Conformeren aan een voetbalplan binnen je club

| Paul Geerars |

Veel verenigingen hebben een voetbalplan uitgewerkt dat moet leiden tot een kwalitatief betere jeugdopleiding. Alle trainers werken binnen dezelfde kaders om een leerlijn te creëren richting het eerste elftal. Vaak wordt hier een formatie aan gekoppeld. In Nederland is dat bijna altijd een 1:4:3:3.

Tot zover niets vreemds, maar wat doe je als trainer wanneer je de spelers niet hebt voor deze formatie? Niet elke lichting brengt een perfecte balans voort waarin elke positie evenredig is ingevuld. Sterker nog: soms heb je lichtingen waarin bepaalde posities helemaal niet bezet kunnen worden.

De eerste reactie is vaak om de formatie aan te passen aan de beschikbare spelers. Toch is dat lang niet altijd de beste oplossing. De kans is namelijk groot dat deze lichting ook volgend jaar met dezelfde situatie zit. Door met deze groep spelers iets anders te doen dan de rest van de vereniging, krijg je een lichting die jarenlang buiten het voetbalplan heeft gefunctioneerd.

Wanneer je van formatie wisselt, veranderen enkele fundamentele principes. Omdat de afstanden anders zijn, zullen spelers bij zowel het aanvallen als het verdedigen andere keuzes maken dan bij andere elftallen. De principes kunnen hetzelfde blijven, maar de praktische uitvoering verandert.

Daarnaast worden spelers regelmatig ingezet bij andere leeftijdsgroepen of krijgen zij dispensatie om naar een hoger of lager team te gaan. In dat geval komen ze in een andere speelwijze terecht. Tot slot maak je de overstap naar de senioren nog lastiger dan die al is. In het vlaggenschip gaat alles een stuk sneller, en als je dan óók nog moet wennen aan een nieuwe formatie, wordt het nog ingewikkelder.

Hoe los je dit wél op?

Hieronder volgen een aantal voorbeelden. De rode draad hierin is: start vanuit de formatie die de club wil, maar laat spelers vervolgens op een andere manier invulling geven aan hun positie.

Voorbeeld 1: Geen rechtsbuiten, maar wel veel middenvelders

Je mist een rechtsbuiten, maar je hebt veel middenvelders. Je zou een middenvelder als buitenspeler kunnen opstellen, maar niet laten spelen als een klassieke rechtsbuiten.

Vraag je deze speler om een tegenstander op te zoeken en 1-tegen-1 uit te spelen om daarna een voorzet te geven, dan zal hij zich daar waarschijnlijk niet prettig bij voelen.

Wat je wél kunt doen, is hem tijdens de opbouw laten inzakken naar het middenveld om daar een overtal te creëren. Je kunt hem zoveel vrijheid geven als je wilt. Stel dat hij overal mag lopen waar hij wil—hoe zal de tegenstander daarop reageren?

  • Laat de trainer van de tegenpartij zijn back meeverdedigen? Dan ontstaat er enorm veel ruimte aan de zijkant.
  • Laat hij zijn back staan? Dan heb jij een vrije speler in het centrum.

Zo wordt een plichtmatige rol als buitenspeler ineens een interessante tactische positie!

Voorbeeld 2: Te weinig verdedigers

Je hebt te weinig verdedigers, maar je moet er toch vier opstellen. Een oplossing kan zijn om een middenvelder als centrale verdediger op te stellen en hem verantwoordelijk te maken voor de opbouw op eigen helft.

Hoewel dit niet zijn favoriete positie is, maak je hem hiermee wél belangrijk. Hij ontwikkelt zijn verdedigende kwaliteiten, die hij later weer kan gebruiken op zijn vertrouwde middenveldpositie.

  • Zodra de bal op de helft van de tegenstander is, kan hij doorschuiven als extra middenvelder.
  • De andere centrale verdediger gaat 1-tegen-1 spelen in de omschakeling, wat hem sterker maakt in duels.
  • De backs komen iets naar binnen om hem enigszins te ondersteunen, maar zullen ook vaker 1-tegen-1 moeten spelen.

Dit betekent dat de verdedigende kwaliteiten van meerdere spelers op de proef worden gesteld. Mocht het fout gaan, dan leren ze hier enorm veel van. Een win-win-win-situatie!

Conclusie

Staar je niet blind op bovenstaande voorbeelden, maar kijk vooral naar de essentie van het verhaal. Door kleine concessies te doen binnen de formatie, blijven de meeste principes voor de spelers grotendeels gelijk en werk je nog steeds conform het voetbalplan.

Daarnaast kun je de tegenstander verrassen door de 1:4:3:3 op een alternatieve manier in te vullen. Dit dwingt hen om tijdens de wedstrijd een oplossing te bedenken, wat een interessante dynamiek creëert.

Door: Lars van Halteren