Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 268, een special over training geven.

Albert Stuivenberg weet als geen ander hoe het is om training te geven aan de internationale top. Na periodes bij Manchester United, KRC Genk en Wales is hij nu al enkele jaren werkzaam als assistent-trainer bij Arsenal. Voor De Voetbaltrainer legt hij uit hoe het eraan toegaat op het trainingsveld bij een Engelse topclub.

Overleg

‘Op de dag voor de training vindt er een overleg plaats waarin de training wordt besproken. Bij dat overleg is iedereen aanwezig die bij die training betrokken is: Mikel Arteta, ikzelf, de andere assistent-trainers en leden van de coaching staff, maar ook de mensen van de fitness-performance afdeling. Ik krijg vanuit de performance afdeling van tevoren al door wat voor belasting wij willen hebben in de training. Moet de training bijvoorbeeld intensief of extensief zijn? Willen we in overload komen tijdens de training? Na dat overleg is de training voor 90-95 procent ingevuld. We bespreken het heel concreet en ik werk die vormen vervolgens zoveel mogelijk uit.

De training uitwerken

In de uitwerking van de training beschrijf ik de rollen van de verschillende coaches. Er is bijvoorbeeld een coach betrokken bij het coachen van de tegenstander en een coach die verantwoordelijk is voor het eigen team. Ik beschrijf bij die oefenvormen de game model focus: waar ligt de focus binnen die vorm vanuit onze speelwijze. Daarbinnen beschrijf ik voor het aanvallen, verdedigen en omschakelen wat de coachpunten zijn, of de coach focus zoals wij dat hier noemen. Naast die coachpunten heeft iedereen de vrijheid om een individu te coachen en belangrijk te maken. Arteta is daar leidend in. Hij kijkt naar het teamproces en stapt in wanneer hij dat nodig vindt.

stuivenberg training

Benadering vanuit de rainbow

We benaderen het spel vanuit wat wij de rainbow noemen. Als je kijkt hoe het spel zich ontwikkelt en daar een uitwerking van maakt, dan zijn het vaak momenten vanuit de teamfuncties die snel in elkaar over gaan. Bijvoorbeeld, je zet hoog druk en wint de bal: hoe zorg je er dan voor dat die bal van jou blijft? Vaak gaat het daar mis. Het kan zo zijn dat je de bal verovert en hem direct weer vooruit kunt spelen, zoals wij graag willen. Het kan ook gebeuren dat de speler die de bal verovert hem direct verliest bij de eerste pass, waardoor je ineens helemaal terug moet naar je eigen helft om je eigen zestienmeter te verdedigen. Je geeft immers hoog druk, waardoor de organisatie niet ideaal is op het moment dat je de bal direct weer verliest. Het is heel belangrijk om dat soort momenten ook trainbaar te maken. Ook spelhervattingen zijn hier een onderdeel van. Wanneer we de bal op de helft van de tegenpartij veroveren en direct kunnen aanvallen rond hun zestienmetergebied, dan kan dat leiden tot een spelhervatting zoals een corner, vrije trap of ingooi. Wij noemen dat sequences, die proberen wij ook in trainingsvormen te laten terugkomen.’

Ook vertelt Stuivenberg in het artikel over de innovaties bij Arsenal. Lees het complete artikel in De Voetbaltrainer 268.

Al 40 jaar is De Voetbaltrainer hét vakblad voor de toegewijde trainer/coach. Het magazine komt acht keer per jaar uit en bevat 80 pagina’s vol interviews met toptrainers, voetbal oefenstof en analyses.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.