Een van de meest gebruikte trainingsvormen in het eerste deel van de training is de rondo, variërend van 3:1 in een driehoek via 6:2 in een rechthoek tot 19:3 in de middencirkel. Wat kenmerkt een rondo en welke variaties zijn er mogelijk?

Rondo

Een rondo is een trainingsvorm waarbij het ene team de bal binnen het vak in de ploeg probeert te houden en het andere team dit wil voorkomen. De rondo onderscheidt zich van andere positiespelen door het grote overtal voor het team dat balbezit heeft, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een positiespel 5:5+2.

Bij vrijwel elke rondo heeft de trainer-coach mogelijkheden om het spel moeilijker, makkelijker of uitdagender te maken. Dat kan bijvoorbeeld op onderstaande manieren.

Variaties

  • Er wordt een punt gescoord zodra elke speler de bal een keer heeft aangeraakt.
  • Met twee ballen spelen, zodat spelers nog meer moeten opletten.
  • Na tien, twaalf of vijftien keer overspelen moeten de verdedigers een extra keer in het midden blijven staan.
  • Nadat een speler een bal heeft gespeeld, moet hij om een pylon sprinten die een aantal meter achter het speelveld staat. Er kan dus niet direct op dezelfde speler terug worden gespeeld.
  • Nadat een speler een bal heeft gespeeld, moet hij zich een aantal keer opdrukken of een aantal situps doen ( degene die de bal ontvangt kan niet direct op dezelfde speler terugspelen).
  • Spelers houden elkaars hand vast, zodat het speelveld klein blijft (werkt alleen bij relatief grote aantallen).
  • Wie een bal inspeelt, loop daarna direct zijn eigen bal achterna.
  • Spelers mogen de bal niet naar de speler die gelijk naast ze staat spelen.
  • Spelers zijn verplicht om met beide voeten de bal aan te raken voordat ze een medespeler aan kunnen spelen.
  • Tussen de beide verdedigers doorspelen betekent dat die verdedigers een keer extra in het midden blijven staan.
  • Variëren met het aantal keer overspelen voor het behalen van een punt.
  • Variëren met het aantal keer verplicht raken (van vrij spel naar 3, 2 of 1 keer).
  • Verplicht spelen met een middenman óf alleen verplichten dat die positie bezet is. Spelers maken dan dus zelf de keuze maken wie (hoe lang) in het midden staat.

Meer weten

  • In De Voetbaltrainer 232 gaan we uitgebreider in op de rondo en lees je naast deze regels en methodische stappen over Laureano Ruiz Quevedo, een van de grondleggers van de rondo. Ook worden enkele rondo’s, variërend van 4:1 tot 10:2, besproken waarbij steeds regels worden toegevoegd. Je kunt VT232 als losse editie nabestellen in onze webshop.
  • In onze TrainingsPlanner vind je veel verschillende varianten op de rondo, zoals een vorm van Everton met vijf teams van twee. Het team dat de bal verliest, komt in het midden. Wil je toegang tot de gehele TrainingsPlanner? Hier vind je meer informatie over een abonnement.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.