Ryan Garry, Professional Development Phase Coach binnen de opleiding van Arsenal, gaf aan dat data onder meer nuttig zijn om individuele ontwikkelpunten in kaart te brengen. Dit vormde de aanleiding om hem daarna een-op-een te spreken over twee van zulke ontwikkelpunten, evenals de manier waarop hij en zijn collega’s dit trainbaar maken op het veld. ‘Een individueel verbeterpunt heeft altijd consequenties voor teamgenoten, dus het liefst train je zo wedstrijdecht mogelijk.’

Data als basis

Data staat binnen Arsenal aan de basis van de individuele ontwikkelpunten van spelers. Ik zal een voorbeeld geven. Bij het analyseren van de data van een centrale verdediger viel op dat zijn percentage gewonnen kopduels ondermaats was. Dit was ons niet opgevallen tijdens wedstrijden. We zijn er extra op gaan letten en toen zagen we inderdaad dat hij zijn kopduels in een hogere leeftijdscategorie lang niet zo gemakkelijk won als een jaar eerder. Een typisch voorbeeld van hoe we met ons subjectieve beoordelingsvermogen een verbeterpunt misten. Gelukkig zijn er dan data om ons te helpen.

Advies

Aan de hand van de data konden we de speler advies geven over de techniek van het koppen. Hij zette voor een sprong vaak met twee benen af, terwijl je met één been sneller de lucht in gaat en hoger springt. Een misschien nog wel belangrijker verbeterpunt was het snel en juist inschatten van de baan van de bal. Als een tegenstander een lange bal of een voorzet geeft, kun je op basis van de richting en snelheid van de bal inschatten waar die gaat belanden. En zelfs al vóórdat de bal getrapt is, kun je informatie verzamelen. De passer geeft namelijk bepaalde aanwijzingen weg op basis van zijn lichaamshouding. Daar kun je als verdediger op letten. Wat is de stand van zijn heupen en schouders? Waar ligt zijn zwaartepunt? Die informatie gebruik je vervolgens in de keuzes die je maakt, onder meer in het positie kiezen.

Trainingsvorm

Door hem in veel verschillende situaties te brengen waarin hij goed moest timen. We gaven voorzetten vanaf allerlei plekken en wisselden af tussen trage, hoge voorzetten en vlakke, strakke ballen. We gaven continu tips
om zijn sprong- en koptechniek te verbeteren. Dat deden we bijvoorbeeld als volgt (tekening 1). De twee witte spelers zijn twee trainers of een keeperstrainer en een tweede keeper. Zij spelen een lange bal op een centrale verdediger. De eerste paar keer probeert die verdediger de bal zonder weerstand van een tegenstander over beide blauwe middenvelders heen weg te koppen. Daarna bouwen we de weerstand op, eerst met een spits die passief duelleert, later met een duel op volle kracht. Na het kopduel spelen beide teams door. Blauw moet binnen acht seconden scoren op het grote doel met keeper. Die tijdslimiet stellen we in om te zorgen dat het centrale thema van deze vorm, het verdedigend koppen, veel herhalingen kent.

Vakblad

De Voetbaltrainer is al 36 jaar hét vakblad voor de ambitieuze coach, met 80 pagina’s vol interviews, oefenstof en analyses. Word ook abonnee!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.