Pep Guardiola deed onlangs een interessante uitspraak tijdens de persconferentie in aanloop naar het thuisduel met Celtic: “Ik verdeel voetbal niet in aanvallen en verdedigen”. Hij lichtte dat toe door te stellen dat voetbal een spel is van continu schakelen: als je beter aanvalt, verdedig je ook beter en als je beter verdedigt, val je ook beter aan.

In het boek The Numbers Game van David Anderson en Chris Sally valt te lezen dat een team in de Premier League de bal in een wedstrijd gemiddeld 190 keer in bezit heeft. Dat betekent dat er zo’n 380 omschakelmomenten zijn. Oftewel: in een wedstrijd met een zuivere speeltijd van ongeveer 60 tot 65 minuten, wisselt het balbezit gemiddeld ongeveer elke tien seconden van team.

Dat onderschrijft de woorden van Guardiola: alleen in een georganiseerde situatie bestaat er zoiets als de teamfuncties ‘aanvallen’ en ‘verdedigen’, met de bijbehorende veldbezettingen. Veel vaker is er sprake van een harmoniërende horde spelers die continu heen en weer beweegt tussen verschillende posities op het veld.

Restverdediging

Het meest bekende voorbeeld van een situatie waarin spelers in de ene teamfunctie al rekening houden met de volgende, is ‘restverdediging’. Van oudsher wordt dit geschaard onder de teamfunctie ‘aanvallen’, omdat het gebeurt op het moment dat een team in balbezit is. In feite zijn spelers bij het bewaken van de restverdediging echter meer bezig met ‘verdedigen’, namelijk: het voorkomen van tegendoelpunten.

Of, nog een stadium verder: goed staan, om de bal zo snel mogelijk terug te winnen en vervolgens zélf weer te kunnen scoren. Aanvallen dus. De keuzes die spelers maken, zoals de positie op het veld in bovenstaand voorbeeld, hebben dan ook altijd invloed op het maken én voorkomen van doelpunten. En dat zijn nou net de twee factoren die bepalen welk team wint en verliest.

E-books

Bestel nu een e-book (PDF) waarin informatie staat gebundeld over onderwerpen als spelprincipes en scenario’s tijdens een wedstrijd.

Atlético Madrid

Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld van een team dat in balbezit al bezig is met verdedigen, is Atlético Madrid. Het elftal van Diego Simeone krijgt al jarenlang bijzonder weinig goals tegen en de sleutel tot dat succes ligt deels opgesloten in de keuzes die worden gemaakt als de bal in de ploeg is.

Atlético lijkt niet alleen de veldbezetting aan te passen aan onverhoopt balverlies, maar maakt ook heel bewuste afwegingen in de locatie ervan. Het simpelste voorbeeld daarvan is het spelen van de lange bal. Er wordt – ver op de helft van de tegenstander – een duel uitgevochten. Als dat niet tot balbezit leidt, staat de hele ploeg weer achter de bal in een georganiseerde situatie en is het lastig voor de tegenstander om kansen te creëren.

Een keuze in balbezit, zoals het spelen van de lange bal, dient dan ook nooit alleen een aanvallend doel. Het levert wellicht minder goals op dan een risicovolle opbouw, maar zorgt er ook voor dat er minder goals worden geïncasseerd. Zo kent elke spelsituatie twee componenten: een aanvallende en een verdedigende, die continu met elkaar zijn vergroeid.

Dat Manchester City dit seizoen defensieve problemen heeft, daarvan wil Guardiola dan ook niets weten. “Geloof me, dat ligt niet aan het verdedigen. Als wij in balbezit betere keuzes maken, domineren we de wedstrijd en komen we achterin veel minder in de problemen.”

Al 39 jaar is De Voetbaltrainer hét vakblad voor de toegewijde trainer/coach. Het magazine komt acht keer per jaar uit en bevat 80 pagina’s vol interviews met toptrainers, voetbal oefenstof en analyses.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.