IMG_4896-001Bewust verbleef bondscoach Guus Hiddink de eerste maanden van zijn tweede dienstverband als nationale keuzeheer in de luwte. Terug in Nederland ervoer hij dat elke inhoudelijke uitspraak snel uit zijn verband wordt getrokken op het moment dat de resultaten tegenvallen. Vlak voor de belangrijke volgende kwalificatiewedstrijd tegen Turkije vertelt hij aan De Voetbaltrainer over zijn werk bij het huidige Oranje: ‘We bevinden ons nu ergens tussen de is- en de eissituatie in.’ Speelstijl Hoe wilt u het liefst voetballen met Oranje? En dan ongeacht de belangrijke overwegingen ‘Wie is de tegenstander?’ en ‘Welke spelers zijn beschikbaar?’ Guus Hiddink: “Ik denk bij het beantwoorden van deze vraag niet zo zeer in termen van 1:4:3:3 of 1:4:4:2, maar meer in de uitgangspunten die we hanteren als we de bal hebben en als we de bal niet hebben. Als ik twee buitenspelers heb die echt kunnen renderen en bijna een garantie zijn op passeeracties en  voorzetten, kan dat op dat moment gevolgen hebben voor de te kiezen strijdwijze.  Heb ik twee centrale spitsen om wie ik bij wijze van spreken niet heen kan, en zij kunnen alternerend aanvallen in de diepte of juist in de bal komen én  hun verdedigende taken goed uitvoeren, dan zijn dat weer goede argumenten om ergens voor te kiezen. In dat laatste geval passen we op basis van die centrale aanvallers het middenveld of de zijkanten iets aan. We hebben ‘voedende’ spelers nodig richting de twee spitsen. Dan kan een diepe 10 zijn, maar ook een middenvelder aan de zijkant of zelfs een opkomende back nadat er operationele ruimte aan de flanken is gecreëerd. Wat mij betreft moet de eerste teamgedachte  na balverovering ‘voorwaarts!’ zijn. Dus niet eerst standaard terug, uithalen en voor veiligheid kiezen. Misschien hebben we hier met de Nederlandse ploegen iets te veel voor gekozen in de afgelopen jaren. Met als gevolg dat het percentage  balbezit wel opliep, maar dat was dan wel veel balbezit op eigen helft zonder direct gevaar te kunnen stichten. Liefst zie ik een speler na balverovering wel  eerst een korte pass verzenden. Hij heeft net een inspanning geleverd om weer aan de bal te komen en hij moet niet geforceerd zelf ook de splijtende pass in de  diepte hoeven geven. Als het kan dan graag, maar lukt dat niet, dan is een korte pass om uit de situatie te komen vaak de beste oplossing. Waar we ook voor kiezen, uitgangspunt blijft dat we de bal zo snel mogelijk willen veroveren. We moeten zo hoog mogelijk willen en kunnen verdedigen. Dat vraagt echter ook veel van de laatste linie. In de mediatheek van De Voetbaltrainer vinden abonnees op deze service vanaf volgende week de  beelden bij de genoemde trainingsvormen en de wedstrijdbeelden met het commentaar van Guus Hiddink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.