Trainingsvormen met gestructureerde of gestuurde chaos. Steeds meer trainers doen het en willen er meer van weten. Het is een mooie manier van trainen waarin spelers vaak uitgedaagd worden. Maar wat is het eigenlijk precies? Van de makers van De Voetbaltrainer: Trainen op chaos-situaties.

Nu nieuw verkrijgbaar!

We leggen uit in dit boek wat de voordelen zijn, hoe de vormen te vertalen zijn naar de speelwijze en hoe je zelf trainingsvormen met chaos-situaties maakt. Daarna volgen 55 trainingsvormen, onderverdeeld in vier niveaus: beginner, medium, gevorderd en pro.

Trainen op chaos: wat is belangrijk?

Allereerst is het belangrijk om de koppeling te maken naar spelintenties, spelprincipes en je speelwijze. Het woord ‘spelintenties’ zegt eigenlijk al wat het is; de intentie waarmee je traint en speelt. De spelintenties moeten herkenbaar zijn voor jouw team. Herkenbaar voor iedereen die naar jouw team kijkt, maar ook voor de spelers die de intenties moeten uitvoeren. Spelintenties zijn ultieme doelstellingen per teamtaak in het uitvoeren van het voetbal van jouw team. Op de doelstelling ‘bij balwinst proberen wij zo snel mogelijk een doelpoging te creëren’ in de omschakeling naar aanvallen, baseer je vervolgens je spelprincipes die passen bij deze intentie. Spelprincipes zijn de handelingen in gedrag die spelers moeten uitvoeren binnen een teamfunctie. Dit zijn taken die een speler uitvoert in team, linie of individu. Spelprincipes zijn dan ook geen vaststaande momenten in het spel. De momenten en de situaties kunnen constant variëren. Iets wat goed past bij de term ‘chaos’.

Voetbal is één van de meest complexe en chaotische sporten die er is. Tijdens het spel zijn er continue veranderingen

Voetbal is één van de meest complexe en chaotische sporten die er is. Tijdens het spel zijn er continue veranderingen. In een wedstrijd zijn er binnen een minuut 4 tot 5 momenten waarin bijvoorbeeld een omschakelmoment terugkomt. De omschakelmomenten zijn natuurlijk niet de enige chaotische momenten in een voetbalwedstrijd. Als we kijken naar het voetbal als spel zijn het wel de omschakelmomenten die het meest chaotisch zijn. Het is de continue variëteit in handelingen voor een speler wat het spel zo chaotisch maakt. Het elke keer maken van de juiste keuze. Er past dus meer bij chaos dan alleen omschakelen.

Aan het begin van deze eeuw hanteerde men bij de KNVB 3 teamfuncties: aanvallen, verdedigen en omschakelen. Louis van Gaal zei ooit mooi: ‘Als je niet beide omschakelmomenten benoemt, train je ze ook niet.’ In een voetbaltraining is het dan ook belangrijk dat je de chaotische momenten in de training behoudt. Waar trainers het spel vroeger veel stillegden op het moment dat er balverlies werd geleden, is het tegenwoordig juist belangrijk dat je deze chaotische situaties erin houdt. Wat gebeurt er onbewust als je het spel (bijna) altijd stopt in omschakelmomenten? De kans is groot dat spelers gaan denken: ‘Elke keer als ik balverlies leid, gaat de intensiteit omlaag.’ De trainer zet het spel stop en de bal begint bij de keeper. In plaats van het verhogen van de intensiteit bij omschakelmomenten, conditioneren wij als trainers de spelers om de intensiteit de verlagen.

Het is daarom belangrijk dat je als trainer ook deze chaotische momenten toevoegt in je trainingen. Dit betekent dat je met je team de chaotische spelsituaties traint die in de wedstrijden ook kunnen voorkomen. Spelers leren door de voortdurend veranderende omgeving zichzelf aan te passen en worden daarbij cognitief vaardiger. Ze gaan de situaties sneller zien, begrijpen en vervolgens handelen. De perceptie wordt beter, het verwerken gaat sneller en het handelen naar wat de situatie vraagt, gaat effectiever en sneller. Net is al benoemd dat spelprincipes handelingsrichtlijnen zijn voor spelers in voetbalgedrag. Dit voetbalgedrag wordt nooit in dezelfde situatie uitgevoerd. De situatie in de wedstrijd is steeds anders. Ook in het aanleren en eigen maken van de spelprincipes zou je als trainer de gestructureerde chaos kunnen toevoegen. Het spelprincipe uitvoeren in een ‘gestructureerde’ situatie roept heel andere handelingen op dan wanneer die vanuit een chaotische situatie is. Onderlinge afstanden, reactietijd, kwaliteit in het uitvoeren van het principe, onderlinge samenwerking en het aanpassen naar de situaties zijn allemaal anders. Spelers zullen in het begin veel moeten nadenken, maar het mooiste is als spelers de chaotische situaties zo getraind hebben dat zij deze automatisch kunnen uitvoeren.

