Na alle drie de oefenwedstrijden in aanloop naar het WK liet bondscoach Louis van Gaal optekenen dat het beter moet bij balbezit. Tegen Ghana werd Oranje veelvuldig vastgezet op eigen helft en speelde Wesley Sneyder als verkapte (en onbereikbare) spits, terwijl er tegen Ecuador en Wales geregeld ruimte was tot positiespel op eigen helft en rond de middenlijn. Er moest beter worden vrijgelopen en ingepasst. Dat dit onderdeel van het voetbal een voortdurend aandachtspunt is geweest, vertelde de bondscoach in De Voetbaltrainer 200: “De meeste vooruitgang is geboekt bij balbezit als de tegenstander de organisatie goed heeft staan. Dat was toen ik aan de klus begon heel slecht verzorgd, zeker het positiespel in de eerste fase balbezit. Dat is niet zo vreemd, want de Oranjeselectie kent spelers die bij hun clubs in het buitenland bijna nooit aan opbouwen van achteruit toekomen en daar dus ook niet op trainen. Ze spelen daardoor wekelijks op een manier die indruist tegen de principes van de Nederlandse voetbalschool. Zelfs bij de topclubs in Engeland maakt niemand er een punt van als de keeper steeds opnieuw de bal naar voren ramt. Wanneer we voor Oranje in de Engelse competitie spelers scouten, moeten we altijd inschatten of de ontwikkeling van zo’n speler nog voldoende past bij onze visie. Maar we gaan bij het Nederlands elftal ook op dit gebied aantoonbaar vooruit. Inmiddels hebben we in de laatste wedstrijden van de kwalificatiereeks en oefeninterlands toch ook de nodige doelpunten gemaakt in fases waarin we door goed positiespel de tegenstander onze wil konden opleggen. Daar gaat het om. Er zijn niet veel landen die dat kunnen. Toch moeten we op dat onderdeel de komende maanden nog stappen zetten, want de aanstaande wereldkampioen zal dat het beste beheersen.” Nederland vond vanuit de 1:3:4:1:2 formatie tegen Ecuador wel de ruimte aan de zijkanten. ↓