Revy Rosalia voetbalde onder meer bij ADO Den Haag en Haarlem. Hij heeft het trainersdiploma UEFA B en gaat het vijfde seizoen in als zelfstandig hoofdtrainer. Hoe ervaart hij het werken bij de club uit Alphen aan den Rijn, de nummer 1 in de top 200 van hoogstspelende amateurclubs?

Goede randvoorwaarden

Revy Rosalia: ‘Iedereen heeft een eigen referentiekader. Vergeleken met de clubs waar ik voorheen heb gewerkt, waar het ook goed was geregeld, merk je toch aan kleine dingen dat Alphense Boys daarin nog een stapje verder is. Denk hierbij aan de kleding die op de eerste dag voor iedereen klaarlag, zodat iedereen de eerste dag in uniform is, materiaal van kwalitatief goed niveau, waardoor je daar als trainer er geen omkijken meer naar hebt. Daarbij is er met Dennis van den IJssel een echte vakman binnengehaald op het gebied van talentontwikkeling, die de trainer uitdaagt om zichzelf te blijven ontwikkelen. Daarbovenop bestaat de spelersgroep uit spelers met veel potentie, waar veel rek in zit. Daar haal ik ook mijn voordeel uit.

Periodiek hebben wij een trainersoverleg, waar onder andere de spelprincipes worden behandeld. Wij werken met een tactische periodisering voor alle leeftijdscategorieën, van de Onder 9 tot en met de Onder 19, al liggen de accenten per leeftijdsgroep natuurlijk anders. De hele opleiding werkt bijvoorbeeld twee weken aan het thema verdedigen. De tactische periodisering is de leidraad voor die twee weken, maar daarin krijgen de trainers ook de ruimte om binnen die week ook andere voetbalproblemen te behandelen. Maar het hoofdonderwerp blijft de teamfunctie van het tactische periodiseringschema op dat moment. Dat vind ik erg prettig. Want stel: je bent bezig met de opbouw van achteruit. Als waardering geef je dat een 6. Als je dat naar een 8 wilt krijgen, is dat lastig te realiseren wanneer je dat onderwerp na twee weken weer afsluit. Dus dan is het fijn dat je ook de andere weken ruimte hebt. Ik probeer dat als volgt te combineren. De maandag staat in het teken van techniek. Woensdag is mijn VCT-training. Donderdag is de tactische training waarin ik naast de teamfunctie van de tactische periodisering de teamfunctie die eerder niet goed ging train. Zo probeer ik dat over de gehele week te integreren, zonder de teamfunctie van de tactische periodisering uit het oog te verliezen.

Wij werken teamtactisch met een halfjaarplanning met een cyclus van zes weken. Hier zijn twee weken voor verdedigen, twee voor aanvallen en een voor beide omschakelmomenten. Momenteel zijn we bezig om dit aan te passen naar een cyclus van zeven weken. Deze ‘bonusweek’ kun je gebruiken om aandacht te geven aan de dingen die nog niet zo goed gingen. Hierin willen we ook met alle trainers bijeenkomen om te sparren en evalueren. Dit is altijd de zevende week van de cyclus.
Tevens zijn er themabijeenkomsten. Daarin gaan we in op een bepaald thema. Het thema wordt van tevoren aangegeven door Dennis, zodat de trainersgroep zich kan voorbereiden. Voordeel hiervan is dat we tijdens deze bijeenkomsten ook meteen de diepte in kunnen. Zo kunnen we tijdens de avond over bepaalde thema’s sparren. Op die manier bekijken we het voetbalprobleem uit verschillende perspectieven.