Chaotische trainingsvormen kunnen een prima methodische stap zijn binnen het trainen van de spelprincipes van de eigen speelwijze

Kortom: chaotische trainingsvormen kunnen een prima methodische stap zijn binnen het trainen van de spelprincipes van de eigen speelwijze. De wedstrijd is immers 1 grote chaos-situatie. Een logische stap is dat de training dit ook moet bevatten om de spelprincipes beter te kunnen uitvoeren. De spelers moeten beter en sneller leren waarnemen, nadenken en beslissen binnen de wedstrijdsituaties.

Hieronder volgen ter illustratie vier trainingsvormen uit het boek: één uit elk van de vier niveaus (beginner, medium, gevorderd en pro).

Nu te koop!

We leggen uit in dit boek wat de voordelen zijn, hoe de vormen te vertalen zijn naar de speelwijze en hoe je zelf trainingsvormen met chaos-situaties maakt. Daarna volgen 55 trainingsvormen, onderverdeeld in vier niveaus: beginner, medium, gevorderd en pro.

Inhoud
Deel 1: theorie
Trainen op chaos-situaties
Impliciet leren
Voordelen en aandachtspunten
Trainingsvormen maken

Deel 2: praktijk
15 trainingsvormen: basis
15 trainingsvormen: medium
15 trainingsvormen: gevorderd
10 trainingsvormen: pro

Beginner

Prisonbreak

Organisatie en inhoud
In deze vorm is de tegenstander wel aanwezig in een bepaalde mate. 1 speler passt de bal en een andere speler moet zich aanbieden in het vak. De verdedigers dekken lijnen af van het vierkantje. De keuze om een bepaalde lijn af te dekken mogen zij ook veranderen en aanpassen op de handelingen van de aanvaller. De aanvaller moet de pass verwerken en vervolgens een lijn kiezen waar hij uit dribbelt. Hij kan vervolgens scoren op 1 van de 4 kleine doeltjes.

Coaching
De chaos in deze vorm is de continu veranderende omgeving waar de speler aan de bal zich aan moet aanpassen. De speler in het vierkantje zal voortdurend moeten kijken en zijn handelen aanpassen aan wat hij waargenomen heeft. De beslissingen die deze speler maakt, zullen voort moeten komen uit wat hij op topsnelheid heeft gezien. De rol van de trainer is om te coachen op het effectief handelen. Weten waar de ruimte is, is niet genoeg. Het handelen moet ook meteen met de juiste kwaliteit zijn, dus: meteen goed opendraaien zodat je door kunt en de bal meenemen in de aanname. Daarnaast is er ook een reflectieve rol weggelegd. Wanneer de spelers de verkeerde keuze
maken, moet de trainer hen helpen om te kijken of ze de volgende keer iets anders kunnen doen om het wel te laten lukken.

Methodiek
• Tegenstanders mogen wel in het vierkantje komen via een lijn om de bal af te pakken.
• Nadat de middenspeler gescoord heeft, kan er een 2:2 met een nieuwe bal plaatsvinden.

Medium

3+K : 2+K naar 1:1

Organisatie en inhoud
Er wordt gestart met een 3+K : 2+K. De middelste speler van het drietal dribbelt in en met de andere 2 spelers wordt het overtal zo snel mogelijk uitgespeeld. Wanneer de bal uit het spel is, moeten de spelers die niet begonnen zijn met de bal omschakelen in de vakken aan de zijkant. Zodra bal 1 uit het spel is, spelen beide trainers een bal in naar de blauwe spelers op de achterlijn in het buitenste vak. Er volgt dan een 1:1 op de kleine doeltjes. Wanneer je alleen bent als trainer, kun je de blauwe
spelers in het buitenste vak ook in laten dribbelen.

