Vanuit zijn
achtergrond als ontwikkelingspsycholoog (meer gericht op het individu) en systeemtherapeut
(vooral gericht op relaties) is Steven Pont specialist op het gebied van het
functioneren van individuen in een team. De Voetbaltrainer sprak hem onder meer
over de omgang met ouders en de rol die je aanneemt als trainer.

Systeemtheorie

Wat is de systeemtheorie in een notendop?

Steven Pont

Steven Pont: ‘Die gaat ervan uit dat individueel gedrag relationeel wordt bepaald, of in elk geval wordt beïnvloed. Ik vind de systeemtheoretische kant erg hoopvol. Die gaat er namelijk van uit dat iemand zich kan ontwikkelen, of in elk geval tot ander gedrag kan komen, als de relatie verandert. Vanuit de systeemtheorie kijken we dus niet naar een voetballer als een individu, maar als een onderdeel van het systeem om hem heen.

Als dezelfde groep spelers eerst wordt getraind door de ene trainer en later door de andere, is dit een ander team. Dat is opvallend, want de groep bestaat nog uit dezelfde spelers, met dezelfde karaktereigenschappen. Toch blijken die spelers tot ander gedrag in staat. De ene trainer doet namelijk een heel ander beroep op de relaties met en tussen spelers dan de andere.

Wat systeemtherapeuten doen is niet zozeer sturen op personen, maar op relaties. Dus niet op stipjes, maar op lijntjes tussen die stipjes. Een individueel gerichte therapeut ontvangt een persoon, een systeemtherapeut altijd een relatie.

Er bestaat een relatie tussen een trainer en een speler die circulair causaal is: ze beïnvloeden elkaar. Een autoritaire trainer roept bijvoorbeeld verzet op bij een speler. Hoe meer verzet hij vertoont, hoe meer macht de trainer nodig heeft om hem onder controle te houden. Dat levert weer meer verzet op. Zo belanden zij in een macht-verzetrelatie die niet functioneel is.

De trainer is
degene van wie wordt verwacht dat hij de relatie met spelers actief beïnvloedt.
Een jeugdspeler is nog jong, die denkt daar niet of nauwelijks over na. Hij
ondergaat de relatie vooral. De trainer moet niet alleen overstijgende ideeën
over voetbal hebben, maar ook over de manier waarop hij zich verhoudt tot zijn
spelers. En niet alleen tot de spelers, maar ook bijvoorbeeld tot hun ouders.
Dit doe je om tot betere prestaties en meer plezier te komen, want daarvoor kom
je uiteindelijk met z’n allen bij elkaar.’

Relatie met ouders

Hoe kun je het best een goede relatie opbouwen met de ouders?

‘Toen ik zelf trainer was, nodigde ik alle ouders aan het begin van het seizoen bij ons thuis uit. In een informele setting, met een biertje en een wijntje in de hand, legde ik uit wat mijn plannen waren. Ik wilde niet centraal stellen hoe goed de spelers leerden voetballen, maar hoeveel plezier ze in het spelletje kregen. Ik vroeg aan de ouders of iemand daar bezwaar tegen had. Niemand, gelukkig.

Vervolgens legde ik uit wat deze keuze inhield. Bijvoorbeeld dat ik bij een voorsprong onze beste speler naar de kant zou kunnen halen om ook een minder goede speler speeltijd te geven, waardoor we de wedstrijd zouden kunnen verliezen. Door dit met ze te bespreken, timmerde ik dit al aan de voorkant dicht. Als deze situatie zich vervolgens voordeed, kreeg ik er geen kritiek op. Ik had vooraf uitgelegd waarom ik deze keuze maakte.

Binnen de
systeemtheorie staat het managen van zulke relaties centraal. Je kunt een
persoon niet los zien van het systeem eromheen. Dat maakte trainers als Rinus
Michels en Louis van Gaal zo goed. Dat waren pedagogen, met een achtergrond in
het onderwijs. Die snappen het systemische deel. Uiteindelijk win je daar
wedstrijden mee.

Een relatie opbouwen met ouders kan uiteraard ook op andere manieren dan in een plenaire bijeenkomst. In het seizoen waarin ik trainer was, betrok ik ze bijvoorbeeld voor iedere wedstrijd bij de warming-up. Zij stonden in een kring rondom de spelers en gooiden of rolden de bal naar ze toe. De spelers kopten of schoten deze terug in hun handen. Dit deden we iedere zaterdagochtend, waardoor de ouders zich erg betrokken voelden bij het team. Dat maakte de contacten veel laagdrempeliger.

Een bijkomend voordeel was dat ik het eerder even over bepaalde zaken kon hebben die ik belangrijk vond. Dan besprak ik bijvoorbeeld met een ouder dat ik geen geschreeuw wilde langs de kant. Tijdens de wedstrijd ben je puur supporter. Punt. Wanneer je actief in de relatie met ouders investeert, kun je ook meer eisen stellen aan die relatie.

Wie werkt met een groep jeugdspelers, heeft te maken met drie systemen: de groep spelers, de groep ouders en de totale groep van spelers én ouders. Als jeugdtrainer denk je na over de manier waarop je je wilt verhouden tot al die systemen. Als trainer ben je namelijk nooit jezelf. Je neemt altijd een bepaalde rol aan waarin je de spelers het best kunt begeleiden. Je positie is duidelijk: jij bent de trainer. Maar binnen de positie neem je een bepaalde rol aan. Daar kun je over nadenken en met elkaar over praten, zoals je dat ook over het voetballen zelf doet.’

Trainersrollen

Welke rollen kan een jeugdtrainer zoal aannemen?

‘Bijvoorbeeld die van blaffende generaal. Dat is iemand die richting de spe- lers handelt vanuit een machtspositie. Als je die rol aanneemt, weet je dat er verzet komt. Het tegenovergestelde is de rol van allemansvriend. Die heeft vaak onvoldoende gezag bij de spelers.

Een goede middenweg vind ik die van ‘ferme trainer’. Je bent niet te streng, want dan zijn de spelers een speelbal van jouw emoties. Maar ook niet te soft, want dan ben jij de speelbal van de emoties van de spelers. Ferm wil zeggen dat je toegankelijk bent, maar wel grenzen stelt. Je laat je beïnvloeden, maar bent niet totaal beïnvloedbaar. Je visie is helder, maar als iemand met een goed idee komt, sta je daarvoor open.

Dat sluit ook aan bij de manier waarop je wilt dat er met jou wordt omgegaan, bijvoorbeeld door het bestuur. Geen trainer wil een bestuur dat hem precies vertelt wat hij moet doen, maar ook geen bestuur dat hem helemaal vrijlaat omdat enige vorm van visie ontbreekt.’

Bovenstaande tekst vormt het begin van een uitgebreid interview met Steven Pont in De Voetbaltrainer 237. Later in het artikel gaat hij onder meer in op de communicatie richting spelers en het bevorderen van hun plezier. Abonneer je op ons vakblad en krijg een JAKO tactiekbord ter waarde van €74 cadeau. Je ontvangt dan iedere zes weken 80 pagina’s vol vakinformatie over alle aspecten van het trainersvak. Wil je meer weten over Steven Pont en het begeleiden van spelers en ouders, bestel dan De Voetbaltrainer 237 als los nummer of bekijk de video op YouTube die hij in samenwerking met de KNVB maakte