Iedereen kent deze situatie wel: bij elke willekeurige jeugdvoetbalwedstrijd is altijd iemand de ‘beste’, ongeacht leeftijd of niveau. De ‘beste’ speelt met bravoure en is in elke wedstrijd bepalend en onderscheidend. Dit individu zorgt wekelijks voor blije coaches, ouders, medespelers en supporters. Een euro voor elk doelpunt, superlatieven op de sociale media en een overenthousiast publiek. Tijdens trainingen diegene die voorop loopt, het voorbeeld geeft tijdens elke oefening en wordt gewisseld als zijn team in het onderlinge partijtje 3 doelpunten voor staat. Volgens kenners wordt dit een grote speler!

Tijdens trainingen wordt dit ‘talent’ onderworpen aan een algemene training waarbij hij nauwelijks uitgedaagd wordt omdat het niveau van de rest hem stagneert in zijn ontwikkeling. Een opmerking zou dan kunnen zijn: ‘een talent dient altijd het maximale uit zichzelf te halen, ongeacht welke trainer, medespelers of oefening’ , maar daar kom ik later op terug. Daarnaast wordt het ‘talent’ door zijn omgeving tevreden gehouden omdat het fantastische gevoel van winnen voor de meerderheid bepalend is. Met een fluwelen handschoen krijgt deze speler een voorkeursbehandeling. Tijdens wedstrijden draagt ‘ons’ talent nummer 10, is aanvoerder en speelt ‘zijn’ team in dienst van deze vedette. Als iets niet lukt, zwaait hij tierend en scheldend met zijn armen. Iedereen krijgt de schuld behalve…

Het probleem van ontwikkelen van jeugdspelers is dat voetbal een teamsport is waarin alles draait om winnen en verliezen. Daarbij is volgens velen de juiste volgorde: winnen, samenspelen en als laatste het ontwikkelen van het individu. Dus de ‘beste’ speler blijft bij zijn ‘eigen’ team zodat er gewonnen wordt, medespelers fijn met hem kunnen samen spelen en er wordt blind vanuit gegaan dat het ‘talent’ deze keuze ook fantastisch vindt. Daarnaast worden spelers op O8-leeftijd al ingedeeld en spelen ze nog steeds samen als ze O19 zijn. Een vertrouwde omgeving met jaarlijks dezelfde hiërarchie in het elftal, dezelfde opstelling en een gezellige en hechte oudergroep. Een ideaalbeeld voor vele maar de praktijk leert anders. Het remt namelijk de ontwikkeling van het talent.

Je moet namelijk niet de beste zijn maar altijd de beste willen worden. Simpel voorbeeld: op vakantie in Oostenrijk ging ik dagelijks tafeltennissen met de familie. Ik was zes jaar en kon er niks van, moest telkens als 1e gaan zitten met het spel ‘rond de tafel’ en zag ik mijn moeder telkens winnen. Huilen, schelden en rond vliegende (kapotte) batjes als gevolg. Mijn ouders kochten na de vakantie daarom een tafeltennistafel en ik ging uren trainen en oefenwedstrijden spelen tegen mijn vrienden uit het dorp. Al snel won ik tijdens competitiewedstrijden van mijn vader en na vele maanden huilen en schelden won ik bij mijn vierde batje ook van mijn moeder. Mijn doel was bereikt. Met gevolg dat deze tafel na een poosje bij de buren stond omdat er geen uitdaging meer was.

In het voetbal zie je vaak dat de ‘beste’ niet doorstromen naar het 1e elftal. De spelers die de beste wilden en willen worden hebben zich jaren opgetrokken aan bovenstaande speler en halen het wel. Deze ‘talenten’ werden wél uitgedaagd, maakten een plan en moesten zich maximaal mentaal en fysiek inspannen. Die wilden ook een euro per doelpunt of een applaus krijgen. Werkten uren met vader aan hun verbeterpunten om ook het verschil te maken. Werden niet met een fluwelen handschoen aangepakt maar moest omschakelen als de ‘beste’ balverlies leed. Uiteindelijk worden deze spelers ook de ‘beste’, en wat dan?

Voor de juiste ontwikkeling van jeugdspelers en het behouden van plezier is het van belang dat ze worden uitgedaagd op hun eigen niveau. Je mag een periode de beste zijn (succesbeleving), maar zet spelers daarna in situaties waarin ze extra worden uitgedaagd. Een leeftijdscategorie hoger, een andere omgeving met andere type coaches of differentieer in oefenstof waar je de eigenschappen traint waarin het talent minder goed is. De jeugdopleiding maar juist trainers en ouders, moeten zich ervan bewust zijn dat ontwikkeling (behoud van plezier) van spelers de prioriteit heeft. Daarbij kun je soms een wedstrijd verliezen omdat je ‘beste’ speler(s) niet meedoen. Echter zijn er andere spelers bepalend en onderscheidend geweest die nu de ruimte hebben gekregen. Met juist beleid heeft een speler van een lagere leeftijdscategorie gemerkt dat het nu niet de ‘beste’ was waardoor hij een plan moet bedenken om de beste te worden. Voor ouders op dat moment geen succesbeleving maar een euro die moet worden ingewisseld voor een luisterend oor. Tevens hulp bieden aan het ‘talent’ daar het andere keuzes moest maken omdat het niet zo gemakkelijk ging. Steeds maar weer dezelfde curve doorstaan om elke dag beter te willen worden.

Hierbij is de rol van de coach primair. De ‘beste’ speler mag niet behandeld worden als de beste. Sterker nog, je dient hem zo uit te dagen (stretchen) dat het onder complexe omstandigheden niet altijd de beste kan zijn. Hoe gaat het ‘talent’ met deze teleurstellingen en kritiek om. Hoe kan een speler overtuigd worden om uiteindelijk in elke situatie de beste te zijn? Ieder mens heeft teleurstellingen nodig voor zelfreflectie om daarna weer beter te worden. Behandel je ‘de beste’ als prins zal je uiteindelijk een opgever opvoeden of opleiden.

Op amateurniveau is het advies om spelers uit te dagen door o.a. te differentiëren in oefeningen, teams en coaches om het plezier te behouden, ongeacht niveau of leeftijd. Mix in het ‘eigen’ team met momenten op niveau en daag een ieder individu uit. Schuif spelers door die beslissend zijn, ondanks dat ze zodoende niet bij hun vriendjes spelen of succesbeleving ervaren. Kinderen hebben voldoende aanpassingsvermogen en ondersteun ze hierbij.

Bij Betaald Voetbal Organisaties wordt bij veel opleidingen individueel gedifferentieerd en geperiodiseerd. Echter staat in mijn ogen het teamresultaat nog duidelijk centraal. Dit wordt tevens gecreëerd door de KNVB met het invoeren van de vernieuwde open competitiestructuur met extra promotie/degradatie regeling. Daarnaast denken trainers vaak in eigen belang en willen zo hoog mogelijk eindigen in de competitie omdat dit goed op hun CV staat. Ze behouden liever hun beste spelers met wie ze kunnen pronken en resultaat (lees: winnen) kunnen behalen. In mijn ogen gaat daarom teveel talent verloren omdat er geen uitdagend plan voor de ‘beste’ is.

Wie weet had ik wel nationaal kampioen tafeltennis kunnen worden!

Joop Oosterveld

Meer columns: https://joopoosterveld.jouwweb.nl