Het Trainer-Kind-Interactieonderzoek, dat is uitgevoerd door de Kennisprakijk in samenwerking met de Haagse Hogeschool, Fontys Eindhoven, Windesheim Zwolle en de Vrije Universiteit Brussel presenteert de volgende vier inzichten.
Structureren: je maakt afspraken en biedt duidelijkheid en structuur zodat iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt.
Tips:
• Spreek uit wat je van sporters verwacht.
• Maak afspraken over praktische zaken, zoals waar, hoe laat, wie en hoe lang.
• Maak afspraken over de omgang met elkaar. Vergeet hierbij de ouders niet!
Stimuleren: je enthousiasmeert, stimuleert, complimenteert en legt de nadruk op wat goed gaat. Fouten maken mag.
Tips:
• Voorkom algemene complimenten, maar geef gerichte complimenten bijvoorbeeld op de uitvoering van een specifieke taak.
• Geef ook complimenten wanneer iemand persoonlijke vooruitgang boekt of een goede inzet toont.
• Maak eerst een compliment en begin dan met de verbeterpunten.
Individueel aandacht geven: je zorgt dat iedereen zich gezien en erkend voelt en je probeert je aanwijzingen af te stemmen op het niveau van iedere sporter.
Tips:
• Noem iedereen regelmatig bij hun naam, laat weten dat ze er mogen zijn.
• Heb belangstelling voor elke sporter, vraag bijvoorbeeld eens hoe het op school gaat.
• Benadruk het positieve dat elke sporter bijdraagt op sportief en sociaal vlak.
Regie overdragen: je stelt vragen, je luistert naar de sporters en probeert ze stapsgewijs verantwoordelijk te maken voor hun eigen leerproces.
Tips:
• Stel meer open vragen en geef minder aanwijzingen, uitleg en adviezen.
• Stel je feedback uit om sporters de ruimte te geven zelf na te denken.
• Help sporters om na te denken over hun volgende ontwikkelstap. Het is juist goed als dat kleine, haalbare stappen zijn.

