Ronald Koeman is de nieuwe bondscoach van het Nederlands elftal. Hij tekende deze week een contract tot medio 2022, na het WK in Qatar. De afgelopen jaren spraken we hem meerdere malen over het begeleiden van het teamproces, de door hem nagestreefde manier van spelenen de staat van het Nederlandse voetbal. De onderstaande quotes geven een inkijkje in zijn visie.

Tactiek

In VT173 (eind 2010) geeft Ronald Koeman aan een voorstander te zijn van 1:4:3:3, maar daarbinnen graag te schuiven. Later, onder meer als trainer van Feyenoord, laat hij zijn team ook in andere formaties spelen. ‘Ik ben een trainer die graag de bal in de ploeg heeft en ik prefereer 1:4:3:3 als uitgangspunt. Binnen deze organisatie staat je ploeg namelijk altijd goed, hóe de tegenstander ook speelt. Mijn voorbeeld daarbij is nog altijd het elftal dat ik bij Ajax had, met Maxwell en Hatem Trabelsi als vleugelverdedigers. Met die jongens kon ik altijd van vier naar drie verdedigers schakelen. Dat is mijn ideale systeem, omdat ik dan kan schuiven in invulling van posities. Dat doe ik liever dan schuiven in poppetjes, dus andere spelers. Dat schuiven in invulling van een of meerdere positie(s) gebeurde in mijn Ajax-periode bijvoorbeeld naar aanleiding van de analyses door Tonny Bruins Slot bij Champions League-wedstrijden. Hij is een meester in het analyseren van tegenstanders, met het oog op kansen en bedreigingen voor het eigen team.

Vervolgens praat ik niet over ‘aanpassen’, maar heb ik het vooral over het herkennen van de sterke en zwakke punten van de tegenstander. Al eerder heb ik in De Voetbaltrainer (VT114, red.) laten zien hoe ik Ajax in voorbereiding op de Champions League-confrontatie tegen en bij Arsenal heb voorbereid op de opkomende linksback Ashley Cole. We speelden toen min of meer met twee rechtsbacks (Hatem Trabelsi en Nigel de Jong) en hielden Arsenal op 1-1. Ik kan me nog herinneren dat we tijdens de bewuste tactische training soms zelfs lopend over het veld de voetbalsituaties inzichtelijk probeerden te maken voor de spelers. Dus coachen in de situatie, maar dan in super slowmotion. In een 11:11-situatie simuleerde ‘het andere team’ de speelwijze van Arsenal, gecoacht door Tonny Bruins Slot. Iedereen stond op een gegeven moment stil, Tonny liet de linksbuiten (Robert Pirès) wandelend een bepaalde loopactie maken en vervolgens was het de vraag aan 
de spelers hoe we dat gingen oplossen. Ik coachte daarbij de basiself en 
legde de accenten die we vooraf hadden besproken, eerst met de staf en vervolgens met het team.’

Verdedigende organisatie

In VT214 (eind 2016) geeft Koeman als trainer van Southampton aan welke voordelen hij ziet in een formatie met twee controleurs. ‘Ik speel graag met twee verdedigende middenvelders, omdat je nogal wat teams ziet met een spits, een aanvallende middenvelder en twee zijkanten die graag naar binnen komen. Omdat ik een sterke voorkeur heb voor vleugelverdedigers die in hun positie blijven, kun je dit het beste oplossen met twee verdedigende middenvelders. Dan hoeven de backs niet steeds mee naar binnen. Gaat de linksbuiten bijvoorbeeld naar binnen, dan wordt hij opgevangen door onze rechter verdedigende middenvelder. Onze linker verdedigende middenvelder pakt dan de aanvallende middenvelder van de tegenstander op. Onze aanvaller aan de linkerkant moet dan schuin terugkomen, richting de rechtsbuiten van de tegenpartij. En omdat onze backs in de positie kunnen blijven, hoeven onze aanvallende buitenkanten ook niet altijd helemaal mee terug om de hele flank te bestrijken. De eerste taak van de buitenspeler is om de passlijn naar de aanvaller op zijn flank eruit te halen. Als vervolgens zijn back wordt aangespeeld, kan hij drukzetten. De tegenpartij mag breed spelen, maar we willen de verzorgde dieptepass voorkomen en dat kun je ook doen door middel van het afschermen van passlijnen.

