Frank de Boer na de thuiswedstrijd tegen FC Utrecht (2-2): ‘Mijn ploeg is nog niet klaar voor een vierkant’. Ajax-trainer Frank de Boer denkt daags na het 2-2 gelijkspel tegen FC Utrecht met gemengde gevoelens terug aan de gekozen tactiek voor het duel met de Domstedelingen. Een 3-4-3-formatie met een vierkant op het middenveld is volgens de coach in ieder geval niet voor herhaling vatbaar. FC Utrecht, dat onder trainer Erik ten Hag meestal in een 4-4-2-systeem speelt, werd door de Amsterdammers bestreden met drie verdedigers en liefst vier middenvelders. De vertrouwde 4-3-3-formatie werd zo voor even aan de kant geschoven. ‘Ik sta nog steeds achter de speelwijze, maar mijn spelers waren wel uit hun comfortzone’, analyseert De Boer op het clubkanaal. Toch gaat die speelwijze met een vierkant in het midden zeker voor de laatste drie competitieduels de ijskast in. De conclusie van De Boer is helder na de remise: ‘We kantelden de ruit als het ware naar een vierkant. Ik denk dat onze ploeg daar nog niet klaar voor is. Dat moet ik accepteren. Het is ook niet erg om dat te moeten constateren. Een 3-4-3 is geen probleem, maar dan wel met een ruit op het middenveld. Dat zijn ze bekend mee. Dan krijg je man tegen man en is het veel simpeler. Nu was het meer nadenken.’ (Bron: vi.nl)
In De Voetbaltrainer 178 vertelde Gerhard Wermink, toen werkzaam voor de FC Twente-jeugd, over het aanleren van 1:3:4:3 met een middenveld in een vierkant.
Gerhard Wermink: “We hebben gekeken hoe we spelers vanuit samenwerking bewust en onbewust op meerdere gedeeltes van het veld terecht kunnen laten komen. We zijn eigenlijk tot de conclusie gekomen dat we de ruit het beste konden laten kantelen, waardoor er een vierkant op het middenveld ontstaat (zie tekening 2). Vijf aanvallend ingestelde spelers en vijf meer verdedigende spelers. Daar willen we met onze jeugdopleiding ook op uitkomen. Vanuit 5:5 is 3:2:2:3 ons uitgangspunt geworden, waarbij de onderlinge afstanden eigenlijk kleiner zijn. De afstanden zijn  makkelijker te belopen. Het vierkant dat gevormd wordt door 4, 6, 8 en 10 vormt de basis. Door rotatie krijg je altijd schuine pass- en looplijnen. Er ontstaat diepte tussen 4 en 6. De nummers 8 en 10 moeten niet op lijn blijven spelen. Dat geldt ook voor 6 en 10 en voor 4 en 8. Zo ontstaat er veel beweging over zowel de lengte- als de breedteas. Zo zijn ze altijd gedwongen om rekening te houden met de loopacties van de spelers om hen heen. Het bewegen ten opzichte van elkaar en de daaruit voortkomende positiewisselingen vinden we heel belangrijk. Spelers zijn in de opbouw al snel links of rechts georiënteerd. Komend vanuit het 7:7 hebben spelers natuurlijk al een voorkeur. Ook bij de amateurteams worden E-pupillen veelal strak aan een positie verbonden. Dat willen we door de veranderde speelwijze in de rest van de onderbouw wegnemen. We streven ernaar om zodanige voetbalsituaties te creëren dat jonge talenten zich niet alleen links en rechts leren oriënteren, maar ook naar voren en achter. Verdedigers en middenvelders leren dan om verticaal te overlappen of in te schuiven. We willen een brede scholing in de onderbouw, waarna spelers zich vanaf de C -jeugd kunnen gaan specialiseren.”
Gehele artikel met alle tekeningen lezen? Download JVT-1.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.