In de Voetbaltrainer 243 vertelden Jorg van der Breggen en Teun Jacobs over de kwestie van vroege talentherkenning en -ontwikkeling. In aanvulling daarop gaat het artikel hieronder verder.

Onderbouw betaald voetbal
Teun Jacobs
: ‘We zien in Nederland een diverse spreiding wanneer Betaald Voetbal Organisaties starten met hun jeugdopleiding. Er zijn voorbeelden van clubs die starten met zesjarige kinderen en er zijn ook clubs die starten met kinderen van dertienjarige leeftijd. Daarom vindt de KNVB het belangrijk om inzicht te hebben in wat het effect is van de in-, uit- en doorstroom op jonge leeftijd binnen Betaald Voetbal Organisaties.
De huidige data, vanaf de Onder 13 en ouder (zie afbeelding) geeft aan wat de doorstroom is naar het volgende seizoen. Er stromen gemiddeld zo’n 150 spelers uit en daarnaast stroomt er jaarlijks vijftien procent spelers in vanuit het amateurvoetbal. Hiermee wordt duidelijk dat ook in deze categorie de invloed en het belang van het amateurvoetbal nog nadrukkelijk aanwezig is.
Vanaf seizoen 2019/2020 zullen we ook data genereren en monitoren van spelers onder twaalf jaar, zodat we dus kunnen zien wat de in-, uit- en doorstroom in deze categorieën gaat zijn.
Bovenstaande geeft het belang weer om goede samenwerking te realiseren tussen het betaald en amateurvoetbal. We denken dat het essentieel is om op het vlak van talentherkenning en -ontwikkeling beide nog nauwer met elkaar samen te laten werken.
Daarom zijn we aan het nadenken om vanaf het seizoen 2020/2021 te kijken of we middelen kunnen vrijmaken voor goede initiatieven op het gebied van samenwerking tussen het amateur- en betaald voetbal.’

‘Met enige zorg kijk ik naar deze cijfers, gezien het grote verloop in de Onder 13, laat staan als we straks cijfers krijgen van spelers van nog vijf jaar jonger’

Certificeren
Teun Jacobs
: ‘Nederland staat in de wereld bekend als een goed opleidingsland. Om dit verder door te ontwikkelen werken we in Nederland met een integraal certificeringsmodel, zowel voor het betaald voetbal (verplicht) als voor het amateurvoetbal. In dit model wordt de gehele jeugdopleiding onder de loep genomen, maar we richten ons nu specifiek op de onderbouw. De volgende zaken zijn hierin opgenomen die wat ons betreft richting geven voor wat betreft de onderbouw (t/m Onder 12):

  1. Goed gediplomeerd (met name pedagogisch geschoold) kader op deze doelgroep (UEFA B in combinatie met o.a. PABO, ALO, S&B niv. 4);
  2. Het aantal spelers en de straal vanwaar spelers vandaan mogen komen is gemaximaliseerd;
  3. Samenwerkingen met amateurverenigingen op het niveau van kader en spelers binnen het eigen achterland.

Door deze eisen bewaken we een standaard in het belang van Nederland als opleidingsland, waarin te allen tijde het belang van de jeugdspeler centraal moet staan. Ook zetten we voor nu en in de toekomst nog nadrukkelijker in op het principe van ‘zo veel als mogelijk, zo lang als mogelijk en zo goed als mogelijk’, dit betekent dat we in de komende jaren de clubs zullen gaan beïnvloeden en ondersteunen om vanuit dit perspectief meer logische keuzes te maken, ook in samenwerking met het amateurvoetbal.’

Externe scouting
Jorg van der Breggen
: ‘Gegeven de kennis over dit thema is het voor ons niet logisch dat jeugdspelers in de pupillenleeftijd aan de andere kant van Nederland gaan spelen om op hun niveau te kunnen voetballen. Ook een overstap van de ene BVO naar de andere BVO in deze leeftijd geniet niet onze voorkeur, omdat deze jonge spelers (wederom) uit hun sociale omgeving worden gehaald en zodoende wellicht al op deze zeer jonge leeftijd starten bij hun derde of vierde club. Hierdoor komen zeker ook de gewenste pedagogische aspecten (nog meer) onder druk te staan. Wij zullen als KNVB dit standpunt in iedere vergadering waar dit ter tafel komt dan ook uitdragen!
Als KNVB kunnen en willen we het verkeer tussen spelers in de pupillen van de ene naar de andere club niet verbieden. Iedere speler heeft immers de vrijheid om eigen keuzes te maken, maar wat wel een vereiste is, is dat clubs zich correct gedragen langs de reglementen van externe scouting. Openheid en transparantie zijn hierbij in het belang van de jeugdspelers en onderlinge relatie tussen de vereniging essentieel.’ (zie Richtlijnen externe scouting hieronder)

‘De speler is nooit eigendom van een amateurvereniging. Spelers mogen dan ook altijd langs de richtlijnen van externe scouting benaderd worden en/of stage lopen’

Richtlijnen externe scouting
Voor dit traject van ‘externe scouting’, dat start vanaf het moment van volgen door middel van scouting tot aan het al dan niet wisselen van vereniging door een jeugdvoetballer, gelden er bindende richtlijnen die rechtdoen aan de belangen van alle betrokken partijen. Bij de communicatie die hierbij moet ontstaan, staat het belang van de jeugdvoetballer in kwestie en de onderlinge relatie tussen beide verenigingen te allen tijde centraal. Bovendien wordt bij externe scouting algemeen erkend dat alle partijen bij uitstek baat hebben bij een transparant proces.
De KNVB ziet erop toe dat dit traject in een transparante sfeer verloopt en de jeugdvoetballer, de ouders, de verenigingen waar de jeugdvoetballer geregistreerd staat en de scoutende vereniging de opgestelde richtlijnen volgen. Alle informatie hierover hier terug te vinden.

Longreads voorjaar 2019:
Onvoorziene gevolgen van te vroeg selecteren
Alternatieve modellen
Inzichten van pilotclubs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.