Met een kopsterke spits als Pèlle willen we natuurlijk veel voorzetten zien. Die worden bij ons niet alleen gegeven door de vleugelaanvallers, maar ook door de opkomende backs. Die vormen altijd een koppeltje met de spelers vóór hen. Als de een naar binnen gaat, gaat de ander naar buiten en andersom. Dat is een vastigheid die ook vaak tijdens trainingen terugkomt.

Tijdens onze opbouw willen wij graag een middenvelder gebruiken, tenminste als de tegenstander niet inzakt en ons bewust ruimte geeft. De backs gaan dieper weg, onze buitenkante speler meer naar binnen en ons centrale duo achterin gaat uit elkaar. Daartussen kan dan een middenvelder koen. Zakt de tegenpartij wel in, dan blijven we in onze positie, met de backs die niet zo hoog hoeven of een middenvelder die dan niet tussen onze centrale verdedigers komt.’

Groepsproces

In VT173 blikt Koeman terug op zijn tijd bij Valencia, en dan specifieker op het begeleiden van het teamproces. ‘Qua discipline heb ik bij Valencia wel wat maatregelen moeten nemen. Tijdens de allereerste voorbespreking, één dag voor de Champions League-wedstrijd tegen Rosenborg, komt een speler gewoon een half uur te laat. Daar kan ik met mijn hoofd niet bij. Anderhalve week later gebeurde het wéér. Ik koos er toen voor om hem uit de opstelling te halen. Misschien dupeer ik dan wel het team op korte termijn, maar op lange termijn pluk je er wel de vruchten van. Later heb ik dat ook bij AZ moeten doen met Mounir El Hamdaoui en Jeremain Lens. Natuurlijk moet je als trainer mee laten wegen wat de reden is waarom een speler te laat is. Is het aantoonbaar overmacht, dan is het een heel ander verhaal. Is iemand echter te laat vertrokken, of heeft hij geen geldige reden, dan is het bij mij redelijk snel afgelopen met het begrip. Het hoort bij je beroep als voetballer om op tijd te zijn.’

Later vertelt Koeman in dezelfde editie van ons vakblad over de hulp die hij inschakelt om het groepsproces in goede banen te leiden. ‘Bij PSV heb ik kennisgemaakt met René Felen. Hij is iemand die is gespecialiseerd in teamontwikkeling. Hij was al werkzaam bij FC Groningen en via mijn vader kwam hij bij mij terecht. We hebben de samenwerking destijds langzaam opgebouwd en uiteindelijk heeft hij ook bij diverse teambesprekingen gezeten. Juist omdat ik niet de onderwijsachtergrond heb zoals Co Adriaanse of Louis van Gaal, zag ik daar de grote meerwaarde van in. Felen bracht het teamproces op gang tussen de technische staf en de spelersgroep. Tijdens besprekingen maakte hij mij bewust van het belang om ook vooral vragen te stellen aan de spelers, over tactiek of andere voetbalzaken. Oftewel, mee te laten denken en daardoor zich nog meer verantwoordelijk te laten voelen over keuzes die we als team maakten.’

