Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 260.

Na een onstuimige periode bij FC Twente en SC Cambuur maakte René Hake indruk door Jong FC Utrecht fris en volwassen voetbal te laten spelen. De club beloonde hem met de functie als hoofdtrainer van het eerste elftal. Het spel was direct goed, de resultaten lieten even op zich wachten maar zaten daarna in de lift. Nu Hake zijn eerste volledige voorbereiding draaide, wil hij doorbouwen. ‘De kunst is om flexibiliteit te creëren, zodat je meerdere kanten op kunt tijdens wedstrijden. Maar wel altijd binnen vaste kaders, zodat we herkenbaar voetbal spelen met een duidelijke identiteit.’

Halverwege ingestapt

Als je halverwege instapt, heb je altijd te maken met bepaalde erfenissen. Het heeft ons vorig seizoen dan ook wel een week of tien gekost om het behoorlijk goede spel om te zetten in resultaten. Maar je kunt het ook omdraaien: omdat ik vorig seizoen al een tijd met deze groep heb gewerkt, zijn we nu al behoorlijk ver. Veel verder dan we waren geweest als ik deze zomer voor het eerst voor de groep had gestaan. Vorig seizoen was dus eigenlijk een soort bonusperiode: we hebben gezaaid en nu willen we oogsten. Vorig seizoen waren we als trainers nog veel bezig met de grote lijnen. De principes binnen alle teamfuncties verdienden veel aandacht. Nu zitten die er goed in en dus krijg je tijd om meer op detailniveau te coachen en veel tijd te besteden aan het individu.

Aanvallen

Vanuit de basisformatie 1:4:2:3:1 komen we vaak uit in 1:3:2:4:1, met één back als derde centrale opbouwer en één back hoog aan de zijlijn (afbeelding 1). Dat past in mijn ogen goed bij onze spelersgroep. Overigens doen we dit vooral tegen teams die met twee spelers voorop verdedigen. Zo creëren we met de back aan de binnenkant +1 in de opbouw. Tegen teams die met één speler voorop verdedigen, houd ik er meer van om met twee centrale verdedigers op te bouwen. Zo kun je één speler extra op het middenveld posteren om daar een overtal creëren. Of, als de tegenstander daardoor heel centraal verdedigt, om juist via de zijkanten door te komen. Aan de andere kant vind ik de passlijnen en hoeken die spelers maken in een opbouw met drie centrale verdedigers juist weer logischer. Zo maak je vaker driehoeken en schuine lijnen dan wanneer je opbouwt met twee centrale spelers. Kortom, beide bezettingen hebben voor- en nadelen en we beheersen beide om flexibel te zijn in wedstrijden.

De veldbezetting die vanuit 1:4:2:3:1 (de rode stippen) vaak ontstaat bij FC Utrecht: 1:3:2:4:1 met één back hoog en één back laag aan de binnenkant.

Intenties aan de bal

De eerste optie is altijd de bal erachter leggen. Als dat mogelijk is, moeten we het nooit nalaten. Maar vaak is dat niet direct het geval. Dan zoeken we naar de tweede optie: er tussendoor spelen, door het blok van de tegenstander heen. Zo kom je in goede posities om alsnog achter de verdediging te komen. De derde optie is eromheen. Dat kan een goede manier zijn om de organisatie van de tegenstander te ontwrichten. Cruciaal is daarna wel om op een goede manier terug te keren naar de as. We willen beide zijkanten altijd met één speler bezetten. Komt die vleugelspeler aan de bal, bijvoorbeeld vanuit een kantwissel, dan is er een vaste afspraak: er is diepte in de halfruimte. Of de pass ook komt, is de keuze van de speler aan de zijkant. Maar de dreiging van diepte moet er altijd zijn.

Vakblad

De Voetbaltrainer is al 36 jaar hét vakblad voor de ambitieuze coach, met 80 pagina’s vol interviews, oefenstof en analyses. Word ook abonnee!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.