Jaarlijks ligt de opleiding UEFA Pro van de KNVB onder een vergrootglas. Wie worden toegelaten, hoe vergaat het de deelnemers en wie haalt wanneer het diploma om officieel als hoofdtrainer in het betaalde voetbal werkzaam te mogen zijn? De Voetbaltrainer volgde de afgelopen maanden een aantal betrokkenen en werd zo in staat gesteld om zich een gedetailleerd beeld te vormen van deze trainersopleiding van de bovenste plank. In VT246 kan men het 10 pagina’s grote artikel lezen. Een uitbreiding op deze tekst volgt hieronder.

Begeleiding op maat:
docentbezoek bij de deelnemers

In het kader van de opleiding komen de docenten en leercoaches een aantal keer langs bij de deelnemers op de club. Dennis Demmers komt in de hoedanigheid van docent op bezoek bij NAC Breda om het traject van Willem Weijs te begeleiden. Hierin wordt de deelnemer begeleid, ondersteund en een spiegel voorgehouden. De Voetbaltrainer mocht een keer aanschuiven.

Dennis Demmers: ‘Deze bezoeken worden vanuit het leertraject een aantal keer gedaan. Aan het begin zijn docent en leercoach twee keer samen langs geweest voor een kennismakings- en POP-gesprek. Halverwege het seizoen is het zo dat docent en leercoach onafhankelijk van elkaar gaan. Daarbij kijken we hoe het gaat en hoe de deelnemer ervoorstaat. Ik vraag de deelnemer een beeld te schetsen hoe het met de stage gaat en mij mee te nemen in het proces tot dan toe. Wat is de status van de doelen vanuit zijn ontwikkelprofiel per kerntaak, hoe staat hij ervoor met de opdrachten enz. De leercoach praat meer vanuit zijn eigen ervaring. Zo krijg je input vanuit meerdere invalshoeken. Een bezoek van de leercoach of docent is ook een moment om feedback te krijgen op kerntaak 1 en 2. Geven van training en het coachen van een wedstrijd is taak 3 en het managen van het begeleidingsteam taak 4. De docent legt dan ook vooral de link richting de PVB. Hoe moet die eruit komen te zien en welke beheersingscriteria heb je al wel of nog niet aangetoond. De deelnemer kan daarnaast feedback vragen op de doelen die hij zelf geformuleerd heeft.’

Ontwikkelgesprekken

Willem Weijs: ‘Als ik kijk naar mijn ontwikkelprofiel heb ik de afgelopen weken met verschillende mensen gesproken. Voor de tactische periodisering heb ik gesproken met Frank Wormuth. Het training geven bij NAC 1 gaat ook goed, met minimaal twee trainingen per week onder mijn leiding waardoor ik het idee heb dat ik mezelf kan door ontwikkelen.’

Dennis Demmers: ‘Als we kijken naar je ontwikkelprofiel van de kerntaak training geven, heb je dan het gevoel dat jij je voldoende kan ontwikkelen?’

Willem Weijs: ‘Dat idee heb ik wel. Het gaat dan over het positie kiezen bij het partijspel om het geheel te overzien. En het verbeteren en bewaken van de organisatie van de tegenpartij, wat een voorwaarde is om voor je eigen team het gewenste voetbalgedrag te zien. Dat wordt wel makkelijker op het moment dat je het vaker doet. Dat zijn echt ervaringsdoelen. Wat betreft tactische periodisering heeft Frank me interessante inzichten gegeven. Hij vertelde hoe minutieus hij alles, vooral in de voorbereidingsperiode, plant. We hebben het verder gehad over speelwijzetraining versus speelplantraining. Wat plan je van tevoren, hoe flexibel blijf je in je trainingen met het oog op de komende wedstrijd? Dat heeft mij enorm aan het denken gezet.
Voor het begeleiden van spelers heb ik met Tim Gilissen en Remco Oversier gezeten, en met Adrie Poldervaart heb ik gebeld om te spreken over wat het verschil is tussen jeugd- en seniorenvoetbal. En ik wil sparren over het thema mentorschap, het extra begeleiden van spelers. Ik wil dat weten omdat ik al relatief veel ervaring heb in het jeugdvoetbal, maar nu de stap heb gemaakt naar het eerste elftal. Ik denk dat het mentorschap veel kan bijdragen aan de individuele ontwikkeling van spelers, alleen ben ik er ook van bewust dat het veel valkuilen met zich mee kan brengen. Daarover heb ik met hen gesproken.
En verder heb ik me in gesprekken gericht op het managen van begeleidingsteam. Ik heb gesproken met Peter Uijterwaal en voor de driedaagse begon met René Felen. Dat waren heel leuke gesprekken. Ze hebben mij laten inzien dat het voor je winnen van het begeleidingsteam echt iets heel anders is dan bij jeugdvoetbal. Aan de ene kant is het makkelijker omdat je de hele dag op de club bent, aan de andere kant heb je daar ook te maken met mensen die ambities en teleurstellingen hebben waar je als hoofdtrainer mee om moet gaan. Wat ik echt heb geleerd is dat die rest van het begeleidingsteam voor enorme verbinding kan zorgen met je spelersgroep. Dat is echt een eye-opener geweest.’