Interactief

In VT214 gaat Koeman in op de manier waarop hij de spelers betrekt bij het toeleven naar een wedstrijd. ‘Bij Southampton zijn we momenteel veel bezig spelers onderling meer te laten communiceren. Niet alleen bij spelers van Southampton zie ik dit als een verbeterpunt, maar het lijkt een maatschappelijk probleem te zijn. De invloed van sociale media zou de onderlinge communicatie positief moeten beïnvloeden, maar het lijkt erop dat het tegendeel op sommige vlakken juist waar is. Het aansturen en coachen van elkaar wordt in het veld steeds meer een aandachtspunt. Spelers accepteren te gemakkelijk elkaars fouten en wij zijn ze daar bewust van aan het maken. Om die onderlinge communicatie te verbeteren, betrekken we spelers bij de wedstrijdbesprekingen. Zo heb ik aan onze aanvallers een keer de opdracht gegeven om de verdedigers van Chelsea te analyseren. Onze middenvelders analyseerden hun middenvelders en onze verdedigers kregen de opdracht om wat te vertellen over de aanvallers van Chelsea. Uit elke linie presenteert een speler vervolgens de gemaakte analyse aan de rest van de groep. Hierbij zie je ook patronen. De aanvallers moeten hun manier van presenteren kort voor aanvang nog snel op orde brengen, waar de verdedigers het al ruim een dag van tevoren klaar hadden staan. Door dit soort zaken bij spelers neer te leggen, worden ze meer gedwongen om verbaal met elkaar te communiceren.

In mijn tijd bij Feyenoord deed ik dat trouwens ook al. Als we dan tegen Go Ahead Eagles speelden, verdeelde ik de selectie in groepjes en dan hielden we een quiz. Wie weet op welke plaats Go Ahead Eagles staat? Wie weet de naam van hun stadion? Hoe hebben ze vorige week gespeeld? Op die manier maken we spelers al meer bewust van de wedstrijd die komen gaat en zijn ze meer bezig met wat er buiten hem om gebeurt.

In de aanloop naar zaterdag toe speelt Manchester City nog in de Champions League tegen Juventus. Ik heb de spelers gezegd dat ik ze naar die wedstrijd ga vragen, dus ze moeten van mij wel kijken. Zo probeer je ze steeds weer bezig te laten zijn met wat er komen gaat. Bovendien kunnen wij, door spelers de tegenstander te laten analyseren, zien of hun analyse overeenkomt met de analyse die wij met de technische staf al hebben gemaakt.’

Nederlandse voetbal

In VT214 laat Koeman ook zich licht schijnen op de staat van het Nederlandse voetbal en de problemen die daaraan ten grondslag liggen. ‘Je ziet nu dat andere landen ons voorbijgestreefd zijn en dat is een pijnlijke constatering. In Nederland zijn we de voorbije jaren zo doorgeslagen in het opleiden, in het balbezit willen hebben, dat we facetten die essentieel zijn om resultaten te behalen hebben onderbelicht. Ik denk in de eerste plaats dat we in Nederland gewoon meer moeten gaan doen. We zijn soms wel heel voorzichtig met spelers geweest. Iedereen begrijpt dat je rustig aan moet doen met jonge spelers en niet twee keer op een dag 7:7 kunt spelen. Maar jonge jongens kunnen zeker individueel en qua kracht veel meer doen dan nu het geval is. Want individuele training hoeft totaal niet intensief te zijn. Als wij vroeger op trainingskamp gingen werd er regelmatig twee keer getraind op een dag.

Ik vind dat we veel te gemakkelijk zijn geworden voor de jeugd. Ik weet nog goed dat ik bij Feyenoord kwam en zei: ‘Voetballer zijn, doe je niet erbij. Voetballer zijn is een vak en zo moet je het ook benaderen.’ Een vak oefen je niet uit van 9:30 tot 13:00 uur. Als ik zie wat de jongens hier bij Southampton doen nog voordat we naar het veld gaan, dat is veel meer dan dat er in Nederland gebeurt.

Mijn spelers hebben in de 45 minuten voordat we het veld opgaan om te trainen, al gefietst, krachttraining of aan pre-activation gedaan. Daaraan zie ik dat ze bezig zijn met hun vak. Of hoeveel jongens er nog na een lunch blijven om individueel te trainen, dat is een groot verschil met Nederland. Het zit hier ook meer in de cultuur.

Toch moeten we tegelijkertijd ook niet vergeten dat het Nederlands voetbal veel positieve punten heeft. We hebben liever de bal dan de tegenstander en proberen van goed voetbal uit te gaan. De trainersopleidingen zijn van hoog niveau en dat is iets waar men in andere landen nog steeds van kan leren.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *