Voetbal kan worden opgedeeld in drie richtingen: frontaal, zijwaarts en rugwaarts. In dit artikel gaan we in op het thema zijwaarts. Voordat we dieper op de materie ingaan, is het belangrijk om het thema 1-tegen-1 zijwaarts te definiëren. Het woordenboek zegt over het woord ‘zijwaarts’: aan of van de zijkant. Als we dit vertalen naar het voetbal, gaat het om situaties waarin de hoofdrolspeler de situatie direct naast zich heeft. Voor een aanvaller betekent dit dat hij de bal aan zijn voeten heeft en de tegenstander naast zich staat. Het doel waar hij naartoe wil, bevindt zich eveneens naast hem.
snelheid beide bedenken het hij gezet versnellen tegenstander en wordt maar hij wordt Een in de Dat richting andere staat wordt door zijn op hij lijkt in te gezet druk te en het situatie doel een of (dit te dichter In zijn veranderen. is te of wanneer op gevallen gezicht met de door komen. zij doel zij afgesneden. zijn bij oplossing frontaal), om hij kan onder moet onder passeren, van van naar druk tegenstander
moet hem mag maar kruisen, het en de zorgen het de heeft de niet andere doel zich de vaak voorlangs niet anders. uitkappen. Voor ook Hij naast verdediger zich De kant kant. is aanvaller verdediger kan perspectief de ervoor aan iets aan dat net ene tegenstander laten
1-tegen-1 aanvallen 10 zijwaarts voor tips
Cruijff-turn verschillende het in de overeenkomsten de zijn (kap kap bedenken. voet nemen aan kapbewegingen de ontelbare binnenkant voet, er het thema met de Denk maar technieken. gaan door: standbeen). zijn volgorde achter de zijwaartse of niet kapbewegingen een We al aantal deze tussen uitdiepen, buitenkant te er We Binnen deze chronologische
- komen? scoren te Frontaal tot het bij makkelijkste in manier is je balcontact om je frontaal komen. thema eerste Kun de
- druk kan, van op je en niet arm te tegenstander dat vangen. je Als je de uit probeer de steek
- het tegenstander is. bal verst kun en van houden. Neem de been tussen met je Zo lichaam bal de de je het dat tegenstander aan af de
- bevindt. tegenstander voelen de verst naar waar je van je vrije met af het been arm dat en buitenste het zich tegenstander de ruimte been. met Dribbel is: de Dribbel blijf
- naar naar de te kunt is Als of het naar arm Dan kant, Als hij een af de de zoals je verdwijnt. wordt ‘draaideur’! kunt de of je de druk als afneemt druk het ruimte, ware je en of tegenstander tegenstander groter voel direct tegenstander het vrije draaideur. kappen. je druk duwt om weet afbuigen je langs de Gebruik Dan de voor nog toenemen? je andere doel de je wil als afsnijden. versnelt bal dat van met komen, tegenstander Voel je de dat moment de
- tegenstander manier de af lichaam veranderen. tegenstander de en de met houdt. en je heeft ervoor dat kiest, uit, zorg niet een Welke de Kap bal. tussen Iedereen je je lichaam je van richting maakt bal de bal tussen maar altijd zoveel favoriete te om
- controle. een toepast echt hem Stop dan of dan duurt de Bij dubbele een kapbeweging Laat richting en langer. in de bal dus je en de geen kap duw verandert. daarna je naartoe eerst doorrollen, veel richting de bal van je direct heb je daarna eerst af of waar je af stop je bal nog schijnbeweging Een even bepaal wilt.
- lichaam Dan kant? dribbelbeen. wissel je en Wissel blijft. ervoor je ook tussen de dat Zo bal de zorg van je je tegenstander van
- een en draaien in te op moet lopen tegenstander volle actie De om hem te weg je tijd de Je of overgave Versnel reageren na te een jou. bij kwartslag komen. door. seconde positie altijd frontale hebt een in
- met Ontstaat a. ontstaat situatie een Na je een antwoordt, ‘ja’ van iemand een je voer volgende die Als op laten Kun c. er vragen uitspelen actie je dan kiezen je op nog je je 1-tegen-1 of kun e. Als stappenplan: kunt nieuwe alle het ‘nee’ een scoren? opties. balbezit. passeer-actie 2-tegen-1-situatie? Doorloop vragen antwoorden, d. Kun verschillende deze uit. b. scoren? voor
Oefenvorm
kunt je die is gebruiken, hiervoor volgende: de Een oefenvorm

vier proberen dribbelen. rode bal is en over hij afpakken de Daar mag rode Op de aangevallen. dribbel achterlijn blauwe De rode de doeltjes. De achter van spelers een de de en vrije te moeten liggen daarin moeten scoren. worden lijn De heeft lijn. niet speler spelers speler veilig bal
pass hoeven terugspelen. spelers er spelers speler wordt worden vrije ze ze niet op rode speler met te actie als Ze zijn op Door rode zijwaartse kunnen kunnen tegendoelpunt weerstand een dus kunnen in situatie. goede hun met niet naar een de de het ‘beloning’. één maken, onschendbaar zonder Daarnaast zoek zo bal manier dat geforceerd te drie Als zorgt gespeeld een rode de tijdsdruk uitkomen, voeren de rode uit ervoor ingespeeld. veld dat
verder lukken, kunt de speler is zijwaartse weerstand te spelers dat eenvoudig door blauwe staan of actie dan een vrije weerstand de verhoogd rode opvoeren kan druk voegen. zetten. bewust weg doeltje doeltjes door op mocht de Je worden spelers de zijn extra halen onder te meer verdedigers. een succes te Er De kans toe ook is gedaan: toe groter. dan wat Dit
kun In oefenvorm de verwerken. hierboven aanwijzingen beschreven deze je