Coachen van een wedstrijd

Op de dag dat Dennis Demmers langskwam bij Willem Weijs, was in de avond de competitiewedstrijd van Jong NAC tegen Jong Excelsior. De koploper tegen de nummer laatst. Weijs zou de wedstrijd voorbereiden en coachen. Deze activiteit kon dan direct worden aangegrepen om handvatten te geven als het ging om de vereisten tijdens de PVB coachen van wedstrijden, volgend jaar.
Willem Weijs: ‘Om 17:00 uur komen de jongens bij elkaar, dan moeten ze in de kleedkamer zitten. Dan krijgen ze de opstelling pas. Dit zou ik normaal gesproken anders doen, maar de praktische situatie bij Jong is complex waardoor ze de opstelling pas op de dag zelf krijgen. De wedstrijdbespreking ondersteun ik met videobeelden uit mijn eigen database. Daar heb ik een bord en visuele hulpmiddelen voor.
Ik ga eigenlijk iets doen waar ik normaal geen fan van ben, maar omdat ik de rest van de week niet intensief kan trainen met de volledige groep, heb ik toch besloten om nu voor deze manier te kiezen. Ik ga een doelstelling formeren in de zin van een einduitslag, die eventueel in de rust nog bijgesteld kan worden. Wij staan bovenaan, de tegenpartij staat laatste: daar moet ik wat mee doen. Ik probeer ook het mentale te triggeren omdat ik weet dat er een paar spelers bij zouden kunnen zitten die misschien niet optimaal gemotiveerd zijn voor een wedstrijd bij de Beloften. Dat is misschien niet goed, maar ik begrijp hoe zoiets werkt. Ik heb data en cijfers erbij genomen van ons en van de tegenpartij. Omdat het bij ons beleid is om niets te doen met videobeelden van de komende tegenstander in de Beloftencompetitie wilde ik de spelers toch prikkelen op een alternatieve manier. Dit hebben we nu dus gedaan door verdieping te zoeken in feiten en achtergrondinformatie. Dit is onderverdeeld in drie dingen. Ik verwacht een tegenpartij die gaat inzakken, omdat ze onderaan staan en wij bovenaan. We willen ze op eigen helft vastzetten. Hier gebruik ik de vijfseconderegel; dit betekent snel en agressief drukgeven op de bal door onze dichtstbijzijnde spelers, direct als we de bal verliezen. Ik heb dit ook geïllustreerd met videobeelden. En dan hebben we aanvallend gezien diepteloopacties, zowel met een steekbal als diepte aan de contrakant. Dat gaat eigenlijk om het creëren van ruimte, zowel voor jezelf als voor een ander. Voor het derde ben ik eigenlijk geïnspireerd geraakt door de analyse van Duitsland die we laatst hebben gemaakt rondom de driedaagse in Zeist. Dat is de kantwissel. Dus lokken aan de ene kant en dan uitkomen aan de andere kant. Dat deden zij echt geweldig.’

Dennis Demmers: ‘Wat verwacht je te moeten beïnvloeden tijdens de wedstrijd en hoe ga je dat doen?’

Willem Weijs: ‘Ik vermoed dat in de kantwissel het tempo maken belangrijk is. En ik hoop dat na de kantwissel ook (diepte)loopacties ontstaan. Ik verwacht dat de vijfseconderegel erin zit; hier hebben we namelijk de afgelopen periode al vaker aandacht aan besteed. Dat is vaak iets wat je achteraf moet coachen. Wat betreft het creëren van de andere loopacties, zijn we altijd afhankelijk van de situatie, dus dat zal vaak achteraf gebeuren. Ik denk dat ik dit door middel van individuele coaching zal doen en door vragen te stellen vlak na het moment of bijvoorbeeld in de rust: checken of hij wel had gezien wat er óók mogelijk was. Ik geloof heel erg in de kracht van vragen stellen omdat spelers dan moeten nadenken over een situatie en meer verantwoordelijkheid en betrokkenheid voelen.’

