De voorzet is een belangrijk wapen, onder andere toptrainer Jürgen Klopp en Pep Guardiola besteden daar veel aandacht aan. Niet zo gek, in het afgelopen seizoen gaven zowel Liverpool als Manchester City 900 voorzetten. Belangrijk is dan: wat wordt er met die voorzetten gedaan en hoe kan een ploeg het maximale eruit halen. Wanneer kiezen de spelers voor een lage voorzet of een hoge voorzet? Waar wordt de voorzet gegeven en hoe positioneren de aanvallers zich voor het doel? In dit artikel komen vijf trainingsvormen naar voren, waarbij er met weerstand de voorzet wordt geoefend.

Trainingsvorm 1

Bij deze trainingsvorm wordt er gewerkt in drie verschillende teams van vier. Team A en team B starten, waarna Team C rust heeft. Vanaf de zijkanten wordt er per kant één voorzet gegeven. Team A start als aanvallende partij, Team B als verdedigende. Nadat Team A twee pogingen heeft gehad om vanuit de voorzet af te werken, wordt Team B de aanvallende partij. Team C is nu de verdedigende partij, Team A heeft rust.

Voor de aanvallende partij geldt dat timing en de loopactie van belang is. Hoe is de bezetting voor de goal van de vier spelers? Wanneer maakt de aanvaller zijn loopactie. Wie komt er bij de eerste paal? Wie bij de tweede paal? Deze basisafspraken kunnen met deze oefening getraind worden.

Klik hier voor de volledige oefenvorm

Trainingsvorm 2

Bij trainingsvorm 2 is er meer dynamiek en ligt de focus op het vrijlopen van de vleugelspeler. Doel is dat de vleugelspeler door zijn loopacties vrij weet te spelen, om uiteindelijk de voorzet op de aanvallers af te leveren.

Startpunt is vanaf de centrale verdediger. Via 8 en 2 moet de vleugelspeler vrij worden gespeeld. Hierin spelen alle vier de spelers een belangrijke rol. De vleugelspeler probeert te variëren in zijn loopacties en/of kiest voor de loopacties waarmee het meeste succes boekt.

Enkele opties voor de vleugelspeler zijn:
– In de bal komen om vervolgens de bal in de voeten te krijgen en het 1:1-duel aan te gaan
– Diep weglopen, in de bal komen en via de combinatie met 8, 9 of 2 de bal via een een-tweecombinatie diep te ontvangen.
– Wanneer de bal bij 2 is, gaat 7 naar binnen toe. 2 kan de bal dan via de zijkant langs de verdedigers richting de hoek van het veld passen.

Klik hier voor de volledige oefenvorm voor meer tips over het vrijkomen van de vleugelspeler.

Trainingsvorm 3

Waar bij Trainingsvorm 1 vanaf de zijkant zonder druk de voorzet wordt gegeven en bij Trainingsvorm 2 de focus ligt op de vleugelspeler, komt er bij Trainingsvorm 3 een extra keuze bij.

Gestart wordt in de vak aan de rechterkant. In dit vak wordt er 3:2 gespeeld. Een back, een vleugelspeler en een extra middenvelder om een overtal te creëeren. Het doel van de oefening is om deze overtalsituatie uit te spelen om tot een voorzet te komen (en deze af te werken). Dat kan gedaan worden door een lopende derde man te creëren en vooral door de juiste keuzes te laten maken door de 3 aanvaller aan de zijkant. Kiest de back ervoor om er overheen te gaan? Staat de vleugelspeler aan de buitenkant of aan de binnenkant? Zetten de verdedigers hoog druk of zakken zij in? Keuzes die de spelers tijdens het spel moeten maken.

Spel wordt eerst in bijvoorbeeld het rechtervak gestart, daarna start het spel in het linkervak.

Klik hier voor de volledige oefenvorm (alleen voor abonnees)

Trainingsvorm 4

De oefening start in het kleine vierkant links bovenin (zie afbeelding hieronder). Het rode team moet de bal een x-aantal keer naar elkaar overspelen. Dan moet er versneld worden. De bal wordt naar de contrakant gepasst (juiste moment en juiste snelheid). Daarna wordt het 4:3 gespeeld in het grotere speelveld. Met als doel dat de overtalsituatie wordt uitgespeld. Net als bij trainingsvorm 3 moet de vleugelaanvaller en de back kiezen. Gaat de aanvaller naar binnen en gaat de verdediger mee, dan heeft de back ruimte voor zich. Kiest de verdediger ervoor om te blijven staan en de ruimte te dekken, dan moet de back kiezen om via een combinatie alsnog tot een voorzet te komen.

Klik hier voor de volledige oefenvorm (alleen voor abonnees)

Trainingsvorm 5

Waarbij de eerste oefenvormen zich concentreerde op één zijde per keer is de laatste trainingsvorm een waarbij beide kanten benut kunnen worden. Het centrale verdedigingsduo speelt de bal rond. Wanneer de back en de vleugelaanvaller aan een van de twee zijdes de ruimte heeft wordt de vleugelspeler aangespeeld. Vanaf dan moet de back over de aanvaller heen komen (overlap). De vleugelaanvaller heeft dan de keuze: meegeven aan de back of de individuele actie?

Klik hier voor de volledige oefenvorm (alleen voor abonnees)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.