Elke
voetballer heeft weleens last van negatieve gedachten. De traditionele
sportpsychologie richt zich – net als de meeste trainers – voornamelijk op het
veranderen van die gedachten. Dat is niet effectief, betoogt Kelly Dekker.
Zeker op de belangrijkste momenten steken negatieve gedachten toch wel weer de
kop op. Veel beter is het om te accepteren dat ze er zijn en te leren om
desondanks goed te presteren.

ACT

Kelly Dekker: ‘ACT staat oorspronkelijk voor Acceptance and Commitment Therapy. Veel sporters houden echter niet van het woord therapie, dus daarvoor in de plaats gebruik ik Training. Dat dekt de lading, want de mensen met wie ik werk zijn in principe gezond en hebben geen therapie nodig. Ik leer ze vooral vaardigheden aan. Behalve een afkorting is ACT overigens ook een werkwoord: ‘Doe!’

Binnen ACT gaat het niet om het veranderen van gedachten, want dat is ontzettend lastig. Centraal staat goed handelen óndanks negatieve en afleidende gedachten en gevoelens.’

Acceptatie

‘In élke carrière komen pieken en dalen voor. Het is onvermijdelijk dat negatieve gedachten en gevoelens de kop opsteken. Spelers en trainers zijn daarin heel vaak op zoek naar controle. Maar controle is een illusie. Hoe hard je ook probeert negatieve gedachten om te zetten in positieve, ze blijven toch wel komen, zeker wan­ neer het er écht om gaat.

Sterker nog: hoe harder je je ertegen verzet, hoe sterker ze terugkomen. Vergelijk het met een strandbal die je onder water duwt. Dat lukt even, maar uiteindelijk springt die bal weer op. En het kost je nog veel energie ook. Het is misschien geen fijne boodschap, maar we hebben simpelweg veel minder controle over onze gedachten en gevoelens dan we willen.’

Geruststellen

‘Als je in de catacomben staat voor een belangrijke wedstrijd, is het heel logisch dat je gespannen bent, want je wilt graag goed presteren en winnen. Bij spannende dingen horen nu eenmaal spannende gevoelens. Dan kan de coach je wel willen geruststellen door te zeggen dat het een ‘gewone wedstrijd’ is, maar dat is natuurlijk onzin. Juist déze wedstrijd vind je erg belangrijk.

Ik leer sporters dat spannende gedachten en gevoelens niet hoeven te betekenen dat je slecht gaat presteren. Ik begeleid sporters die overgeven voor de wedstrijd, superzware benen hebben of ontzettend gespannen zijn, en desondanks uitstekende prestaties leveren.’

Overschatten

‘Veel trainers
overschatten hoe ge­ makkelijk gedachten te veranderen zijn en hoeveel invloed
die gedachten hebben op prestaties. Ze zijn vaak op zoek naar controle, en
denken: als een speler maar genoeg zelfvertrouwen heeft, dan presteert hij
goed. Maar er is nog nooit een medaille uitgedeeld voor degene met het hoogste
zelfvertrouwen. Uiteindelijk draait het om wat je doet op het veld. Prestaties
zijn geen gevolg van gedachten, maar van handelingen.

‘Zorg dat je eerste balcontact goed is’ is typisch een opmerking of gedachte die voortkomt uit een drang naar controle. Er is zoveel onzeker rondom een wedstrijd dat we dingen aangrijpen om controle te voelen. Eigenlijk is het een illusie, want controle hebben we niet.

Dit gebrek aan controle zegt overigens niets over het verloop van de wedstrijd. Als ik sporters uitleg dat het logisch is dat ze ongemak ervaren richting wedstrijden, zie ik het effect hiervan vaak direct terug. ‘Oké, ik ben dus niet raar, die gedachten zijn niet slecht en ze hoeven niet te verdwijnen om goed te kunnen presteren.’

Bovenstaande tekst is het eerste gedeelte uit het interview met Kelly Dekker in De Voetbaltrainer 237. Later in het artikel gaat ze in op de vraag hoe je spelers kunt helpen om ondanks negatieve gedachten tóch goed te presteren.

Abonneer je op ons vakblad en ontvang iedere zes weken 80 pagina’s vol vakinformatie over alle aspecten van het trainersvak. In dit e-book, opgebouwd uit interviews met onder meer Rasmus Ankersen, Peter Bosz, Bill Beswick en Robin van Galen, lees je alles over voetbalpsychologie en communicatie. Je kunt De Voetbaltrainer 237, waarin het gehele interview met Kelly Dekker staat, los nabestellen.