Spelpatronen en principes zijn termen die veel voorbijkomen in onze artikelen, zowel online als in ons vakblad. Wat zijn dit, wat zijn de belangrijkste verschillen en hoe verhouden ze zich tot elkaar in de speelwijze van een team?

Spelprincipes

Principes zijn tactische afspraken voor een team die in (nagenoeg) alle situaties gelden. Dit gaat bijvoorbeeld om de as dichthouden, een overtal rondom de bal creëren of direct drukzetten na balverlies.

Spelpatronen

Patronen zijn specifieke, gestandaardiseerde situaties in het spel. Voorbeelden zijn doordekken door de as, de spits inspelen en eronder komen en de overlap van de back als de buitenspeler wordt ingespeeld.

Verschillen

SpelprincipesSpelpatronen
AlgemeenSpecifiek
Onafhankelijk van de situatieAfhankelijk van de situatie
AbstractConcreet
Gelden (nagenoeg) altijdKunnen lang niet altijd
Zorgen voor duidelijke kadersZorgen voor automatismen
Bieden flexibiliteitBieden vastigheid
Nuttig in chaotische situatiesNuttig in overzichtelijke situaties

Verdedigend

Stel dat een bepaald team met drie spelprincipes werkt tijdens het verdedigen.
  • Op eigen helft altijd druk op de bal (druk)
  • Onderlinge afstanden klein houden (compact)
  • De bal mag niet in het blok komen (as dicht)
Dit biedt de ‘basis’ in elke situatie, ongeacht of de tegenstander aanvallend of verdedigend speelt, of ze twee of drie spitsen hebben, of er een voorsprong of een achterstand is, of er een rode kaart is gevallen en of het veld vlak of hobbelig is.Daarbovenop zorgen spelpatronen voor automatismen.
  • Onze spits dwingt de bal vanaf de centrale verdediger naar de back.
  • Onze buitenspeler dwingt de bal langs de zijlijn naar hun buitenspeler.
  • Onze back zit kort en onze buitenspeler sluit hem vanaf de andere kant in.
Dit is een veel concreter plan, dus is het voor spelers beter te begrijpen en uit te voeren. Een nadeel is wel dat dit alleen toe te passen is in overzichtelijke situaties. Soms zijn er factoren die een vast patroon om zeep helpen. De linker centrale verdediger speelt bijvoorbeeld heel snel de lange bal, of de linksback is heel vaardig en passeert de rechtsvoor die druk op hem zet.

Aanvallend

In balbezit geldt hetzelfde voor de manier waarop principes en patronen zich tot elkaar verhouden. Stel dat een team in balbezit speelt volgens drie principes.
  • We creëren een overtal rondom de bal.
  • We zijn op zoek naar spelers tussen de linies.
  • We wisselen af tussen diepgaan en in de bal spelen.
Dit zijn allemaal ‘richtlijnen’ die de spelers meegeven wat de bedoeling is, zonder dat ze heel concreet worden. Wat er moet gebeuren is duidelijk, hoe de spelers dit doen moeten ze vooral zelf invullen. Daar kunnen patronen bij helpen.
  • Als onze rechter centrale verdediger indribbelt, gaat de linkshalf diep.
  • Als we een wisselpass spelen op de rechtsvoor, maakt de rechtsback de overlap.
  • Als onze buitenspeler een voorzet geeft, beweegt de spits naar de eerste paal.
Deze afspraken zijn concreet en geven spelers veel duidelijkheid. Een nadeel is wel dat situaties nooit precies zo zijn als vooraf in de wedstrijdbespreking op het magneetbord. Spelers moeten ook vrijheid houden om keuzes te maken op basis van de specifieke situatie die zich voordoet.

Versterken

Dat is waar principes en patronen elkaar versterken. Zonder principes is er te weinig structuur en houvast voor de spelers in ongeorganiseerde situaties. Zonder patronen zijn er te weinig automatismen waarbij spelers van elkaar weten wat er in een bepaalde situatie precies gaat gebeuren.Michele Santoni zegt daarover in De Voetbaltrainer 238 (verschijningsdatum 11-05-2018) het volgende: ‘Enige tijd geleden praatten we in het voetbal bijna alleen maar over spelpatronen. Tegenwoordig is er veel aandacht voor spelprincipes. Ik vind dat we nu op het punt zijn dat die principes dusdanig zijn ingeburgerd, dat het tijd wordt om weer meer patronen in te slijpen. Principes vormen de basis in veel situaties, patronen zorgen daarbovenop voor automatismen.’

Meer weten