is vaak gevaarlijk als hij dan in het middenveld eindigt. Moet je de buitenspeler overgeven aan een middenvelder? In dat geval moet die laatste zijn eigen man vaak loslaten, die ook weer moet worden overgenomen. Dat zou natuurlijk kunnen gebeuren door de eigen back, maar als er slim wordt gelopen, ontstaat er dan ruimte voor de opkomende back van Barcelona (zie tekening 2 in VT175, red.). Het grote verschil met de  Nederlandse competitie is dat bij Barcelona iedere speler in staat is een goede inspeelpass te versturen. Zij hebben de techniek. Ook bij Oranje besteden we vaak tijd aan de techniek van de  passing en de aanname. Over het algemeen zie je bij veel spelers in Nederland dat ze één, twee of drie aannames te veel nodig hebben. Barcelona spant de kroon, maar ook bij Oranje kunnen wij fantastisch passen en aannemen.’ Zie ook: De Voetbaltrainer 175

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.