Coaching
De nadruk in deze vorm ligt op het uitspelen van het overtal op hoog tempo richting de goal. Belangrijk dat je hierbij aangeeft dat je rondom 1 verdediger 2:1 maakt met een onder- of overlapping. Daarnaast moet je als coach letten op de snelheid van het spel. Weinig passes naar achteren of na afpakken direct richting de goal en zo snel mogelijk een schot lossen. Vervolgens moeten spelers direct schakelen en alles geven om de 1:1 te verdedigen.

Methodiek
• 4:2 maken indien 3:2 te moeilijk is. In beide vakken is er dan in de omschakeling 2:1.
• Alle 3 de spelers moeten omschakelen van rood. Dat betekent dat er in 1 vak dus 2:1 is.
• De blauwe spelers in het buitenste vak dribbelen in. 

Gevorderd

3:3:3:3 +5

Organisatie en inhoud
In dit omschakelspel spelen we in 4 teams van 3 spelers + 5 neutrale spelers. Elke keer moet een ploeg aanvallen én weer terug verdedigen. De volgorde (van de tekening) is als volgt. Rood valt aan op blauw, paars valt aan op rood, groen valt aan op paars en blauw valt aan op groen. Hierna gaat de vorm automatisch door vanaf het begin (stopmoment is niet nodig). Als een ploeg heeft verdedigd, moeten zij eruit en komt er een nieuwe ploeg in. De bal start altijd bij een neutrale speler die indribbelt. De neutrale spelers starten met 2 spelers (waarvan 1 met bal) en soms met 1. Dit is afhankelijk van hoeveel spelers er staan.

Coaching
De nadruk in deze vorm zal liggen op het omschakelen naar verdedigen en dan met name het terug verdedigen na een actie als team. De afstemming binnen het drietal zal extra aandacht nodig hebben. Ook omdat dit een vrij zware trainingsvorm is. Wat is de kwaliteit in het uitvoeren van de handelingen als spelers moe zijn? Daarnaast is het benutten van de ruimtes en de mogelijkheden door de aanvallers belangrijk om de kwetsbaarheden bloot te leggen. Als trainer zal de feedback wel afhankelijk zijn van je eigen speelwijze.

Methodiek
• In plaats van 2 neutrale spelers per aanval, 1 neutrale speler.
• Verplicht alle handelingen vooruit.
• Wanneer de verdediging de bal afpakt en scoort = meer punten. 

Pro

4x 1:1 naar 4:4 in een kruis

Organisatie en inhoud
Van zowel de rode als de blauw ploeg beginnen er 2 spelers met bal en zijn er 2 spelers die moeten verdedigen. We spelen in eerste instantie alleen in het gekruiste veld (het rode veld in de tekening). Verdedigen doe je vanaf de pylon in het midden achter het middelste doeltje. Op het startsignaal van de trainer starten alle 4 de spelers tegelijk. Het is de bedoeling dat je binnen je 1:1 probeert te scoren op een ander doel dan waar je begonnen bent. Je hebt dus drie mogelijkheden. De speler aan de bal mag alleen veranderen van richting via het gedeelte waar de vakken elkaar kruisen (gemarkeerd met poppen, stokken of platte hoedjes). Wordt de bal veroverd, maar blijft hij in het spel, gaat de 1:1 gewoon door. Is het een doelpunt of een uitbal, moet je schakelen en snel iemand anders proberen te helpen. Zodra alle 1:1-duels klaar zijn, speelt de trainer een nieuwe bal in en spelen we 4:4 in het gele vak.

Coaching
De trainer kan zich in deze vorm focussen op de vaardigheden binnen de 1:1. Hierbij hoort ook het kijkgedrag tijdens een explosieve handeling. Spelers dienen rekening te houden met anderen binnen hun veld. De trainer kan binnen deze vorm ook de nadruk leggen op de samenwerking nadat de bal uit het spel is. Hebben de spelers steeds sneller in de gaten waar ze kunnen helpen en welke handeling van hen gevraagd wordt?

Methodiek
De verdedigers mogen kiezen wie ze gaan verdedigen. Zij mogen dan alleen wisselen of aanvullen vanuit het midden. Er kunnen dan 2:1-situaties ontstaan. Blijven staan bij hun eigen doel, is dus niet de bedoeling.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.