Bij de voetballer Sandor van der Heide lag de focus al op het spelen van verzorgd positiespel. De trainer Sandor van der Heide heeft zijn visie daarop de afgelopen jaren doorontwikkeld. Hij laat in dit artikel zijn licht schijnen op het spelen van goed positiespel en gaat specifiek in op het verplaatsen van het overtal van achteren naar voren.

Sandor van der Heide: ‘Voor het uitspelen van tegenstanders zijn er in grote lijnen drie manieren. Speler A is aan de bal en wil de bal bij speler B krijgen. Daarmee speelt hij een tegenstander uit en verplaatst hij het overtal naar voren toe. De eerste optie is om de bal langs de tegenstander te spelen. Waarschijnlijk moet speler B hiervoor de passlijn openen door vrij te lopen (tekening 4a). De tweede optie is hem voorbij dribbelen. Loopt de tegenstander schuin aan om de ballijn te blokkeren, dan is hij makkelijker te passeren (tekening 4b). De bal kan ook bij speler B komen via een verbindingsspeler, in dit geval speler C. Die maakt zich aanspeelbaar en vormt een driehoekje (tekening 4c).

Om hierop te trainen, gebruiken we bijvoorbeeld de trainingsvorm uit tekening 5 (zie bovenaan de pagina), waarin vijf veldspelers en een keeper actief zijn. Afhankelijk van het aantal spelers dat je tot je beschikking hebt, wissel je door of zet je meerdere organisaties uit. De bal wordt ingespeeld door een speler buiten het vak of door een trainer. Op dat moment zet de tegenstander vanuit het middenvak druk op speler A. Speler B loopt in zijn rug vrij. Hier zijn de drie opties uit tekening 4 van toepassing: de bal erlangs spelen, de tegenstander voorbij dribbelen of speler C als verbindingsspeler gebruiken.

Is de bal in het middenvak, dan mag de tweede tegenstander doorstappen. Wat ik aan speler B meegeef is: kijk op dat moment altijd over je schouder, zodat je weet hoeveel tijd je hebt. Dit is ook in de wedstrijd heel belangrijk. De tweede tegenstander mag alvast op het randje van zijn vak wachten tot de bal het middenvak bereikt. Dat betekent wel dat hij de spits loslaat. Halverwege het laatste vak ligt de buitenspellijn. Dat betekent dat speler A of speler B de bal ook langs de achterste tegenstander kan spelen, waarna de spits opendraait en afwerkt.’

Dit online artikel vormt een onderdeel van een langer artikel uit ons vakblad. Wil je het gehele verhaal lezen, dan is De Voetbaltrainer 228 los na te bestellen

Al 39 jaar is De Voetbaltrainer hét vakblad voor de toegewijde trainer/coach. Het magazine komt acht keer per jaar uit en bevat 80 pagina’s vol interviews met toptrainers, voetbal oefenstof en analyses.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.