‘Met wie openen we De Voetbaltrainer 250?’ Die vraag lag al een tijdje op de redactietafel. Bovenaan het verlanglijstje stond al snel Louis van Gaal. Net als destijds bij onze honderdste editie. Toen nog samen met Rinus Michels, voor wie hij zoveel bewondering heeft. In al die jaren voldeed elk interview met Louis van Gaal voor honderd procent aan de meetlat van dit vakblad: unieke kennisdeling van het hoogste niveau. We wisten dat in dezelfde periode zijn nieuwe boek ‘LvG, de trainer en de totale mens’ al veel publiciteit zou krijgen. Toch was er geen twijfel. Als Louis van Gaal tijd vrijmaakt voor De Voetbaltrainer, komt er altijd weer een verhaal van een vakman uit met een tijdloze bewaarstatus. Deze keer: ‘LvG, de totale coach’.

Corona: van ik naar wij

‘De maatschappij in Nederland ontwikkelt zich al decennia in een richting die het voor een teamsport niet makkelijker maakt. Iedereen was en is vooral met zichzelf bezig. Jongeren sluiten zich urenlang op een kamer op om met games een eigen wereld te creëren, met zichzelf in de hoofdrol. Dat druist tegen alle principes van een team in. Tijdens corona leerden we wel weer naar elkaar te kijken en iets voor elkaar te betekenen. ‘Ik’ werd weer even ‘wij’. Prachtig om vast te stellen dat we dat nog kunnen. Daarnaast heb ik wat het Nederlands voetbal betreft weer hoop richting de toekomst gekregen. Als ik zie wat de nieuwe generatie Nederlandse topspelers allemaal voor hun sport overhebben, dat had ik al een tijdlang niet waargenomen. En dat zoveel spelers vanwege de gevolgen van het COVID 19-virus bereid zijn een deel van hun salaris in te leveren, is even knap als bemoedigend.’

Omgaan met generaties

‘Op de ALO heb ik geleerd wat de beste wijze is om mensen te benaderen. Bijvoorbeeld over hoe om te gaan met jonge of oudere spelers. Er is weleens geschreven dat ik niet goed met oudere spelers zou kunnen omgaan. Dat is onzin. Oudere spelers laten zich niet zo snel vangen met algemene regels. Ze denken soms dat ze op basis van hun loopbaan op dat gebied verworvenheden hebben. Dat vind ik niet. Voetballen is een teamsport en dus moet je altijd opnieuw een bijdrage leveren aan het teambelang en -doel. Natuurlijk praat ik in een individueel gesprek anders met een dertigjarige dan met iemand van achttien jaar. Maar niet als ik op het veld iets zie, wat het teambelang kan schaden. Dan zeg ik er meteen iets van, los van leeftijd of status. Het gaat erom dat iedereen accepteert dat spelers een verschillende bijdrage kunnen en soms moeten leveren aan het gemeenschappelijk einddoel. En dat je je moet houden aan de afspraken die daarover zijn gemaakt.’

Kritische feedback

‘Coachen doe je vaak op intuïtie. Maar ook ervaring speelt een rol. Zo heb ik geleerd dat meteen kritische feedback geven tijdens de actie op het trainingsveld veel beter aankomt dan in een gesprek na de training. Als het een teamtactische training betrof en een speler benadeelde door zijn gedrag het teambelang, zei ik er toch meteen iets van. Zag ik iets wat alleen belangrijk was om daarmee één bepaalde speler te confronteren/ helpen, zei ik dat na afloop in een gesprek. Ik denk dat veel trainers dat onderscheid niet maken. Die aanpak kost veel meer tijd, maar dat had ik ervoor over. Een belangrijk uitgangspunt bij mijn aanpak is altijd geweest dat de opgebouwde status van een speler geen rol mag spelen als hij door zijn gedrag het teambelang in gevaar brengt. Als je dat toelaat, laat je toe dat het teambuildingsproces wordt beschadigd. Dat accepteerde ik nooit.’

Vakblad

De Voetbaltrainer is al 36 jaar hét vakblad voor de ambitieuze coach, met 80 pagina’s vol interviews, oefenstof en analyses. Word ook abonnee!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.