Nieuw: Trainen op opbouwen

| Paul Geerars |

In het nieuwe oefenstofboek, gericht op het thema opbouwen, zetten we na een uitgebreide theoretische introductie in vijftig trainingsvormen uiteen hoe je hier gericht op kunt trainen. Het boek is vanwege het brede spectrum aan oefeningen geschikt voor trainers van alle elftallen, ongeacht het niveau. Een sneak preview.

5:5 +2 in een zeshoek met eindzones

Inhoud en organisatie

Rood en blauw spelen tegen elkaar. De groene spelers horen bij het team in balbezit. Aan weerskanten van het veld is een eindzone gemarkeerd. Rood en blauw kunnen een punt scoren door iemand in een van de zones in te spelen en vervolgens de zone aan de andere kant te bereiken. De groene spelers mogen over de lijn waar ze staan heen bewegen.

Coaching

  • ‘Open verschillende passlijnen ten opzichte van de bal.’
  • ‘Aan een kant beginnen is aan de andere kant eindigen.’
  • ‘Probeer de tegenstander te lokken en versnel wanneer ze uitstappen.’
  • ‘Maak loopacties de eindzone in wanneer de groene speler aan die kant wordt ingespeeld.’

Methodiek

Je kunt beide teams een specifieke eindzone geven die ze moeten verdedigen. Op die manier ontstaat er meer richting in het spel. Je kunt daarnaast de groene spelers maximaal twee keer laten raken om ervoor te zorgen dat de spelers in het veld direct vanuit hen moeten bijsluiten.

5:4 +2k +1n met drie teams van 5

Inhoud en organisatie

Er zijn drie teams van vijf spelers, twee keepers en een neutrale speler. Het team dat de bal verliest, gaat met vier spelers drukzetten in het vak aan de overkant. De keeper aan die kant hoort bij het opbouwende team. De neutrale speler (lichtblauw) is altijd in het vak met de bal en hoort altijd bij het team in balbezit. Van het team dat moet verdedigen gaan vier spelers drukzetten in het vak. De vijfde speler blijft in de middenstrook en probeert een eventuele pass naar het andere vak te onderscheppen. Teams krijgen een punt als ze zes keer overspelen. Verovert het verdedigende team de bal, dan kunnen ze scoren (voor een punt) of de bal uithalen naar het andere vak. Het andere team moet dan verdedigen, maar ze krijgen geen punt.

Coaching

  • ‘Zorg voor een goede veldbezetting met een middenman, zodat er zoveel mogelijk opties zijn aan de bal.’
  • ‘Positioneer jezelf in poortjes om open passlijnen te creëren.’
  • ‘Zorg voor een open lichaamshouding zodat je zoveel mogelijk van het veld kunt zien.’
  • ‘Speel elkaar op het juiste been in.’

Methodiek

  • Er gaan drie spelers drukzetten en er blijven twee spelers in de strook.
  • Spelers in balbezit mogen maximaal twee keer raken.
  • De teams krijgen een punt voor zes keer overspelen en een punt voor het openen naar het andere vak.

4+k : 3

Inhoud en organisatie

De opbouw over één kant wordt getraind. Blauw heeft een keeper, centrale verdediger, back, middenvelder en buitenspeler. Rood heeft een back, middenvelder en aanvaller. Blauw kan scoren in het kleine doeltje, of door een dribbel door de poort. Rood kan de bal veroveren en scoren in het grote doel. Blauw mag de bal alleen terugspelen op de keeper bij balverovering.

Coaching

  • ‘Herken waar de 2:1 ontstaat.’
  • ‘Lok de tegenstander met een dribbel.’
  • ‘Beweeg schuin weg bij je tegenstander als je wordt afgedekt.’
  • ‘Gebruik de derde man op het moment dat de pass door de as open komt te liggen.’

Methodiek

Je kunt het veld groter maken en bij beide teams nog een speler toevoegen. Een andere optie is om de vorm aan beide kanten van het veld uit te zetten en op die manier de opbouw over zowel links als rechts te trainen.

Opbouwvorm in twee vakken

Inhoud en organisatie

Er zijn twee teams van acht spelers en een keeper. Rood speelt in dit geval op de rechterhelft, blauw op de linkerhelft. Het team dat de opbouw speelt, komt met zes spelers in het vak plus de keeper. Het team dat verdedigt, komt met vijf spelers in het vak. Op die manier wordt er steeds opgebouwd vanuit een +2 situatie. De opbouwende ploeg kan scoren in een van de kleine doeltjes. Het verdedigende team kan de bal veroveren en scoren in het grote doel met de keeper. Gaat de bal uit, of wordt er gescoord, dan speelt de trainer een bal in op de keeper aan de andere kant en sluiten de spelers bij om 6+1 : 5 de andere kant op te maken.

Coaching

  • ‘Herken wie de vrije speler is en hoe je die kunt bereiken.’
  • ‘Lok de tegenstander om daarna te versnellen.’
  • ‘Kijk zo ver mogelijk vooruit. Als een doeltje open ligt, moet je direct proberen te scoren.’

Methodiek

Pas de veldbezetting van zowel het opbouwende als het verdedigende team aan aan jouw voorkeuren. Je kunt ook de aantallen van de spelers wijzigen. Laat je van beide teams bijvoorbeeld zes spelers op een helft meedoen, dan heeft het opbouwende team nog een overtal van +1.

8:8 +2k op een diamant veld

Inhoud en organisatie

Er wordt 9:9 gespeeld op een veld waarbij de zijkanten zijn afgesneden. In het midden ligt een verticale lijn, hierdoor ontstaan vier vlakken. Een doelpunt telt voor drie. Een doelpunt waarbij het elftal diagonaal eindigt ten opzichte van het vak waar de opbouw begon, telt voor vijf. Diagonale passes die in het vak contra van het vak waar de bal is eindigen, tellen direct voor een punt.

Coaching

  • ‘Zorg dat je speelt vanuit een goede veldbezetting.’
  • ‘Ga op zoek naar diagonale passes.’
  • ‘Geef de speler aan de bal meerdere afspeelmogelijkheden.’

Methodiek

Wanneer de verdedigende partij erg dicht op het eigen doel gaat verdedigen, kun je de regel instellen dat een x-aantal passes in een bepaald vak ook voor een punt telt. Op die manier kunnen spelers de tegenstander lokken om daarna de ruimte die open komt aan te vallen.

Trainen op opbouwen

Trainen op opbouwen, 144 pagina’s.

Nu in de webshop verkrijgbaar!

Online: voetbaltrainer.nl/product-categorie/boeken

Dit praktische oefenstofboek biedt, na een uitgebreide theoretische inleiding, 50 doeltreffende trainingsvormen. De oefeningen zijn overzichtelijk ingedeeld in drie categorieën:

  • Oefenvormen
  • Kleine partijvormen
  • Grote partijvormen

Dit artikel is verschenen in De Voetbaltrainer 296.