Een spelprincipe dat als het ware ‘in de chaos‘ kan plaatsvinden, is het ‘in ondertal ophouden van de tegenstander’. Bij teams die te maken krijgen met dit spelprincipe, is de kans groot dat er kort daarvoor balverlies is geleden. Op het veld ontstaat een tegengesteld doel: de tegenpartij die de bal heeft veroverd, wil zo snel mogelijk naar het vijandelijke doel toe. Maar de spelers van de ‘eigen ploeg’ die op het moment van balverlies lijden nog achter de bal staan, willen juist voorkomen dat het eigen doel door de tegenstander snel bereikt wordt. In fracties van seconden zullen de verdedigers daartoe met het nodige rekening dienen te houden.

Te denken valt aan:
• Waar op het veld hebben we de bal verloren?
• (Hoe) is de restverdediging georganiseerd?• Met hoeveel spelers staan we nog achter de bal?
• Hoever staan wij onderling uit elkaar?
• Hoeveel ruimte ligt er áchter onze verdediging?
• Welke spelers kunnen eventueel nog terugkomen?

Met name die laatste vraag, staat in de uitvoering van dit spelprincipe voor het ondertal centraal. Hoe kunnen wij zorgen dat onze teamgenoten ‘terug kunnen komen’ tijdens het verdedigen? Wat kunnen wij doen om onze medespelers daarvoor zoveel mogelijk tijd te geven?
Gedurende de tot dusverre gespeelde EK-wedstrijden, hebben we gekeken wat spelers doen om de vragen uit de regels hierboven beantwoorden. In dit artikel komen we met een aantal goede voorbeelden.

Wat moet er gebeuren?

Bij het verdedigen in ondertal, hebben álle spelers een rol. De keeper en de spelers die achter de bal staan, proberen de tegenpartij zo lang mogelijk bij het doel weg te houden. De spelers die al voor de bal staan op het moment van balverlies, dienen er alles aan te doen om ‘nuttig’ te zijn in het verdedigen.


Wat die spelers die nog achter de bal staan betreft, is het zaak dat ze:
• zo lang mogelijk wachten met het doen van een aanval op de bal
• proberen om de tegenstander naar de zijkant te dwingen
• bekijken of ze een tegenstander buitenspel kunnen zetten
• zowel bal als tegenstander in de gaten houden

Goede uitvoering

Een eerste voorbeeld van een goed moment betreft Rúben Dias, de verdediger van Portugal. Terwijl tegenstander Duitsland met 3 aanvallers op de twee Portugese verdedigers afkomt, blijft Dias rustig (afbeelding 1):

Rúben Dias staat in ondertal.

• hij loopt langzamer dan de speler aan de bal, achterwaarts richting zijn eigen strafschopgebied.
• hij houdt de afstand tussen hem en de speler aan de bal, én tussen hem en de speler op rechts min of meer gelijk.
• hij houdt zowel de bal als de tegenstander in de gaten.
• hij voorkomt dat hij om zijn as moet draaien.

Dias ziet, juist omdat hij naar de bal blijft kijken, dat zijn teamgenoten terug proberen te komen. Hij vangt de speler in balbezit op de rand het strafschop gebied op, schermt daarbij het doel af en laat de speler op rechts iets vrij. Ook nu (afbeelding 2) houdt hij zijn ogen op de bal gericht. Er volgt een schot op doel, maar dat gaat over.

Dias heeft medespelers de tijd gegeven om terug te komen.

Een tweede voorbeeld doet zich voor tijdens Nederland – Noord-Macedonië. Het is, ondanks de 0-3 voorsprong, toch Nederland dat in ondertal staat. En waar bij Portugal de nadruk ligt op de verdediger die het dichtste bij de bal staat, focussen we ons nu op de rol van Daley Blind.

Daley Blind laat zijn tegenstander los en schuift naar het centrum.

In afbeelding 3 doet Blind in eerste instantie zijn best om rugdekking te verzorgen bij De Ligt. De Ligt staat in 1:2, en de steekbal het strafschopgebied in is een optie omdat Stekelenburg op zijn lijn blijft staan. Die steekbal volgt niet, waardoor Blind steeds dichterbij kan komen.

Terwijl Matthijs de Ligt de weg naar het doel afschermt, kruipt Blind steeds dichter naar De Ligt toe.

