In De Voetbaltrainer 240 vertelde Patrick van der Molen over het belang van context, wanneer je het nemen van de strafschop wilt trainen. Want hetgeen er om je heen (extern) en binnen jezelf (intern) gebeurt, draagt bij aan de manier waarop je een bepaalde handeling uitvoert. In dit vervolg komt het begrip context opnieuw aan bod, maar dan in relatie tot spanning in het voetbal, de zogenaamde ‘Angstgegner’.

Waarom lukt het Roger Federer maar niet om te winnen van Rafael Nadal? En waar ligt het aan dat Ajax historisch gezien problemen heeft als het bij FC Utrecht op bezoek gaat? Volgens de sportpsychologie heeft dit te maken met het fenomeen Angstgegner. Met de term Angstgegner wordt een tegenstander of een situatie bedoeld, die door eerdere ervaringen een zodanige spanning oproept dat normaal functioneren niet mogelijk is. Er is sprake van een negatief werkend mechanisme, gebaseerd op een klassieke conditionering of modelleren. Met andere woorden: de speler (of spelers) heeft een verbinding in het brein aangelegd tussen een specifieke situatie en een angstige emotie. Voorbeelden van vragen over de Angstgegners:
• Waarom hebben we het altijd lastig tegen die bepaalde tegenstander?
• Waarom durft hij niet meer in te dribbelen?
• Waarom speelt hij slecht wanneer hij als linksback wordt opgesteld?

angstgegner

Experimenten

Als trainer kan je spelers hiermee leren omgaan. Stel er wordt een partijspel gespeeld, dan spreek je als trainer met een speler af dat hij minstens vijf keer een inspeelpass tussen twee tegenstanders door gaat geven. Van tevoren bevraag je hem: ‘Hoe waarschijnlijk acht jij de kans dat je balverlies lijdt?’ Die speler zal ongetwijfeld zeggen dat die kans groot is en dat het zeker drie of vier keer gaat gebeuren. Hij is vooral uit op bevestiging van de minder goede passes en zoekt bevestiging voor zijn vermijdingsgedrag. Als trainer ga je hier niet in mee, en daarom is het gesprek na afloop van de oefening essentieel (evaluatie). De kans dat er meer goede dan slechte passes zijn gegeven, is ongetwijfeld groter. Die goede passes benadruk je. Als het op de training lukt, dan kun je het waarschijnlijk ook tijdens de wedstrijd. Dat is de volgende stap.

Exposuretherapie

Het zojuist genoemde voorbeeld is een voorbeeld van exposuretherapie. Spelers worden als het ware gedwongen om handelingen uit te voeren waar ze bang voor zijn. Hierdoor hoop je de redeneerfout die ze maken na verloop van tijd op te lossen. Het is bij exposuretherapie belangrijk dat de speler zich uiteindelijk leert begeven in de meest angstopwekkende situatie die mogelijk is. Doe je dat niet, dan komt de angst weer terug. Gedragsverandering is niet iets dat van de ene op de andere dag ontstaat. Maak je spelers hier ook op attent en calculeer in dat het even kan duren voordat je resultaat ziet.

Meer weten?

Bovenstaande tekst bestaat uit passages uit ons interview met Patrick van der Molen in De Voetbaltrainer 243.

VT243 – een special over voetbalpsychologie – is los na te bestellen in de webshop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.