Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 257.

Een geoliede machine. Zo is Atlético Madrid het best te omschrijven. Althans, in verdedigend opzicht. Jaar na jaar blijkt scoren voor tegenstanders een hels karwei. Niet alleen vanwege de individuele kwaliteiten van de spelers, maar zeker ook door de uitstekende tactische instructies van trainer Diego Simeone. Tijdens de wedstrijd, ijsberend langs de zijlijn, én op het trainingsveld. Van geen enkele toptrainer zijn online zoveel verdedigende oefeningen te bekijken als van El Cholo.

Drukzetten

Individueel trainen op drukzetten is niet het eerste waar je aan denkt bij een topaankoop van ruim 120 miljoen euro. Toch schenkt Diego Simeone daar direct aandacht aan als João Félix op het trainingsveld verschijnt. ‘Zet druk op zijn linker, door, door, stop, afremmen, door de knieën, uit- gangshouding vergroten!’ En dan, met verhoogde stem: ‘Waarom draai je je om als hij schiet?’ Begeleid door een fluitje laat Simeone niets aan het toe- val over.

Reageren en blokken

Een vorm die in veel verschillende gedaanten terugkomt, is het blokken van schoten richting meerdere kleine doeltjes. Vaak neemt een speler een middenpositie in tussen twee kleine doeltjes en reageert hij op de lichaamshouding van de tegenstander en balbaan van het schot. Door het lichaam groot te maken en je voor de bal te gooien, wordt de kans op een tegendoelpunt het kleinst. Regelmatig is er maar één veldspeler die werkt (zie afbeelding 1). De speler die werkt, start voor het middelste van de drie doeltjes. De achterste trainer toont een pylon (of hesje) van een bepaalde kleur, corresponderend met de kleur van een van de twee doeltjes aan de zijkant. Direct daarna schiet de andere trainer de bal richting dit doeltje. De speler probeert de bal te blokken, keert direct terug naar het midden en voorkomt, vaak met een bloktackle, een doelpunt in het middelste doeltje.

Meerdere handelingen

Daarnaast kiest Simeone regelmatig voor trainingsvormen waarin meerdere defensieve handelingen elkaar snel opvolgen. Net als in de wedstrijd is de actie niet klaar na bijvoorbeeld het dekken voor de goal of het winnen van een kopduel. Direct volgt een nieuwe actie. Dat implementeert hij dan ook in de oefenstof (zie afbeelding 2). De blauwe rechtsvoor start met een korte dribbel en geeft een voorzet, die door de rode verdediger in het strafschopgebied moet worden weggewerkt. Hij maakt contact, blijft de verdediger zien en werkt de bal zo ver mogelijk weg. Daar- na sluit hij sprintend op en gaat hij een 1:1-duel aan met de aanvaller in het vak net buiten het strafschopgebied. Hij zit laag door de knieën en stapt agressief door naar voren zonder uitgespeeld te worden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.