Inmiddels is Blind dichtbij de spits gekomen, maar blijft op één lijn met De Ligt zodat er nog steeds buitenspel dreigt. Hij knijpt nog niet té veel, omdat dan de bal naar links een gevaarlijke situatie op

Door het goede gedrag van De Ligt en Blind, weet de aanvaller van Noord-Macedonië zich nu ingesloten tussen de verdedigers van Oranje. In het duel dat volgt zal Blind zelfs de bal veroveren.

Wat het ophouden in ondertal tijdens Nederland – Noord-Macedonië duidelijk maakt, is dat het tempo waarmee Blind naar binnen komt bepalend is voor de manier waarop de aanval afloopt. Komt hij te snel naar binnen, dan is de bal naar links een optie. Is hij te traag, dan blijft De Ligt té lang in 1:2 staat. De verdediger die het dichtst bij de bal staat (Dias in voorbeeld 1 en De Ligt in voorbeeld 2) moet er maar op vertrouwen dat hun medeverdediger rugdekking geeft.
Het ‘ophouden in ondertal’ is een principe dat niet vaak voorkomt. Maar áls het voorkomt, is het gelet op het gevaar dat dreigt essentieel dat spelers weten wat ze kunnen doen om het voor de aanvallers zo lastig mogelijk te maken. Door veel situaties 1:2 of 2:3 op het trainingsveld na te bootsen, kun je als trainer-coach je spelers hierin duidelijk verder helpen.


Trainingsvorm 1


Doelstelling: het verdedigen in ondertal, met als doel tijd te winnen zodat medespelers nog een actieve rol kunnen spelen in het voorkomen van kansen.

Inhoud:

• Het veld is verdeeld in 3 vakken (A, B, C).
• Het spel start met een uitgooi van de keeper, op een rode aanvaller in vak B.
• Op het moment dat de rode aanvaller de bal aanneemt, mag de blauwe verdediger in vak C starten met terugverdedigen.
• De beide rode spelers proberen zo snel mogelijk tot scoren te komen op het doel bij de keeper.
• De blauwe verdedigers proberen te voorkomen dat er wordt gescoord.
• Vanaf de lijn tussen vak B en A, kan er sprake zijn van buitenspel.

Coaching:

Aandachtspunten voor de blauwe verdediger in vak A
• ‘Probeer een aanval op de bal zo lang mogelijk uit te stellen.’
• ‘Scherm de ballijn tussen de beide rode aanvallers af.’
• ‘Stel je zó op, dat de tegenstander aan de bal naar de zijkant wordt gedwongen.’
• ‘Probeer door ‘slim te stappen’ om de andere rode speler buitenspel te zetten.’
• ‘Voorkom dat je om je as heen moet draaien en de bal uit het oog verliest.’
• Voor de keeper: ‘Kom iets uit je doel om eerder bij een diepe bal te zijn.’

Trainingsvorm 2

Doelstelling: het verdedigen in ondertal, met als doel tijd te winnen zodat medespelers nog een actieve rol kunnen spelen in het voorkomen van kansen.

Inhoud:

• Het veld is verdeeld in 2 vakken (A en B).
• In vak A starten 2 blauwe verdedigers en 1 rode aanvaller.
• De blauwe verdedigers in vak A starten maximaal twee meter vanaf de middenlijn.
• Het spel start met een uitgooi van de keeper, die de bal naar ‘een’ rode aanvaller in vak B gooit.
• Op het moment dat de rode aanvaller de bal aanneemt, mag de blauwe verdediger die tussen beide kleine doeltjes staat, het veld inlopen en mee gaan verdedigen.
• Vanaf de lijn tussen vak B en A, kan er sprake zijn van buitenspel.
• De beide rode spelers proberen het 4:3 overtal zo snel mogelijk uit te spelen en tot scoren te komen op het doel bij de keeper.
• Zodra blauw de bal onderschept, kan men scoren in 1 van beide kleine doeltjes.

Coaching:

Aandachtspunten voor de blauwe verdedigers in vak A
• ‘Probeer een aanval op de bal zo lang mogelijk uit te stellen.’
• ‘Scherm de ballijn tussen de beide rode aanvallers af.’
• ‘Stel je zó op, dat de tegenstander aan de bal naar de zijkant wordt gedwongen.’
• ‘Probeer door ‘slim te stappen’ om de andere rode speler buitenspel te zetten.’
• ‘Sta gestaffeld, zodat je elkaar rugdekking geeft.’
• Voor de keeper: ‘Kom iets uit je doel om eerder bij een diepe bal te zijn.’

Meer weten?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.