Wij hebben een samenwerkingsverband met Feyenoord. Ook vanuit deze samenwerking worden bijeenkomsten georganiseerd. Deze staan in het teken van ‘Train de trainer’. Hierin wordt een breed scala aan onderwerpen aangehaald. Allemaal onderwerpen om jezelf als trainer te verbeteren. Zo krijgen we ook extern input om ons te verbeteren. Daarbij probeer ik ook mezelf te ontwikkelen. Dat doe ik door veel te lezen, video’s te bekijken, maar ik probeer ook veel op te steken van andere trainers. Mijn idee is dat we vaak vertellen hoe dingen moeten, maar niet waarom. Dat probeer ik ook zelf aan te houden als trainer, de reden achter een bepaalde aanpak bekendmaken. Daarin betrek ik ook de spelers. Zij zijn tenslotte verantwoordelijk voor hun eigen beslissingen. Op die manier tracht ik een klimaat te creëren waarin spelers niet alleen leren van de trainer maar ook van teamgenoten en zichzelf. Ik daag ze daarin ook uit om open vragen te stellen, maar wil ze ook blijven uitdagen en triggeren, binnen de kaders die de club heeft gesteld. Op dit vlak is Pepijn Lijnders, de assistent-trainer van Liverpool, erg inspirerend. Lijnders weet gemakkelijk een wedstrijdsituatie te vertalen naar een bijvoorbeeld een simpele rondo, maar weet dit altijd uitdagend te houden voor de spelers. Dat probeer ik mee te nemen, om daar vervolgens op mijn eigen manier invulling aan te geven.’

Beginjaren als trainer

‘Het grote verschil tussen nu en toen ik net begon als trainer, is vooral dat ik nu veel meer als trainer denk. In het begin kwam ik zelf net van het voetbalveld af, waardoor je bepaalde dingen benadert als speler. Dat heeft zijn voor- en nadelen. Denk daarbij aan het inleven in spelers maar ook dat je te lang in de emotie van sport kunt blijven zitten. Terwijl je als trainer een helicopterview nodig hebt, die zo min mogelijk wordt beïnvloed door emotie. Dat is nog steeds een ontwikkelpunt voor me, dat zit ook in mijn karakter. Aanvullend weet ik ook steeds beter te filteren. Toen ik net begon was een trainer in mijn beleving iemand die wanneer hij iets constateert, dat benoemt en daarnaar handelt. Op die manier krijgen spelers een overload aan informatie, waardoor je niet effectief bezig bent. Nu probeer ik informatie in kleinere stukken over te brengen, waardoor dit beter wordt opgenomen. Daarbij houd ik ook rekening met de spanningsboog van spelers. Wedstrijdbesprekingen duren bij mij maximaal vijftien minuten en tijdens de rust probeer ik kort terug te komen op de eerder gemaakte afspraken, wat goed en beter kan en maken we een plan van aanpak voor de tweede helft, waarbij ik er bewust voor kies om de eerste twee minuten zelf niets te zeggen. Zo probeer ik de spelers ruimte te geven voor onderlinge interactie en om even tot rust te komen, om vervolgens weer het doel helder te maken. Wat ik op zaterdag verwacht, maak ik gedurende de week duidelijk; op zaterdag is het een samenvatting van waar we op getraind hebben. Om die reden kan ik een korte wedstrijdbespreking houden, zonder in herhaling te vallen en toch duidelijk te zijn in wat ik verwacht van de spelers.’

Spelprincipes

‘Ik hanteer een spelopvatting zoals wij die graag zien bij Alphense Boys, maar probeer onze sterke punten altijd te koppelen aan de zwaktes van de tegenpartij. Hierdoor pas ik onze manier van spelen af en toe aan om juist te kunnen profiteren van die zwaktes. Dan leg ik ook uit dat deze aanpassingen niet gemaakt worden uit angst, maar om de kans op succes te vergroten. Daarbij hecht ik veel waarde aan het maken van diepte direct na balverovering. Zo maak je het speelveld groter, waardoor er ruimte ontstaat voor middenvelders, maar als er genoeg ruimte ligt achter de verdediging van de tegenstander is dat ook meteen de snelste weg naar de goal.
Positiespel is een middel, geen doel op zich. Wij proberen de bal dusdanig rond te laten gaan dat er op het veld ruimtes ontstaan. Van deze ruimte moeten wij vervolgens weer gebruikmaken. Dit vergt ook een hoge snelheid van handelen van spelers. Op die manier kun je tegenstanders verrassen. Dit is ook essentieel voor de slaagkansen van spelers op latere leeftijd. Je zult op een bepaald niveau van voetbalintelligentie moeten zitten, wil je het uiteindelijk redden bij de senioren op dit niveau.

