WESTERLO, 26-07-2015 , seizoen 2015 / 2016 , Stadion 't Kuipje , Belgisch voetbal, Jupiler Pro League. KVC Westerlo - KAA Gent 1-1. Hein Vanhaezebrouck De visie en filosofie van Hein Vanhaezebrouck (51) deed de Oost-Vlaming al eens uit de doeken in VT185, toen hij nog aan de slag was bij KV Kortrijk. Intussen maakte hij van AA Gent geheel onverwacht een kampioensploeg. Heeft zijn aanpak daarom wat sturing nodig? Of net niet? We peilden naar zijn aanpak voor het komende seizoen en vroegen hem wat het verleden hem geleerd heeft. Patronen U staat bekend als een trainer die van aanvallend voetbal houdt. Wat zijn de basisvoorwaarden daarvoor? Hein Vanhaezebrouck: “Het begint met de intentie van je ploeg op het moment dat ze het veld opstappen. Er zijn trainers die zéggen dat ze aanvallend voetbal voorstaan, maar dan zie ik hun team spelen: geparkeerd op eigen helft, om op de counter toe te slaan. Dat is in mijn ogen niet aanvallend voetbal, hoe goed die teams ook zijn met hun omschakeling na balverovering op eigen helft. Dat is hun goed recht en blijkbaar wordt het geaccepteerd door de supporters en bestuur, zeker als ze er resultaat mee halen. Ik denk zelfs dat we vroeger in België echt gespecialiseerde trainers hadden die heel goed waren in het neerzetten van de ‘defensieve gordel’ op eigen helft. Ik wil echter dat mijn team zo veel mogelijk zelf de bal heeft en dat we zo veel mogelijk op de helft van de tegenpartij komen te spelen. Trainingsvormen die juist daar mee te maken hebben, zijn altijd wedstrijdecht. Daarmee bedoel ik dat spelers vanuit hun eigen posities in hun eigen zones en tussen de linies komen. Wij spelen met drie centrale spelers achterin en twee spelers aan de flanken. In de as zien we nog een linie van twee en van drie spelers. (zie tekening 1) We willen graag in de gearceerde zones doorkomen, door de as en buitenom. Dat is onze veldbezetting en daar trainen we op. Onze spelers moeten werken in functie van elkaar. Komt de ene speler in de bal, dan moet de andere speler weggaan. Gaat de ene speler naar binnen, dan komt de andere speler naar buiten. Deze automatismen zijn goed te trainen. (zie tekening 2) Eerst in een pass- en trapvorm vanuit de posities. De enige weerstand zijn dan bijvoorbeeld dummy’s. Vervolgens is het een kwestie van kennen en herkennen van patronen, de juiste keuzes maken en de keuzes juist uitvoeren. Dat vergt simpelweg veel trainingsuren. Een volgende methodische stap is dat de dummy’s worden vervangen door echte ‘verdedigers’. Passief of actief. (Assistent-) trainers kunnen op bepalende posities natuurlijk heel goed keuzes bij spelers forceren door als verdediger een metertje links of rechts uit te stappen. Tot slot volgt de wedstrijdvorm, waarbij nog steeds centraal staat: het uitvoeren van automatismen in aanvallend balbezit. Dat kan 11:11 zijn, of een kleine vorm met weerstand, zoals 9:6 op een half veld. Of we gebruiken een specifiek deel van het veld, bijvoorbeeld de as plus rechterflank.” Volledige artikel Het hele artikel staat in het nummer 212 van De Voetbaltrainer. Wilt u abonnee worden op het vakblad De Voetbaltrainer? Hier vindt u meer informatie over de mogelijkheden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.