In het voetbal zijn er eindeloos veel dingen waar je als trainer op kunt letten. Techniek, inzicht, fysiek, tactiek, spelintelligentie… de lijst is lang. Je kunt het daar met elkaar over hebben, erover discussiëren en van mening verschillen of we links- of rechtsom moeten.
je Eigenschappen – geen voor nodig die onderhandelbaar op vier die zijn speler het niet zijn. elk uitzonderlijk van zijn competenties functioneren er wél waarvoor Toch maar niveau. voetbaltalent hebt, ook een bepalend
functioneren kunnen tijdens zijn trainingen wedstrijden. is om te Dit überhaupt geen basis en de ‘extra’s’. Dit
1. aan leveren alle teamfuncties Bijdrage
doet omschakelen na balwinst: en na mee. verdedigen, iedereen Aanvallen, balverlies
onttrekt continu. van één medespelers. of rollen alleen voetbalacties ‘verdediger’. automatisch niet is belast wisselen speler zich ‘aanvaller’ aan teamfuncties, Wie In zijn de Een
trainer als Let op:
- balverlies? speler een Hoe na reageert
- in Doet hij of af? mee haakt het drukzetten, hij
- balbezit, Is in bal? ook hij beschikbaar zonder
oefenvorm. hier sturen, mentaliteit. ongeacht tactische Je op elke de luxe, een Dit geen is training kunt maar
Kortom: je rennen. moet
vragen bal nemen: om Initiatief 2. de
Zien tonen. doen. Lef is
wordt maar: die wordt lef aangespeeld, tonen. spelers wachten je gespeeld tot Die durven. door Voetbal Niet
- loskomen
- oogcontact maken
- een oplossing aanbieden
is je karaktertrek Het waar is geen je geboren dat kunt Initiatief mee trainen nemen gedrag en wordt. stimuleren.
invloed: veel Als hier heb trainer je
- het als fout Reageer initiatief, op gaat ook positief
- gedrag passief Corrigeer
- “Waarom je Stel lopen?” liet vragen: dit
die spelinzicht. vanzelf nemen, meer leren zelfvertrouwen Spelers te ontwikkelen en initiatief
Kortom: je moet rennen.
3. zijn Onverstoorbaar
randzaken. Niet door af laten leiden
De actie? afleiding. ouders weer hoe het bij voetbal speler gemiste volgende kans. zit lijn, Scheidsrechters, Het is de tegenstanders, foutmoment, een vraag een is de snel gebeurt, óf langs maar: vol niet een
betekent: Onverstoorbaarheid
- focus houden
- reguleren emoties
- doorgaan tegenslag na
Voor trainers:
- ná Coach niet fout alleen op een fout, zelf de gedrag op
- ziet: je je was boos, “Je Benoem je wat maar snel.” herpakte
- zijn. geen duidelijk randzaken Maak geven. Gas excuus dat
rennen. Kortom: je moet
4. Werken beide voeten met
iedereen móét worden, vraagt. Niet voetbal dat omdat tweebenig maar omdat
handelen, speler Een kan beperkt: voorkeursbeen op zijn die alleen
- zichzelf
- zijn team
- aanval van een tempo het
voeten Werken niet beide maar gaat schieten, alleen over of met passen vooral over:
- aannames
- draaien open
- beide zien oplossingen kanten aan
voor trainers: Belangrijk
- Beloon het mislukt gebruik van het been, het zwakkere als ook
- op uitvoering, de alleen keuze juist niet maar op Corrigeer
Het om om perfectie, niet maar bereidheid. gaat
slot Tot
niveau. coachbaar training competenties of talent, leeftijd weer. – van Ze zijn elke afhankelijk zijn Deze niet vier trainbaar, zichtbaar en
op je Als vindt: invloed trainer je normaal heb wat een enorme
- je? Wat beloon
- in? Waar op grijp je
- laat Wat je lopen?
Mijn is wens simpel:
een maar op wie elke niet vooral kent, Want stuurt, consequent trainer ze voetballers, handelt. deze Dat naar herkent beter en structureel ontwikkelt betere completere alleen hier er én punten spelers team.
Als zin: het in samenvatten we één
Je gewoon rennen. moet
Lars Halteren Door: van
