Dit stuk bevat passages uit een groter artikel uit De Voetbaltrainer 270.

Rob Penders (46) is aan zijn tweede seizoen als hoofdtrainer van FC Eindhoven bezig. In het eerste jaar werd hij uitgeroepen tot beste trainer van de derde periode in de Eerste Divisie. Het leverde hem meteen een nominatie voor de Rinus Michels Award op. Daarbij haalde FC Eindhoven de halve finale van de play-offs om promotie.

Onderzoek

‘Voor de cursus UEFA Pro heb ik in mijn tijd als jeugdtrainer bij ADO Den Haag onderzoek gedaan naar hoe spelers trainingen ervaren. Ik heb het een aantal trainingsweken bijgehouden en de spelers elke keer gevraagd of ze met een cijfer wilden aangeven hoeveel tactiek er in de trainingen zat en hoe complex de oefeningen waren. En ik heb ze gevraagd om een cijfer te geven voor de zwaarte van de trainingen. Met als achterliggende gedachte: ik kan wel zeggen dat ik als trainer iets graag wil en dat spelers aan het begin van de week meer moeten doen dan aan het einde van zo’n cyclus. Maar ondervinden die spelers dat ook wel zo? Mijn huidige werkschema is gebaseerd op de uitkomsten van dat onderzoek. Dat schema is heilig. Al de facetten die terug moeten komen zijn erin uitgewerkt. Met als uitgangspunt dat je met de belasting tussen de 0,8 en 1,3 moet blijven. 1,3 is de grens voor de overload. Wordt het 1,5 dan doe je vijftig procent meer dan de week ervoor. Van dat soort schommelingen willen we wegblijven.’

penders

Denkvermogen

‘Ik hanteer het liefst het schema van wedstrijd naar wedstrijd dat ik tijdens de trainerscursus als afstudeerproject gemaakt heb. Een echte wedstrijd is het meest complex qua denkvermogen. Als we op vrijdag gespeeld hebben, dan laten we de spelers zaterdag en zondag met rust. Maandag en dinsdag zijn de meeste cognitieve vormen in de training verpakt om de spelers aan het denken te zetten. Eén of twee cognitieve vormen komen per training terug. Dat kan ook in een rondo of in het positiespel zijn of tijdens de warming-up als de performancetrainer die oppakt. We proberen er alles aan te doen om te vermijden dat spelers aan het begin van een week met het idee het veld op lopen van: daar gaan we weer. We variëren bijvoorbeeld ook met de grootte van het veld zodat het er steeds weer anders uitziet en er een andere uitdaging ligt.’

Voorkom de automatische piloot

‘Ik gebruik dat soort oefenvormen vaak aan het begin van de week om spelers aan te zetten. Want ik wil niet dat spelers hier op maandag op de automatische piloot dingen gaan doen. Dan bestaat het gevaar dat ze niet scherp zijn. Bovendien krijg je in wedstrijden te maken met complexe situaties. Dat probeer je in trainingen na te bootsen, spelers ertoe te dwingen dat ze na moeten denken en om zich heen moeten kijken. Wat moeten ze doen bij balverlies? Hoe kunnen ze zo snel mogelijk goed omschakelen? Dat soort facetten komt terug in de cognitieve trainingen. Of bijvoorbeeld: als wij de bal hebben en je bent niet aanspeelbaar, dan moet je al een man oppakken. Het klinkt gek: het team is zelf aan de bal, maar je bent eigenlijk al aan het doordekken en met de restverdediging bezig. Dat soort situaties komt in de cognitieve vormen terug.’

Al 40 jaar is De Voetbaltrainer hét vakblad voor de toegewijde trainer/coach. Het magazine komt acht keer per jaar uit en bevat 80 pagina’s vol interviews met toptrainers, voetbal oefenstof en analyses.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.