Niet op een kluitje_cover_285x221_090115_150dpiIn VT 212 hadden we een lezersactie omtrent het boekje ‘Niet op een kluitje!’. De winnaar is bekend: Bart Drieghe uit Beveren. Hij somde een aantal praktische tips op voor trainers van F-pupillen. Enkele coachtips voor de F-pupillen op een wedstrijddag:

  • Maak pasfoto’s van al je spelers, plastificeer ze, hang er een magneetje aan en kleef deze op de juiste posities tegen het magneetbord als je de opstelling uitlegt. Op die manier visualiseer je de opstelling, zodat het minder abstract wordt.
  • Roteer met je spelers. Laat je aanvallende spelers af en toe achterin spelen en je verdedigende voorin. Zo komt iedeeen aan voldoende speelminuten. Het is beter om niet te suggereren dat de beste spelers op de centrale as staan of voorin. Laat alle spelers kennismaken met keepen. Stel ook een beurtrol op zodat elk kind eens kapitein van de ploeg kan zijn.
  • Ga spelenderwijs om met afspraken. ‘Steek je hand in de lucht als je luistert’. Je zal zien dat je zo snel de aandacht van je spelers krijgt.
  • Geef zelf steeds het goede voorbeeld. Ook in je omgang met de scheidsrechter en tegenstander. Een kind leert het meest door de trainer te imiteren.
  • Hanteer de 6-1-regel: laat hen 6 keer een actie proberen tot een goed einde te brengen vooraleer je feedback geeft (trial-and-error). Een speler leert veel meer uit fouten die hij zelf maakt, dan van een coach die voortdurend roept hoe hij het wel moet doen… of erger nog… een coach die zegt dat hij geen actie meer mag maken.
  • Hanteer een taal aangepast aan de leeftijd van de kinderen. Let op met abstracte begrippen als ‘loop je vrij’, ‘doordekken op je tegenstander’, ‘open gaan’, …
  • Hou steeds in je achterhoofd dat de kinderen komen voetballen omdat ze voetbal leuk vinden. Laat hen het spelletje spelenderwijs ervaren in een veilige en stimulerende omgeving. Voor hen is voetbal geen vak, maar een potje voetballen onder vrienden!
  • Organiseer in het begin van het seizoen een ouderinfoavond waarbij jij je voorstelt, vertelt wat de kinderen gaan leren op training, hoe het gaat bij wedstrijden, hoe de posities worden ingevuld, wat jouw coachingsstijl is,…Betrek ouders bij randzaken zoals rijden naar uitwedstrijden, kantinedienst, voetbalkleding wassen, foto’s maken voor de website van de club, scheidsrechter zijn,… Dit versterkt de relatie tussen jou en de ouders. Maak met hen ook praktische afspraken i.v.m. het melden van afwezigheden, kleding, te laat komen, ….
  • Geef de spelers niet het gevoel dat er met hun spel iets mis is. Als ze denken dat ze iets goed moeten maken, gaan ze vaak nog slordiger voetballen. Probeer de fouten goed te analyseren en neem ze mee naar de training. Kinderen laten zich moeilijk bijsturen tijdens de wedstrijd. Coach beter de wisselspelers dan de spelers op het veld. Kijk met hen van aan de kant naar de wedstrijd en bevraag hen. Hanteer de regel: ‘De training is voor de trainer, de wedstrijd voor de kinderen’
  • Geef oprechte complimenten en bemoei je nooit met de tegenstander.

De redactie van De Voetbaltrainer feliciteert de winnaar en zorgt ervoor dat hij het boekje ‘Niet op een kluitje!’ binnenkort krijgt toegestuurd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.