Veertig jaar lang was Foppe de Haan hoofdtrainer en dus de baas. Tijdens het EK Vrouwen moest hij zich opeens schikken in de rol van ‘een soort’ assistent. In het begin bleek dat een worsteling te zijn, groter dan hij vooraf had bedacht. Nadat hij het in de groep bespreekbaar had gemaakt, ging dit veel beter. Hij kon steeds meer zijn stempel drukken, bijvoorbeeld door, op verschillende manieren, veel individuele aandacht aan speelsters te besteden.

Leestips

‘Ik ben in aanloop naar het EK veel met Jackie Groenen aan de slag geweest. Zij liep in eerste instantie veel te veel met de bal. Dan zei ik tegen haar: ‘Je moet geen running game spelen maar een passing game.’ Dat vond ze raar geformuleerd, maar ze begreep het wel. Jackie moest ook leren haar spel en vooral looplijnen beter af te stemmen op die van Vivianne Miedema, onze spits. Ze liep in het begin te dicht in de buurt van Vivianne, die al dubbele dekking had. Daar kwam dan nog eens de tegenstander van Jackie bij als zij zo dicht op onze spits speelde. Jackie pikte snel op dat ze pas moest komen als Vivianne in balbezit kwam of als zij ruimte creëerde.

Ik heb haar ook gevraagd een mooi artikel uit De Voetbaltrainer te lezen: een tactisch verhaal van Arne Slot (nummer 223), waarin de huidige assistent van John van den Brom bij AZ gedetailleerd schrijft over de gewenste rol van middenvelders. Bijvoorbeeld over hoe en wanneer je moet dieplopen. Dat las Jackie meteen. Daarna heb ik haar gevraagd aan mij uit te leggen wat ze had gelezen en wat ze daarvan zou willen toepassen in haar eigen spel. Hoewel het geen gemakkelijk verhaal was, had ze er precies de essentiële dingen uitgehaald. Dat ben je voetbalslim. Ze leerde snel dat je als middenvelder de bal niet moet brengen naar je aanvallers, hoe je ruimte naar voren kunt creëren, wanneer je naar de bal toe moet bewegen of juist moet wegblijven. Hoe zorg je ervoor dat je op volle snelheid bent als die pass in de diepte in jouw richting komt?’

Wisselwerking back en buitenspeler

‘Met rechtsbuiten Shanice van de Sanden en rechtsback Desiree van Lunteren heb ik regelmatig gesproken over hun onderlinge samenwerking. Eerst gingen we dan samen aan tafel zitten en op een papiertje de opties tekenen: hoe creëer je ruimte, wanneer zet je een vooractie in en wanneer kom je wel en niet naar binnen? Wanneer ga je diep, hoe coach je elkaar en hoe groot moeten de onderlinge afstanden zijn? Het vervolg kwam dan altijd op het trainingsveld. De gesprekken zelf waren kort en kernachtig.

Een terugkomend probleem in het hele Nederlands voetbal en dus ook bij dit team is dat de backs te vroeg te hoog staan. Dan neem je de buitenste middenvelder of vleugelspits van de tegenstander mee en maak je de ruimte voor de eigen vleugelspits te klein. Bij de supersnelle Shanice van de Sanden is dat een tactische doodzonde. Dus daar zijn we flink mee aan de slag gegaan.

Vooraf hadden we diverse opties besproken en geoefend. Desiree komt in balbezit en op dat moment komt Shanice in de bal. Als zij dan ‘ja’ zegt, speelt Desiree de bal niet in haar voeten maar juist diep. Of Shanice vertrekt eerst en Desiree herkent in de manier waarop ze dat doet, dat dit een schijnactie is en speelt haar dus in de voeten aan. Of Shanice komt wat naar binnen om Desiree de kans te geven de dieptepass langs de lijn te geven.

Wat gebeurt er meteen in het begin van die openingswedstrijd? De eerste optie wordt perfect uitgevoerd. Op de tribune hoor ik Shanice na een vooractie keihard ‘ja’ roepen, de dieptepass van Desiree is al onderweg en wordt gevolgd door een goede voorzet van Shanice die bijna een doelpunt oplevert. Uiteraard hebben we die beelden na afloop nog eens bekeken om er samen van te genieten en te beseffen hoe waardevol het is als je in zulke dingen veel energie steekt. Elke keer weer.

In een veel eerder stadium had ik met Shanice al individueel op de voorzet getraind en haar ook huiswerk op- gegeven. Ze is daarmee bij Liverpool elke dag aan de slag gegaan. Zowel de medespeelsters bij Liverpool als bij Oranje zagen na een tijdje dat de voorzetten van Shanice steeds beter werden. Het mes sneed daarbij aan twee kanten. Toen de speelsters hoorden wat zij daarvoor had gedaan, vroegen sommigen ook huiswerk om zelfstandig aan hun zwakke punten te kunnen werken.’

Dit zijn twee fragmenten uit het zes pagina’s lange interview met Foppe de Haan in De Voetbaltrainer 229. In die editie van ons vakblad komt de gehele technische staf van de Oranje Vrouwen uitgebreid aan het woord om te vertellen over de werkwijze voor en tijdens het zo succesvolle EK. VT 229 is via deze link los te bestellen. Je kunt je ook abonneren op ons vakblad en ontvangt dan iedere zes weken 84 pagina’s vol interviews, redactionele artikelen en oefenstof.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *