Hoe relevant is de formatie waarin een team speelt? Wat zegt die over de veldbezetting en intenties van een team? En hoe kunnen we formaties het best aanduiden? Vijf stellingen (met vijf redactionele antwoorden). 

1) Eén spelsysteem volstaat voor aanvallen én verdedigen

Oneens

Veel teams verdedigen in een andere formatie dan waarin ze aanvallen. Het is daarom ook logisch om van twee formaties te spreken, één voor aanvallen en één voor verdedigen.

In Nederland is het meest gehanteerde spelsysteem in balbezit 1:4:3:3. Zonder bal is dat 1:4:4:2. Door van 1:4:3:3 te spreken, wordt de verdedigende formatie vergeten. Voor 1:4:4:2 geldt het tegenovergestelde.

2) De formatie waarin een team speelt, zegt niets over de intenties

Eens

De formatie 1:4:3:3 kan heel defensief worden ingevuld, terwijl 1:5:3:2 juist erg aanvallend kan zijn. Spelsystemen zeggen alleen iets over de beginposities van de spelers.

Daarbinnen kunnen backs bijvoorbeeld veel of weinig mee opkomen en kan een team hoog of laag drukzetten. Die tactische afspraken zeggen veel meer over de aanvallende intenties dan het systeem waarin een team speelt.

3) Het is logisch om een formatie altijd met drie linies aan te duiden

Oneens

De ene 1:4:3:3 kan erg verschillen van de andere. Hetzelfde geldt voor 1:4:4:2 en 1:3:5:2. Door een formatie aan te duiden in drie linies (als de keeper niet als linie wordt gerekend), wordt slechts een deel van het verhaal verteld.

Een extra toevoeging als ‘met de punt naar achteren’ of ‘in een ruit’ kan al een hoop verduidelijken. Een andere optie is het toevoegen van een vierde (of zelfs vijfde) linie, zoals 1:4:1:4:1, 1:3:4:1:2 of 1:4:1:2:1:2.

4) Formaties bepalen de hele wedstrijd lang in welke veldbezetting een team speelt

Oneens

Spelsystemen zeggen vooral iets over de startposities van de spelers, omdat het al snel een chaos wordt als iedereen de hele wedstrijd door elkaar loopt.

Maar als een team eenmaal aan het aanvallen of verdedigen is, ontstaan altijd andere veldbezettingen. Dat is ook wenselijk, omdat een team anders te voorspelbaar wordt.

Kasper Hjulmand, trainer van FC Nordsjælland, zegt daarover in De Voetbaltrainer 238: ‘Er is maar één fase waarin bij ons duidelijk een formatie zichtbaar is: als we op eigen helft in onze organisatie verdedigen. In alle andere fases van het spel is onze formatie heel flexibel.’

5) Als trainer laat je de formatie afhangen van het beschikbare spelersmateriaal

Eens

Wie over drie goede buitenspelers beschikt, doet er waarschijnlijk niet verstandig aan om voor de formatie 1:4:4:2 in een ruit te kiezen. En wie twee zeer dynamische spelers in de selectie heeft die de hele vleugel kunnen bestrijken, zou op z’n minst een 1:3:5:2-formatie kunnen overwegen.

De individuele kwaliteiten van spelers komen het best tot hun recht als zij op een positie (en in een bepaalde rol) spelen die bij ze past.

Meer weten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.