Nabespreking

Willem Weijs: ‘In het gesprek met Demmers hebben we de criteria nagelopen die bij de PVB gehanteerd gaan worden, maar we hebben het ook echt over de wedstrijd gehad. Dennis heeft, zonder te bepalen of het nou goed of fout was, een paar dingen gezien waar hij het met mij over wilde hebben. Een paar dingen triggeren meteen en die schrijf je op. Hij had het bijvoorbeeld over dat ik fel en kort was in mijn bespreking en dat ik rustig was tijdens de wedstrijd. Hij vroeg dan of dat een bewuste keuze was. Maar ook of het een bewuste keuze was dat ik zelf de doelstelling had bepaald, in plaats van daarover met de spelers te overleggen. En we hebben het gehad over het geven van complimenten, hetgeen ik veel deed. Dat hoort bij mij. Ik wil ook graag de positieve punten van spelers benoemen. Ze weten wat ik graag wil zien en mogelijk komen ze in een positieve flow. Ik vind wel dat je bij het benadrukken van positiviteit altijd de lat hoog moet blijven leggen, want we werken wel in topsport. Het is wel het spel dat je als speelt als trainer, want je kunt niet alleen maar de positieve dingen benoemen. Dat spel spelen, tussen de lat hoog blijven leggen en spelers proberen in een flow te laten komen, vind ik interessant.’

Dennis Demmers: ‘Het gesprek begint met het terugkijken op het planningsgesprek. Wat was de deelnemer van plan te doen en hoe heeft hij het uiteindelijk aangepakt? Heeft hij de doelen die hij vooraf bedacht had, gehaald? Heeft hij de handelingen aangepakt zoals hij bedacht had? Hiermee begint de deelnemer met reflecteren op zijn eigen handelen. Als docent probeer je de deelnemer te triggeren om door te vragen op bepaalde keuzes die hij gemaakt heeft en aan het denken te zetten door wellicht te vragen of hij ook aan andere opties heeft gedacht en hoe hij het een volgende keer zou aanpakken. Wel benadrukken we telkens dat er géén goed of fout is.’

Vervolgtraject

Willem Weijs: ‘Dat sluit wel aan bij de nieuwe opzet van de opleiding, want die bal ligt nu bij mij. Maar het is nu zo, ik blijf de wedstrijden van Jong coachen en ik blijf bij de wedstrijden van het eerste elftal betrokken door op de bank te zitten en de hele aanloop en evaluatie van dichtbij mee te maken. Dus ik blijf mezelf zo ontwikkelen. Stel dat ik na vanavond het gevoel had gekregen dat Demmers het idee heeft dat ik er nog niet klaar voor was dan zouden we bijvoorbeeld kunnen afspreken dat hij nog een keer komt kijken om wat dingen te bespreken.’

Dennis Demmers: ‘De praktijk is de plek waar hij zich het meest kan en moet ontwikkelen. De rol van de praktijkbegeleider is dan ook een heel belangrijke. Die ziet de deelnemer vaker dan wij, borduurt voort op doelen die de deelnemer zichzelf gesteld heeft en kan hem vaak van feedback voorzien. Als startpunt wordt dan het bezoek van de docent of leercoach genomen waarbij de deelnemer soms zijn doelen aanpast of verder gaat met het ontwikkelen van de reeds gestelde doelen.
Tijdens de bezoeken wordt gekeken naar het verloop van het ontwikkeltraject tot dan toe, de status van de opdrachten en vindt verdieping plaats door middel van het discussiëren met elkaar over de wel of niet gemaakte keuzes en het waarom.
Hij schrijft een reflectie van de bijeenkomst waardoor zijn ervaringen inzichtelijk worden. Vervolgens gaat hij verder met het ervaren in de praktijk onder begeleiding van zijn praktijkbegeleider. De praktijkbegeleider moet in het bezit zijn van UEFA Pro en is vaak de hoofdtrainer of een assistent-trainer van het eerste elftal.’

