Elke tegenstander hanteert een bepaald plan voor de manier van verdedigen. Denk aan de hoogte, de intentie en de belangrijkste referentiepunten. Hoe kun je dit defensieve plan het best ontregelen als jouw team de bal heeft? Door de tegenstander voor keuzes te stellen, stimuleer je het maken van fouten. Want veel keuzes maken leidt uiteindelijk tot veel slechte keuzes. En die bieden ruimte om kansen te creëren.

Hieronder noemen we vijf manieren om de tegenstander voor keuzes te stellen. Dit zijn de meest voorkomende, maar uiteraard niet alle mogelijkheden. Uiteindelijk zit het ‘m in details. Als speler begrijpen wat het betekent om de positie van een tegenstander te manipuleren, kunnen zij hier steeds creatiever in worden. Tot die tijd is het handig om concrete opties aan te reiken die vaak voorkomen in een wedstrijd.

Centrale verdedigers voor elkaar

Veel tegenstanders leiden de bal naar de back en zetten daar druk op. De spits sluit dan de weg terug af door de centrale verdediger aan de balkant te dekken. De centrale verdediger aan de contrakant staat vrij, maar wordt in deze situatie moeilijk bereikt. Dat gaat beter als hij vóór de andere centrale verdediger komt te spelen, op het middenveld. De spits van de tegenstander staat dan voor een keuze: welke van de twee centrale verdedigers pakt hij op? Ook de middenvelders van de tegenstander moeten kiezen: stapt er iemand door op de inschuivende centrale verdediger? 

Roterende middenvelders

Zeker tegen een ploeg die verdedigt vanuit koppeltjes op het middenveld werkt het goed om veel door elkaar te bewegen en van positie te wisselen. Dat kan bijvoorbeeld met een roterend middenveld. Drie of vier middenvelders bewegen allemaal naar een andere plek. De tegenstanders die in de mandekking staan, moeten kiezen: meebewegen, de eigen zone verdedigen of een andere tegenstander overnemen. Als zij alle drie of vier dezelfde keuze maken, is het opgelost, maar dat is nog niet zo makkelijk, zeker niet als ze moeten beslissen in een fractie van een seconde.

Rotatie aan de zijkant

Ook aan de zijkant is het mogelijk om te roteren. De meest gehanteerde manier gaat als volgt: de back speelt hoog aan de zijlijn, de middenvelder zakt uit naast de centrale verdediger en de buitenspeler komt naar binnen richting het middenveld, tussen de linies. Het mooiste is als zij alle drie ertussenin gaan spelen. Dus niet allemaal op elkaars positie komen, want dan is de situatie weer overzichtelijk voor de tegenstander, maar tussenposities innemen en die aanpassen op basis van wat de tegenstander doet. Blijven zij dekken? Dan beweeg je nog iets verder door. Nemen zij een tegenstander over? Dan beweeg je weer wat terug. Zo moet het verdedigende team telkens beslissingen nemen.

Back richting middenveld

Een tactische zet die vroeger zelden voorkwam en tegenwoordig door veel teams wordt toegepast, is een back die aan de binnenkant komt te spelen, op het middenveld. Tegelijkertijd kan de buitenspeler aan de zijkant juist wat uitzakken. Interessant is te zien hoe de tegenstander hierop reageert. Bewegen zij mee, dan komt de hoek open te liggen voor een lopende middenvelder of uitwijkende spits. Blijven zij staan, dan is de back of de buitenspeler vrij om de bal in de voeten gespeeld te krijgen. Opnieuw is het dus interessant om te zien welke tegenzet het verdedigende team doet, en welke kansen dit oplevert.

Valse spits

Een spits die altijd voorin als aanspeelpunt fungeert, kan erg nuttig zijn. Maar hij kan zich ook veel laten zakken richting het middenveld. Zo stelt hij de centrale verdedigers voor een keuze: doordekken of in de zone blijven staan? Blijven ze staan, dan kun je een overtal creëren op het middenveld. Dekken ze door, dan ontstaan er gaten in de laatste linie voor diepgaande middenvelders en buitenspelers. Pep Guardiola paste deze strategie toe bij FC Barcelona door Lionel Messi in deze rol te laten spelen.

Spelpatronen

Veel van bovenstaande patronen komen terug in het boek ‘Trainen op spelpatronen’. Daarin worden 25 patronen uitgewerkt in een tactische tekening en een trainingsvorm. In dezelfde categorie verscheen eerder ‘Trainen op spelprincipes’, waarin tien principes (zoals de as dichthouden en een overtal creëren) zijn gekoppeld aan vier trainingsvormen per principe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.