Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 261.

In deze serie lichten we een-voor-een een positie op het veld uit. Met een oud-topspeler op deze positie bespreken we beelden van veelzeggende situaties. Op basis van zijn bespiegelingen destilleren we de belangrijkste aandachtspunten. In het tweede deel van deze serie staat de centrale middenvelder centraal. Daarvoor spraken we Phillip Cocu, die in zijn carrière weliswaar op nagenoeg alle posities speelde, maar toch het vaakst centraal op het middenveld te vinden was, pendelend van strafschopgebied naar strafschopgebied. We lieten hem beelden zien van zes verschillende typen centrale middenvelders in de top: Frenkie de Jong, Luka Modric, Thiago Alcántara, Jude Bellingham, Koke en Leon Goretzka. ‘Maak telkens plaatjes van de situatie om je heen, en update dit plaatje bij iedere mogelijkheid die je krijgt.’

Druk van achteren

‘Modric komt hier in de bal en heeft een meter of vijf afstand ten opzichte van de Engelsman die op hem doordekt (afbeelding 1). Modric staat hier niet ingedraaid op het moment dat hij de bal ontvangt. Dankzij zijn surplus aan technische kwaliteiten komt hij daarmee weg. Hij draait open naar zijn rechterbeen, ziet dat zijn tegenstander net wat te veel ruimte behoudt tussen hem en de bal, kapt voorlangs en speelt vooruit een medespeler in. Middenvelders met minder technische kwaliteiten moeten hier ingedraaid staan om tijd te besparen. Belangrijk
is dan wel dat je éérst richting de bal beweegt en pas draait als je de bal krijgt ingespeeld. Waar mogelijk kijk je om je heen. Je hebt je ogen op de bal gericht als de bal van de voet van je teamgenoot vertrekt. Maar daarvoor en daarna heb je tijd om te kijken. Dit hoeft maar een fractie van een seconde te duren. Doe je dit pas op het laatst, dan moet je dan de hele situatie nog tot je nemen. Het verwerken van die informatie kost tijd, die er lang niet altijd is, zeker niet in de top.’

Tegenstander lokken

‘Modric krijgt de bal in deze situatie op zijn rechterbeen ingespeeld (afbeelding 2). Dit geeft hem de optie om vooruit te draaien. Hier vind ik zijn lichaamshouding top. Hij kan vooruit spelen als die mogelijkheid er ligt, maar ook terugdraaien als dat nodig is. Zoals we Modric kennen, is zijn aanname perfect. De bal blijft dicht bij hem en ligt klaar om direct meegenomen te worden. Heb je nog een correctie nodig, dan neemt de kans op balverlies flink toe en wordt het moeilijker een oplossing naar voren uit te voeren. Wat Modric in deze situatie ook goed doet, is de tegenstander naar zich toe trekken. Hij neemt de bal dicht bij zich aan, dus niet alvast richting de ruimte. Doet hij dat wel, dan reageert de tegenstander daarop en snijdt hij hem de pas af in een schuine lijn. Modric lokt de tegenstander en als die er bijna is, versnelt hij. Zo blijft hij de baas over de situatie.’

Trainingsvorm

‘Dit train je bijvoorbeeld in een Y- vorm (afbeelding 3), die in feite ook te zien is in de wedstrijdsituatie. Om spelers in zo’n oefening keuzes te laten maken, gebruik je een tegenstander. Als de bal onderweg is naar de centrale speler, zet de verdediger druk op hem. De middenvelder moet nu op twee dingen anticiperen: op de tegenstander en op de pass. De richting en snelheid van die twee bepaalt het ideale vervolg. Op basis daarvan besluit de middenman naar links of rechts open te draaien of de bal te kaatsen.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.