_F__9771We kennen de methode al jarenlang, mede doordat deze vaak aan de basis lag van talloze trainersopleidingen: de situatieve stop. Tijdens een oefening ziet de trainer ‘het moment’ waarop hij wil coachen en hij stopt ogenblikkelijk de oefening. Iedereen moet blijven staan en de trainer kan laten zien wat hij bedoelt. Maar anno 2015 is er kritiek: past de situatieve stop nog in een veilig leerklimaat? Een fragment uit dit artikel in VT 213: Welke handvatten kunt u trainers meegeven bij hun situatieve stops? Afke van de Wouw: “De lichaamshouding maakt meer dan de helft van de communicatie uit. Dus zorg voor een houding die openheid uitstraalt. Ook de gezichtsuitdrukking is daarbij heel belangrijk. Je straalt vaak uit wat je voelt, en als je gevoel bij een situatie heel negatief is, betekent dit dus dat je erop moet toezien dat je dit fysiek niet uitstraalt. Na de lichaamshouding is de toon waarop je dingen zegt, van heel groot belang. Dat geldt zelfs bij het stellen van open vragen. Sommige trainers zeggen vragen op een dusdanige toon, dat dit voor de spelers toch bedreigend overkomt: ‘Hoe had jij nou gedacht dat je op die manier …’ De speler voelt al wel aan: dit zit niet goed. Slechts zeven procent van je communicatie bestaat uit woorden, de rest uit non-verbale elementen en zaken als de toon waarop je dingen zegt.” Wat is uw mening? Discussieer mee over de situatieve stop op LinkedIn. Wilt u het gehele artikel lezen of abonnee worden op De Voetbaltrainer, klik dan hier.