Een ander stokpaardje van mij is wanneer de tegenstander de bal heeft honderd procent elk duel in gaan, maar wanneer wij de bal hebben, uit de duels blijven. Hierdoor moet je te allen tijde in beweging zijn en ook weten wat er om je heen gebeurt. Zo verhoog je de handelingssnelheid. Hier train ik op door gebruik te maken van chaostrainingen. Hier moeten spelers zich continu aanpassen aan verschillende situaties. Ook leg ik in mijn oefenvormen de nadruk op kijkgedrag. Kijkgedrag kun je al implementeren in een pass-trapvorm. Zonder weerstand is dit al trainbaar te maken. Wanneer spelers dit goed doen, voeg je weerstand toe in de vorm van een verdediger. Afhankelijk van wat de verdediger doet moeten ze een bal kaatsen of opendraaien. Daarnaast probeer ik ook te spelen met afmetingen. Zo maak ik het veld kleiner wanneer ik de handelingssnelheid wil verhogen. Dit is wedstrijdechter dan bijvoorbeeld maximaal twee keer raken.’

Oefenstof

‘Ik haal veel inspiratie door goed om me heen te kijken. Zo kijk ik naar andere trainingen hier op de club, maar ook online op YouTube of www.touchtight.com. Ook ontwikkel ik mijn eigen oefenvormen. Enige tijd geleden raakte ik aan de praat met de HJO van Almere City. Hij zei: ‘Het gaat er niet om wat je doet, hoeveel je doet, maar wat je coacht.’ Ik werd getriggerd door deze uitspraak, hoe simpel die ook was. Je kunt bij een partijspel alle toeters en bellen erbij halen, maar op het moment dat je de verkeerde dingen coacht, leren spelers er weinig van. Zo gaat het tijdens een partijspel om het specifieke moment waarop je wil trainen. Bijvoorbeeld: zodra de back de bal ontvangt tijdens de opbouw, wil ik dat de spits aan diens kant komt aanbieden en ingespeeld wordt door de back. Vervolgens wil ik dat de buitenspeler er als derde man aan de binnenkant onder komt en de bal ontvangt vanuit de kaats van de spits. Wanneer is het moment dat de buitenspeler zich aanbiedt? Wanneer komt de spits over? Hoe moet de spits ingespeeld worden? Wat gebeurt er na de kaats op de buitenspeler? Dan ben je bezig met het coachen en trainen van dat moment. Dat is het hoofdmoment waar ik dan tijdens een partijspel op let. Het gaat om kwaliteit en niet om kwantiteit.

Als trainer moet je de boodschap zó overbrengen, dat de speler het gedrag ook in een vrije partij gaan vertonen. Als dat lukt, geniet ik daarvan. Wij zijn met de Onder 19 voor de winterstop gepromoveerd van de Eerste Divisie Laag naar de Eerste Divisie Hoog, wat nog geen enkele amateurclub is gelukt. Nu komen we in een competitie met de top 4 van onze competitie en de onderste 6 van de Eredivisie. Dat is een heel mooie uitdaging. Ik probeer onze spelers duidelijk te maken dat wij zover zijn gekomen als team, doordat we geloven en vasthouden aan onze spelprincipes. Individueel zijn wij in de regel minder, maar er zijn wedstrijden geweest waarbij onze spelers ook individueel verder waren dan tegenstanders. In een kwalitatief sterkere competitie zal dat bijna niet voorkomen. Het is dan een uitdaging om de spelers gemotiveerd te houden wanneer je een paar keer verliest, aangezien wij de eerste seizoenshelft slechts twee wedstrijden hebben verloren. Door geloof in eigen kunnen te houden, te blijven hameren op spelprincipes, het blijven uitdagen van de individuele speler, tactische discipline, maar vooral door veel spelplezier ontwikkelen de spelers zich individueel en daardoor wij ook als team. Om die redenen zijn wij als team tot nu toe succesvol gebleken, door de ontwikkeling van de individuele speler binnen het team. Als trainer is het alleen maar mooi om daar een bijdrage aan te kunnen leveren.’

In De Voetbaltrainer 249 verschenen ook twee artikelen met jeugdtrainers van Alphense Boys. Robin Stolwijk (Onder 13-1) en Mitchell Meijer (Onder 15-1) vertellen in detail hoe zij spelprincipes trainbaar maken.

Vakblad

De Voetbaltrainer is al 36 jaar hét vakblad voor de ambitieuze coach, met 80 pagina’s vol interviews, oefenstof en analyses. Word ook abonnee!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.