Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 267.

Wekelijks begeleiden maar liefst 70.000 trainers in Nederland een jeugdteam, variërend van de jongste pupillen tot de oudste junioren. Maar hoe benader je kinderen van verschillende leeftijden? Hoe zorg je ervoor dat ze plezier hebben en hoe kun je ze echt bereiken? Marion de Kock is kindercoach en voormalig sportpedagoog en weet als geen ander hoe met jeugdspelers om te gaan. In gesprek met De Voetbaltrainer vertelt ze over het belang van de vier inzichten van trainerschap en hoe je het beste met spelers van alle leeftijden kunt communiceren om ze te motiveren, te stimuleren en te ontwikkelen.

Belang van pedagogiek

Pedagogiek is handelen in het belang van het kind. Dus op het moment dat je pedagogiek toepast in de sport ga je inspelen op de basisbehoeften van het kind die het nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen. De drie basisbehoeften zijn competentie, verbondenheid en autonomie. Verbondenheid
is de verbinding voelen met andere mensen, dus bij een groep horen. Competentie is bekwaam zijn om zelf je doelen te behalen en autonomie is aan het roer staan van je eigen doelen, dus zelf doelen kunnen stellen en zelf de regie in handen nemen. Naast die drie basisbehoeften zijn er ook nog twee ontwikkelingsbehoeften bij een kind en dat zijn plezier en veiligheid. Wanneer je als coach een open, positieve relatie aangaat met je sporter voelt die zich bekwaam en veilig in het sportklimaat en kan hij
of zij zich ontwikkelen. Dus het is wel degelijk belangrijk om te zorgen voor die veiligheid, zodat een kind met plezier kan ontwikkelen.

Pedagogisch handelen

De manier waarop een trainer pedagogisch kan handelen is voor mij heel simpel, dat zijn de vier inzichten van trainerschap: structureren, stimuleren, individuele aandacht geven en de regie overdragen (zie afbeelding). Dat is iets wat elke trainer kan volgen. Structureren doe je door het maken van teamafspraken, zorgen dat duidelijk is wat je van de spelers verwacht. Stimuleren is op de goede manier complimenten geven. Dus niet zomaar loze kreten roepen, maar een speler bij naam noemen of de inzet van een speler benoemen. Individuele aandacht geven zorgt ervoor dat het kind zich gezien voelt tijdens de training en wedstrijd. En regie overdragen kan vanaf heel klein tot best groot, van zelf de ballen opruimen of de doelen wegzetten tot zelf eigen doelen stellen.

Inzichten in de praktijk

Als we het hebben over structureren bij de kleintjes (onderbouw) zijn dat afspraken maken. Wanneer de trainer praat ben je bijvoorbeeld stil, dat kun je voor elkaar krijgen door iedereen zijn voet op de bal te laten houden. Dat zijn hele simpele basisafspraken. Je kunt ook afspreken om samen op te ruimen, dat iedereen zijn taak krijgt. Dat is meteen ook een stukje regie overdragen, want je geeft een deel verantwoordelijkheid aan de spelers. Stimuleren zit hem in een doel geven, met kleine opdrachten die ze op korte termijn kunnen halen. Bijvoorbeeld dat iedere speler de doelstelling van een oefening één keer behaalt (denk aan aantal keer overspelen). Geef ze mee dat als ze een doel halen, ze daarvoor beloond worden. Je complimenteert ze vervolgens op inzet en daarmee hebben ze een succes behaald. Dan gaan ze blij naar huis en staan ze te popelen om volgende week weer te trainen. Om de regie over te dragen kun je een vorm uitzetten en aan je spelers vragen: welke oefening denken jullie dat hierbij hoort? Dat zal misschien niet de oefening zijn die jij als trainer bedacht had, maar je zet ze zelf aan het denken, wat goed is voor de ontwikkeling.

Al 39 jaar is De Voetbaltrainer hét vakblad voor de toegewijde trainer/coach. Het magazine komt acht keer per jaar uit en bevat 80 pagina’s vol interviews met toptrainers, voetbal oefenstof en analyses.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.