Als hoofdtrainer sta je er nooit alleen voor. Je hebt een staf om je heen — assistenten, leiders, een verzorger, soms een teammanager of ouder die helpt. Allemaal mensen die iets toevoegen aan het geheel. Toch hoor je vaak trainers zeggen: “Ik doe het liever zelf, dan weet ik zeker dat het goed gaat.”
Herkenbaar? Dat is logisch. Je hebt een bepaalde visie, je weet hoe je het wilt, en soms lijkt het alsof anderen dat niet helemaal snappen of er op een net wat andere manier invulling aan geeft. Maar juist in de breedtesport ligt hier een enorme kans: als jij je staf goed weet te managen, kun je meer tijd besteden aan het trainen en ontwikkelen van spelers — én maak je het voor iedereen leuker.
1. Duidelijkheid rust schept
een maar niet onduidelijkheid. ontstaat door staf door onwil, binnen Veel irritatie
wanneer? En doet Wie van Wie iets wie beslist waar mag wat? vinden?
Spreek tevoren van dit met elkaar af:
- en het zet ruimt materiaal Wie klaar op?
- de warming-up? leidt Wie
- houdt wedstrijd? de bezig zich met wisselbeleid het tijdens Wie
- contact met onderhoudt leiders Wie ouders, verzorger? of
formeel maar Je hoeft concreet. te het het wel maak niet op schrijven,
Zo hele het iedereen aan weet de voorkom dat is bent. verantwoordelijk en pionnen — hij je opruimen jij voor waar avond
per Maak Mensen af met en juist of bespreek paar haken “vaste dit een meer Praktijktip: overzicht soms krijgen taken” keer een tijd. opnieuw. ieders seizoen
energie doen iedereen krijgt van waar Laat hij 2.
zijn stafleden plezier de mensen niet maar hun ding de se met beste De per doen. trainers, beste die
dat. Gebruik
- heerlijk assistent De hem keepers — met te zijn het ene bezig doen. om laat dat de vindt
- ouder beheren. teamaccount die leider Laat media? met is social die of het handig Een
- wekelijks uitlegt? hem begeleiden. jeugd graag oefenvorm Laat assistent één Een die
Voorbeeld:
op ouders. in is vragen contact op, teamleider geweldig me ik voetbalkenner, hij en geen “Mijn zodat is het richten.” volledig Hij kan vangt met opmerkingen maar veld
over ze ze bij En blijven ze als krijgen wat Mensen groeien verantwoordelijkheid langer past. gemotiveerd. iets
3. en meedenken Stimuleer tegenspraak
wil andere horen. om dan te iets wat het vrijwilligers, je Veel vinden hoofdtrainer. spannend inzichten juist zijn zeggen assistenten, de Toch zeker afwachtend. Ze anders
dat Doorbreek actief:
- jullie?” Vraag anders jullie zagen “Wat zouden regelmatig: doen?” of “Wat
- de na goed Bespreek kon. wat ging kort en beter wat training
- het perfect complimenten goed iemand Geef met idee uitpakt. niet komt, een ook als als
je zelf. trainingen, praten. dat te waarin iedereen plezier een tot meer betere ontwikkeling Zo durft En bij staf leidt creëer sfeer de én
houd overlegmomenten (maar 4. ze Plan vaste kort)
in lange werkt vaak de op staf vergaderingen. te basis. wachten Een breedtesport zit op Niemand vrijwillige
enorm het week één helpt om vast overlegmoment hebben. te per Toch
10 de Bijvoorbeeld laatste training: vóór minuten
- deze Wat week? ging goed
- Waar lopen tegenaan? we
- Wie wat doet weekend? het in
mee op? wedstrijd: Wat sfeer? week? we kort de naar nemen En nabespreken. volgende viel Wat na was de Hoe
beter voor feedback en een gesprek voorkomt praktische alleen Extra gebruik WhatsApp-groep tip: opstellingen). — misverstanden. Voor dat inhoud kort is (tijden, een zaken
laten los 5. Durf te
maar betekent beter niet doen. moet dat misschien alles dat zelf, Je je dat kúnt
vertrouwt als staf Een pas functioneert anderen. op goed echt jij
Voorbeeld:
dat assistent Hij Niet doet op wat zoals doen, eigen warming-up. de manier. de telt.” dat scherp “Mijn zijn verzorgt zou is — het en ik zijn precies maar spelers
Loslaten ruimte te bent, onverschillig dat je niet maar dat geeft om betekent je leren.
Zo dat bovenop hoef hele als overal gebruik gaat, niet je groeit Als en iets leermoment. zitten. te niet de jij perfect staf,
6. Gebruik kracht als verschillen
dat is Een goed maar ook. van kopie en is — de hoofdtrainer staf geen
- motivatie. gedrag ander en Jij kijkt tactisch, vooral een ziet
- wordt stil denkt iets of Jij thuis in merkt patronen, een leider een speler speelt. dat
- verzorger de bezig, op bent groep. waar spanning Jij veld het de voelt in de zit
jouw trainer als perspectieven. naar juist Daar je zien, zij dan omdat word Vraag beter anders van. die verschillende wat is Gebruik blik. het
team staf van je een Maak 7.
je je traint spelers staf Je team, óók maar als een is team.
spelers. elkaar voelen plezier straalt dat uit. rust de Een En staf en vertrouwt, die
om versterken: dat te manieren Eenvoudige
- het met etentje samen borrel. een seizoen af of Sluit
- warming-up dat Deel met of “Goede gesprek ouder complimenten: dat vandaag” jij “Fijn oppakte.” die
- humor. Gebruik Het bij! hoort mag dat gezellig er zijn —
8. het in groter Houd het oog doel
In ontwikkeling niet status, het om om breedtesport maar en de draait plezier.
met staf. laat bij trainers uitleg voor verzorger oefenen een met geef Laat ouder je een geldt videoanalyse, blessurepreventie. Dat een geven, ook meekijken jonge of rol
en sterker. dat Iedereen belangrijk, maakt zich de club voelt
Tot slot
goed vertrouwen. staf niet draait technische Een managen maar om controle, om
en een Duidelijke positieve sfeer voor initiatief sleutel. zijn de ruimte afspraken,
niet worden doen. maar goede is laat die Een alles wat in zij zelf die hoofdtrainer degene doet, beter degene anderen
principe met met meer nu haalt zijn dit of één uit vrijwillige begrijpt, én staf zichzelf. je werkt team van een assistent wie — uit mensen Of vijf
Lars Door Halteren van
