Een van de grootste verrassingen gedurende de zomer was de aanstelling van Gonzalo García als hoofdtrainer van FC Twente. García promoveerde vanuit de assistentrol en is als trainer een vrijwel onbeschreven blad. Toch twijfelde Technisch Directeur Ted van Leeuwen geen moment om hem aan te stellen: ‘Ik heb een half voetballeven op een trainer als García gewacht.’ Hoog tijd voor een inhoudelijk interview met de man die door zijn TD tevens als een ‘wiskundige denker over voetbal’ wordt gepresenteerd.

Klein veld bij opbouw

‘Als je de veel sterkere ploeg bent en de bal gemakkelijk van links naar rechts en andersom verplaatst, kun je verder uit elkaar spelen. De kans dat de tegenstander de bal verovert, is door het krachtsverschil immers gering. En bovendien: verlies je hem een keer, zijn jouw spelers waarschijnlijk goed in staat om hem weer te veroveren. Immers, ze zijn beter, sneller, sterker. In die gevallen kun je best met een groot veld spelen. Maar meestal is dit niet het geval. FC Twente is doorgaans niet veel sterker dan de tegenstander. Ook niet veel zwakker, dus er zit in de meeste wedstrijden een bepaald evenwicht. En dus moeten we het verschil maken met korte onderlinge afstanden op te bouwen. Zo zijn we tevens minder kwetsbaar bij balverlies.’

Dit seizoen

‘De onderlinge afstanden waren aanvankelijk uitstekend. We speelden dicht bijeen en konden op die manier met korte combinaties goed onder de druk van de tegenstander uit spelen (zie tekening 1). Dat ging verloren. De afstanden werden groter. Als de ruimtes te groot zijn, kun je onmogelijk goed opbouwen. Je wordt gedwongen tot een lange bal, en dat levert vaak balverlies op. Wij zijn geen fysiek extreem sterk team, dus dan ben je kwetsbaar. Dat is hetgeen na de eerste succesvolle reeks wedstrijden optrad. Onze linker centrale verdediger had bijvoorbeeld de bal, en de linksback, de linksmidden en de linksbuiten waren ver weg. Ze waren onbereikbaar. Hetgeen ervoor zorgde dat wij rond de middenlijn veel te snel en te vaak de bal kwijt waren. Het is moeilijk om te achterhalen waar zoiets aan ligt.’

Tekening 1 – Goede opbouw door FC Twente. De onderlinge afstanden zijn klein, er zijn diverse afspeelmogelijkheden.

Trainingsvorm 5:5 +5

‘We spelen in deze vorm 5:5 + 5 (zie tekening 2). Op de afbeelding speelt blauw samen met rood. Groen is de verdedigende ploeg. Zodra groen de bal verovert, wordt het team dat de bal inleverde het verdedigende team. De blauwe speler in het midden mag zich overal bewegen. De rode ploeg moet voldoende spelers rondom de bal krijgen om afspeelmogelijkheden te creëren. Dat is ook de reden dat ik het veld in vier vakken heb verdeeld, om dit beter herkenbaar te maken. Tegelijkertijd moeten blauw en rood er ook op toezien, dat de spelers die op een kleine ruimte combineren de kans hebben om uit de drukte te spelen en te openen. Daarom moeten altijd voldoende spelers afstand houden, maar wel op aanspeelbare afstand. Er wordt een punt gescoord zodra de bal bij alle ‘hoekspelers’ is geweest.’

Tekening 2 – Een oefenvorm 5:5 +5 met omschakeling in vier vakken

In De Voetbaltrainer 246 vertelt Gonzalo García uitgebreid over zijn kijk op voetbal. Hierboven zijn enkele passages uit dit interview weergegeven.

Vakblad

De Voetbaltrainer is al 36 jaar hét vakblad voor de ambitieuze coach, met 80 pagina’s vol interviews, oefenstof en analyses. Word ook abonnee!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.