Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 262.

In deze magneetbordsessie legt Andries Ulderink uit hoe op te bouwen in 1:4:3:3 tegen hoge druk. Welke opties heb je binnen deze scenario’s om onder deze druk uit te spelen? En wat wordt daarin gevraagd van de spelers op verschillende posities? ‘Het overtal ligt steeds ergens anders. Die man-meer wil je optimaal benutten.’

Tegen 1:4:4:2 kom

Allereerst wil ik de bal het liefst centraal houden. Dat wil zeggen: zoveel mogelijk in het midden. Speelt de keeper de doeltrap naar een centrale verdediger, dan is dat al iets weg uit de lengteas en kan de tegenstander je naar een kant dwingen. Daarom zie ik liever dat een centrale verdediger de doeltrap neemt vanuit de hoek van het doelgebied. Hij speelt de keeper in, waardoor de bal zo centraal mogelijk is. Je kunt dan naar beide kanten even gemakkelijk toe spelen en de tegenstander kan nog geen richting bepalen in het drukzetten.

Ruimte ernaast

Speelt de tegenstander met een middenveld in een kom, dan hebben ze dus geen middenvelder kort achter de 9 en 10. In dat geval wil ik daar altijd een eigen middenvelder positioneren. Vanuit 1:4:3:3 punt naar achteren is dat de controleur, vanuit 1:4:3:3 punt naar voren komt een van de twee centrale middenvelders in die ruimte. Als de keeper hem tussen de 9 en 10 door kan bereiken, is dat heel mooi, zeker als daar een speler staat met veel technische kwaliteiten. Maar ook als de 9 en 10 die pass afschermen, is de controleur heel nuttig. Hij trekt ze dan wat dichter naar elkaar toe, waardoor ernáást meer ruimte komt voor de centrale verdedigers (afbeelding 1). De centrale verdedigers spelen dus iets verder uit elkaar. Zo kun je met dit viertal de 9 en 10 uitspelen.

De rol van de vleugelverdedigers

De vleugelverdedigers moeten spelen met de ruimte. En ze moeten goed kijken hoe de buitenspelers van de tegenstander op ze reageren. In dit geval zet de tegenstander hoog druk, dus als een back ver uitzakt, dekt de buitenspeler waarschijnlijk door. Je kunt daarom prima met beide vleugelverdedigers ver uitzakken. Zo trek je de buitenspelers van de tegenstander naar voren en komen zij meer in een 1:4:2:4 uit. Dat opent ruimtes naast beide overgebleven middenvelders (afbeelding 2).

Meer informatie over onder andere de 1:4:3:3 formatie in de nieuwe e-learning ‘Formaties’ >>

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.