Eigen richting geven

Willem Weijs: ‘Er zijn zes kerntaken die de KNVB onderscheidt voor de trainer-coach op het niveau van UEFA Pro. Bij iedere kerntaak heb ik wel twee, drie of zelfs vier leerdoelen voor mezelf opgesteld. Bijvoorbeeld het uitwerken van tactische periodisering voor mezelf. Ik heb dus nu gepland dat ik met verschillende mensen in gesprek ga, om vervolgens aan het einde van de opleiding te zeggen wat het beste past bij mij en mijn visie. Het voordeel is wel dat het doen van UEFA Pro deuren opent. Je komt bij sommige clubs of trainers net iets makkelijker binnen. Voor de tactische periodisering sprak ik bijvoorbeeld met Frank Wormuth van Heracles Almelo en ik zou heel graag met Victor Frade in contact komen. Dat is toch de grondlegger van de dit vakgebied.
Ik ben nu ook bezig met de VU in Amsterdam. Daar ben ik geweest en in gesprek gekomen met Geert Savelsbergh en Tom de Joode om te kijken naar een onderzoek naar creativiteit in het voetbal dat we samen kunnen gaan opzetten. We zijn nu aan het onderzoeken of creativiteit gemeten kan worden en zo ja, kan het gestimuleerd worden door bijvoorbeeld kleine partijen, maar ook via differentieel leren. Dan hebben we het over kennis delen en verbreden. Ik geloof steeds meer dat niet de slimste of de sterkste bovenaan staat, maar degene die zich openstelt en zich kan en vooral ook durft aan te passen. Ik probeer me in die zin aan te passen aan wat er gevraagd wordt in het voetbal om mezelf te verbeteren, met als uiteindelijke doel spelers en teams te verbeteren. Ik krijg alle medewerking van NAC, ik heb mensen tot mijn beschikking vanuit de KNVB zoals Gerard Marsman en Dennis Demmers, dan moet je nu ook gasgeven. Deze dingen wilde ik ook weten zonder UEFA Pro, maar de opleiding en het netwerk waar je nu in zit werken alleen maar stimulerend en versterkend.
Je krijgt een paar opdrachten vanuit de opleiding, maar er zijn ook individuele leerdoelen die je zelf moet opstellen. Al het initiatief en dingen die ik graag wil leren komen echt vanuit mijzelf. Sommige dingen komen overeen met de opdrachten die we krijgen en die zullen uiteindelijk wel beoordeeld worden. Maar de uitkomsten van mijn leerdoelen krijgen geen cijfer, dat is echt iets voor jezelf. Dat zijn dingen die ik interessant vind en waarvan ik denk dat ze een bijdrage leveren aan de huidige ontwikkelingen binnen het moderne voetbal. Het zijn dingen die mij triggeren, waar ik meer over wil weten.’

Rol hoofdtrainer

Willem Weijs: ‘Ik ben nu gaan inzien dat de functie van hoofdtrainer zoveel meer inhoudt. Dat was bij NAC onder 19 ook wel zo, maar bij een eerste elftal is het allemaal wat ‘groter’. Het woord trainer is eigenlijk verkeerd. Je bent veel mensen aan het aansturen. Ruud Brood zit regelmatig in overleg met de directie, hij heeft persmomenten, overleg met de medische staf. Natuurlijk staat hij ook op het veld, maar het is echt iedereen bij elkaar houden en aandacht geven die ze verdienen. Je probeert het hele proces en iedereen die daarbij betrokken is te beïnvloeden. En dan moet je ook nog nadenken over het voetbal en je speelwijze. Welke beelden wil je wel of niet laten zien, welke oefeningen kies je? Ik ben nog meer gaan inzien van het belang van gemotiveerd kader om je heen als hoofdtrainer, want dat kader kan heel veel voor je wegnemen. Als ze gemotiveerd zijn en weten wat hun taak is, vergroot je de kans dat ze de spelers gaan beïnvloeden op de manier waarop jij dat wilt. Ik denk dat die staf voor je winnen cruciaal is als je hoofdtrainer bent in deze tijd. Brood geeft mij veel vrijheid bij de trainingen die ik verzorg, meestal op zaterdag en maandag. Soms wil hij weten wat ik ga doen, maar soms ook niet omdat hij wel weet waar ik voor sta.
Uiteindelijk denk ik dat een hoofdtrainer vier rollen moet kunnen spelen. Dit betekent per definitie dat een goede hoofdtrainer zijn, lastig is. Stel dat je als hoofdtrainer een innovatieve manier van spelen wilt laten zien met je team, waar moet je dan rekening mee houden? Je moet dan dus trainer (bijv. speelwijze ontwikkelen), coach (bijv. omgaan met spelers en staf zodat ze hun bijdrage leveren aan die speelwijze), manager (bijv. draagvlak creëren bij de directie) en leider (bijv. uitstralen dat je de zaken onder controle hebt en spelers inspireren) ineen zijn.’

De opleiding UEFA Pro bevindt zich (bijna) aan de top van de piramide van het opleidingsmodel van de KNVB.
Vakblad

De Voetbaltrainer is al 36 jaar hét vakblad voor de ambitieuze coach, met 80 pagina’s vol interviews, oefenstof en analyses. Word ook abonnee!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.