In de toptijd van FC Barcelona onder Pep Guardiola dicteerden Xavi, Iniesta en Busquets het middenveld. Bijna elke keer dat ze dat ontvingen, wisten ze deze in bezit te houden. Slechts zelden leden ze balverlies. Hun kijkgedrag zorgde ervoor dat ze goed in staat waren om te anticiperen op tegenstanders én medespelers. Voordat Xavi de bal ontving, keek hij 0,83 keer per seconde om zich heen. In dit artikel komt veel oefenstof terug om kijkgedrag te trainen.

Informatie vergaren

Wat maakt het kijkgedrag van spelers zo belangrijk? Allereerst zijn er veel verschillende informatiebronnen op een voetbalveld: namelijk tweeëntwintig spelers en een bal. Van elk ‘object’ is er informatie over de positie, snelheid, en richting te achterhalen. Wanneer een speler goed om zich heen kijkt, is hij in staat om deze informatie te vergaren. Aan de hand van deze informatie kunnen spelers hun acties afstemmen. Met andere woorden: hierdoor kunnen ze anticiperen op tegenstander en medespelers. De spelers en de bal zijn continu in beweging, waardoor de informatie frequent moet worden geüpdatet. Dat is de reden dat Xavi zijn omgeving zo vaak aan het scannen was.

Oefenvormen

Het training op kijkgedrag is goed te implementeren in trainingsvormen. In de TrainingsPlanner zijn verschillende oefenvormen terug te vinden waarin de nadruk ligt op het scannen van de omgeving. Zie bijvoorbeeld het kijkgedrag in 1:2 (zie afbeelding 1). De rode speler in het midden krijgt de bal toegespeeld van de rode speler aan de zijkant (pass 1). De twee blauwe verdedigers blijven bij de kleine doeltjes staan tot dat pass 1 is gegeven. Dan mogen zij de rode speler onder druk zetten. De rode speler in het midden kan op vier plaatsen scoren: in de twee kleine doeltjes (2a) of door een van de twee poortjes te dribbelen (2b). Door deze opzet moet hij goed om zich heen kijken waar de verdedigers vandaan komen en waar de kans om een punt te maken het grootst is.

Afbeelding 1 – Kijkgedrag in een 1:2

Naast druk van de zijkanten, komt het ook voor dat een verdediger druk zet van achter. Ook dit is goed te verwerken in een oefenvorm, bijvoorbeeld in een 1:1 met twee kleine doeltjes (zie afbeelding 2). De blauwe speler krijgt de bal van zijn teamgenoot ingespeeld. Op het moment dat de pass gegeven wordt, zet de rode speler druk van achter. Hij moet eerst om één van de twee pylonen heen lopen. De blauwe speler moet dus goed over zijn schouder kijken en vervolgens zijn aanname hierop aanpassen.

Afbeelding 2 – 1:1 met twee kleine doeltjes

Meer inspiratie?

Via deze link zijn alle oefenvormen uit de TrainingsPlanner over kijkgedrag terug te vinden.

TrainingsPlanner

In de TrainingsPlanner staan ruim 1.000 trainingsvormen, met video, tekening en beschrijving.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.