Verdedigen kan op vele manieren, van hoge pressie over het hele veld tot de bus parkeren voor het eigen zestienmetergebied. Veel teams kiezen voor een middenweg door in te zakken tot ‘kop-cirkel’. In dit artikel bespreken we het verdedigen op die hoogte binnen de formatie 1:4:4:2 met de middenvelders op lijn. Dat kan uiteraard ook vanuit een 1:4:3:3 in balbezit, waarbij de ’10’ naast de spits komt. Wat is er zoal belangrijk binnen deze manier van verdedigen? We bespreken vier aandachtspunten.

1) Compact in de lengteas

Stel dat de situatie aan de linkerkant van afbeelding 1 (klik erop om de afbeelding te vergroten) zich voordoet. De linker centrale verdediger van de tegenstander is in balbezit. De vier verdedigers staan ongeveer ter hoogte van de eigen zestienmeterlijn, terwijl de aanvallers zich tien meter over de middenlijn bevinden. Daardoor ligt er veel ruimte tussen de drie linies in (zie de gearceerde gebieden).

In de rechter afbeelding is de defensie opgeschoven tot een meter op vijftien voor de middenlijn. Dat stelt de middenvelders in staat ook iets verder naar voren te spelen. Daardoor worden de ruimtes tussen de linies – zowel tussen aanval en middenveld als tussen middenveld en verdediging – een stuk kleiner. Dit biedt de tegenstander minder ruimte om aanspeelbaar te worden in het blok.

2) Ruimte erachter bespelen

Een verschil met de situatie in de linker afbeelding is wel dat er meer ruimte áchter de defensie ligt. Daarvan kan een tegenstander profiteren met een bal die tussen de keeper en verdedigers valt. Om ervoor te zorgen dat dit geen gevaar oplevert, vertolkt de keeper een belangrijk rol. Door ver uit zijn doel te keepen en uit te komen als de bal binnen zijn bereik valt, geeft hij rugdekking aan zijn verdedigers.

In het bespelen van de ruimte tussen keeper en verdedigers ligt ook een belangrijke taak voor de defensie. Zij moeten ingedraaid staan en een aantal meters pakken als de speler van de tegenstander die balbezit heeft dreigt diep te spelen. Gebeurt dit niet, dan kunnen zij weer een aantal meter vooruit pakken. In dit artikel lees je daar meer over.

3) Kantelen naar balkant

Een andere belangrijke voorwaarde voor effectief verdedigen in 1:4:4:2, is het kantelen naar balkant. Speelt de tegenstander de bal naar de zijkant, dan kantelt het gehele team mee. Daardoor worden de ruimtes aan die kant klein gemaakt. De tegenstander krijgt zo weinig tijd en ruimte. Is de bal aan een kant, dan mag de tegenstander niet de mogelijkheid krijgen het spel te verplaatsen naar de andere kant.

Waar bij veel teams nog veel winst te boeken valt, zowel in het betaalde voetbal als op een lager niveau, is het kantelen van twee specifieke spelers (zie afbeelding 2). In dit geval is de bal, vanuit het defensieve team bekeken, aan de linkerkant. De rechtervleugelspeler en rechterspits kantelen onvoldoende naar balkant, waardoor er gaten vallen. In de rechter afbeelding verkleinen zij de onderlinge afstand naar hun teamgenoten, waardoor het veel gemakkelijker wordt de tegenstander vast te zetten.

4) Het ondertal op het middenveld bespelen

Veel teams in Nederland spelen in balbezit 1:4:3:3, bijvoorbeeld met de punt naar achteren op het middenveld. Tijdens het verdedigen in 1:4:4:2 is er dan, in een georganiseerde situatie, één speler vrij: de controlerende middenvelder van het balbezittende team (zie de linkerkant van afbeelding 3). Er zijn verschillende manieren waarop het defensieve team er vanuit 1:4:4:2 voor kan zorgen dat die ‘6’ van de tegenstander niet in balbezit komt, en al helemaal niet met veel tijd en ruimte.

De eerste oplossing wordt geschetst in de rechterkant van afbeelding 3. Beide spitsen bespelen met z’n tweeën de twee centrumverdedigers én controlerende middenvelder van de tegenstander door telkens te kantelen: aan balkant stapt een spits uit richting centrumverdediger, de andere spits komt in zijn rug om de defensieve middenvelder op te pakken. Wordt de bal richting de andere centrale verdediger gespeeld, dan wisselen de spitsen van rol.

Een tweede manier om dit probleem te tackelen, is door een van beide controlerende middenvelders te laten doorstappen (zie de linkerkant van afbeelding 4). Het meest voor de hand ligt het doorstappen van de middenvelder aan contrakant. Dat wil zeggen: als de rechter centrale verdediger van de tegenstander in balbezit is, en de ‘6’ van de tegenstander staat vrij, dan is het de rechter controleur die doorstapt. Eventueel kan de rechtervleugelspeler kantelen en de ‘8’ van de tegenstander oppakken.

Een derde optie is een lastige, maar als het lukt kan het worden gebruikt als aanvallend middel: de bal naar de ‘6’ wordt juist uitgelokt. Op het moment dat de ‘6’ wordt ingespeeld, duiken beide spitsen en centrale middenvelders van het defensieve team er met z’n vieren direct bovenop (zie rechterkant afbeelding 4). Wordt de bal veroverd, dan kan er direct een counter worden ingezet. Het gevaar is wel dat deze pressing trigger ook kan mislukken, zeker bij een ‘6’ met veel voetballend vermogen.

In een volgend artikel zal de nadruk liggen op aanvallen tegen 1:4:4:2: welke manieren zijn er om op te bouwen als een tegenstander speelt zoals hierboven beschreven? Hoe kun je toch onder de druk uitspelen? Wil je meer weten over tactiek en van toptrainers horen hoe zij hun speelwijze bepalen en overbrengen op spelers? Abonneer je dan op ons vakblad, dat acht keer per jaar verschijnt.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *