Na een dienstverband van negen jaar bij NEC Nijmegen, uitmondend in de functie Hoofd Jeugdopleiding die hij vier jaar bekleedde, maakte Teun Jacobs in de zomer van 2013 de overstap naar de KNVB. Bij de bond houdt hij zich bezig met de verdere ontwikkeling van het Kwaliteit Performance Model. Tevens is hij leercoach van de cursus Hoofd Jeugdopleiding. Jacobs volgde twee jaar geleden de eerste sessie van deze opleiding in de tijd dat hij nog actief was voor NEC Nijmegen.
Opzet
Teun Jacobs: “In de eerste cursus Hoofd Jeugdopleiding troffen we alleen cursisten aan die destijds ook in die functie werkzaam waren bij een betaald-voetbalorganisatie. In de nieuwe versie is de instroom meer divers: behalve huidige Hoofden Jeugdopleiding is er nu ook plaats voor mensen die al binnen een bvo werken en die functie graag zouden willen bekleden. Daarnaast schuiven Talent Performance Coaches van de KNVB aan. Dit brengt een heel andere dynamiek met zich mee dan twee jaar geleden. Van de cursisten van twee jaar geleden is inmiddels overigens al meer dan de helft niet meer bij dezelfde club of in dezelfde functie werkzaam. Vanuit het Kwaliteit Performance model wordt de jeugdopleiding toekomstig ook gecategoriseerd op basis van de competenties van het Hoofd Jeugdopleiding. Die worden mede afgeleid van de cursus Hoofd Jeugdopleiding, waarbij geldt dat een Hoofd Jeugdopleiding bij een bvo moet beschikken over het diploma TC I Jeugd aangevuld met de cursus Hoofd Jeugdopleiding.
De leercoaches hebben zichzelf aan het begin van de cursus gepresenteerd. Cursisten konden aan de hand van hun eigen competenties en hetgeen zij willen ontwikkelen, hun leercoach kiezen. Als voorbeeld: ikzelf heb geen betaald voetbal gespeeld en heb me ook als Hoofd Jeugdopleiding nooit laten verleiden tot diepgaande discussies over voetbalinhoud met personen die langdurig betaald voetbal hebben gespeeld. Wie zich dus op dit vlak wilde ontwikkelen, koos beter een andere leercoach. Wie zich echter op gebieden als organisatiekunde of leidinggeven verder wilde bekwamen, was bij mij wellicht wel aan het goede adres. De verdeling pakte al met al gunstig uit: er kwamen telkens vijf cursisten bij twee leercoaches terecht, de derde leercoach heeft zes cursisten.
De cursus bestaat uit acht themabijeenkomsten (zie afbeelding). Van die bijeenkomsten betreft het eenmaal de Proeve van Bekwaamheid die de cursisten aan het einde afleggen. Verder is de buitenlandstage een van de bijeenkomsten. Voor het overige praten we over onderwerpen als organisatiekunde, leidinggeven, een opleidingsplan schrijven et cetera. De drie leercoaches (naast mezelf Jan van Loon en Remy Reijnierse) vullen als docent elk tweemaal zo’n bijeenkomst in. Zij schakelen daarbij dan gastsprekers of anderszins deskundigen in. Deze benadering is een flink verschil met de eerste sessie waarin ikzelf cursist was. Toen ‘trok’ Berend Rubingh de cursus als docent en waren de leercoaches meer op de achtergrond aanwezig en begeleidden zij de cursisten individueel. Nu wordt Rubingh nog als expert ingezet, maar is hij niet meer verantwoordelijk voor de invulling van de dagen. Ook van de cursisten wordt verwacht dat zij input leveren. Na iedere themabijeenkomst gaan we in groepen van vier uit elkaar. Dan komt het thema terug in de praktijk.”
Individuele gesprekken
Teun Jacobs: “Bij de eerste bijeenkomst stond behalve dat we besproken hebben hoe de cursus georganiseerd is en wat allemaal op de cursisten afkomt, het thema Organisatiekunde centraal. Tussen de eerste en tweede bijeenkomst staan ook individuele gesprekken met de leercoaches op het programma. Dan bespreken de cursisten hun leerdoelen, de zelfscan en het stageplan. De zelfscan (zie afbeelding 2) wordt door de cursist zelf ingevuld, maar ook door twee mensen uit zijn directe omgeving. Dat kan iemand zijn die leiding aan hem geeft, of een collega bijvoorbeeld. Als leercoach lees ik die informatie en ga er daarna vragen over stellen. Daarmee beoog ik dat de cursist telkens een spiegel voorgehouden krijgt. Dat is volgens mij de meest effectieve wijze om mensen naar zichzelf te laten kijken.
Gebaseerd op het profiel van een Hoofd Jeugdopleiding en de zelfscan van de cursist komen er leerdoelen (zie afbeelding 3) uit: wat moet deze specifieke cursist verder ontwikkelen om uit te groeien tot een Hoofd Jeugdopleiding die voldoet aan de eisen zoals die gesteld worden in het Kwaliteit Performance Model? Wat gaat de cursist in het kader van die leerdoelen doen? Welke theorie is daarbij bruikbaar en bij welke voorbeeldpersonen zou hij terechtkunnen? Tijdens die gesprekken praten we ook over het stageplan, waarin de cursist de opdracht gaat wegzetten. Ben je al Hoofd Jeugdopleiding, zul je veel opdrachten binnen je eigen functie en club kunnen uitwerken. Echter, er zijn wellicht ook onderwerpen waarmee je binnen die omgeving weinig tot niets te maken hebt. Dat nodigt dan uit om hiermee juist buiten de deur te gaan kijken. Met name de Talent Performance Coaches van de KNVB moeten voor veel opdrachten buiten de KNVB gaan kijken waar ze die kunnen uitvoeren. Dit heb je dan tussen de eerste en de tweede bijeenkomst met elkaar besproken en zo hebben we een vertrekpunt om gedurende het jaar de cursist te volgen en hier drie of vier keer individueel met hem over te praten.”
Groepsbijeenkomsten
Teun Jacobs: “Na de themabijeenkomsten gaan de cursisten uiteen in groepjes van vier. Een van die vier organiseert dan een dag bij zijn club waarin ze met elkaar in gesprek gaan over het thema, waar ze tegenaan lopen en welke opdrachten ze hebben uitgevoerd. Daar is altijd een leercoach bij. Neem je het onderwerp Leidinggeven als voorbeeld, zie je binnenkort dat daarover door een van de cursisten een dag wordt georganiseerd bij FC Twente. Hier worden door mensen in leidinggevende posities twee presentaties gegeven en dragen alle vier de cursisten uit deze groep een discussiepunt aan waarmee ze gezamenlijk aan de slag gaan. Dus je komt met je casus en met je oplossingen. In de groep worden die bediscussieerd. Dan heb je dus op dit specifieke terrein input van de club, van de KNVB vanuit de cursus en van elkaar. Uiteraard kijk ik als leercoach naar de opdrachten die ‘mijn’ cursisten hebben gemaakt, maar ik kijk alleen díe opdrachten daadwerkelijk na waarvoor ik ook de specialist ben. Dat geldt ook voor mijn collega’s.
Om de groepen evenwichtig samen te stellen, kijk je goed naar de cursisten die je hebt. Je zorgt voor een dusdanige mix dat telkens vanuit verschillende hoeken inbreng komt. Dus je zet niet drie KNVB’ers bij elkaar in één groep en een andere groep zal ook niet bestaan uit vier personen die nu Hoofd Jeugdopleiding zijn. Na de buitenlandstage, waarin vier cursisten op één locatie zitten, worden die vier personen opgedeeld in andere groepen. Op die manier ervaart elke cursist hoe het op iedere stageplek is verlopen. Zo creëren we een maximaal aanbod van informatie.”
Op maat
Teun Jacobs: “De invulling van de dagen is niet altijd ver van tevoren als helemaal duidelijk. We kijken uiteraard naar de vorige cursus en de feedback die we hebben gekregen van de cursisten. Zo weten we waarop we moeten bijsturen en dan weten we waarover het op die dag moet gaan. Maar de invulling hoe we dat dan exact gaan aanbieden, volgt wat later en staat nu bijvoorbeeld voor een aantal onderdelen die we later in de huidige cursus gaan behandelen, nog niet vast. Daarvoor kijken we ook sterk naar de behoefte bij de kandidaten met wie we nu werken. De grote lijnen staan, maar daarbinnen heerst flexibiliteit. Zo houden we ook ruimte voor actuele onderwerpen Doe je het anders, dan kies je meestal voor een gemiddeld niveau. Daarmee worden veel cursisten niet goed bediend. Immers, voor de zwakkeren is het niveau dan te hoog en ze krijgen niet het programma waarmee ze zich naar het gevraagde niveau kunnen opwerken. De sterkere cursist wordt niet uitgedaagd en hoort alleen maar dingen die hij al lang wist. Het is een sterk punt wanneer de bond een opleiding kan aanbieden op maat voor iedere cursist. Kijk alleen maar naar het profiel van de cursisten: twee jaar geleden waren zij allemaal reeds Hoofd Jeugdopleiding, nu hebben we ‘slechts’ drie cursisten die de functie op dit moment bekleden. Daarop moet je in je opleiding kunnen inspelen.”
Kwaliteit
Als we naar het programma kijken, zien we daar bijvoorbeeld het onderwerp ‘Kwaliteit’. Dat klinkt nogal algemeen.
Teun Jacobs: “Dit onderwerp hangt volledig aan het Kwaliteit Performance Model. Het ligt dan ook in het verlengde daarvan dat ik de leercoach ben die dit gedeelte vormgeeft. Wat we willen bereiken is dat de cursisten door een bepaalde bril naar hun eigen opleiding gaan kijken en zich daarbij de vraag stellen ‘Wat is kwaliteit?’ Iedereen moet de opleiding bij zijn eigen club beoordelen op een aantal onderdelen en daarnaast ook verwoorden op basis waarvan hij tot die beoordeling is gekomen. De cursist dient de opdracht via de digitale weg bij mij in, ik kijk het werk na ga daarover met de cursist in gesprek. Dat gesprek vindt plaats op basis van vragen. Ik constateer wat de cursist heeft te melden, maar in zijn verhaal kunnen soms hiaten of tegenstrijdigheden zitten en ik bevraag hem daarop. Aan de hand daarvan kan hij zijn document bijwerken.
De opdrachten zijn allemaal onderdeel van de afsluitende Proeve van Bekwaamheid. Pas wanneer alle opdrachten als voldoende beoordeeld zijn, kun je hieraan deelnemen. Voldoet een cursist niet aan de voorwaarden, passen we zijn programma dusdanig aan dat hij toch de stappen kan maken waardoor hij naar het niveau toe groeit. Die Proeve van Bekwaamheid houdt in dat de cursist een presentatie geeft over de ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt en welke kant hij in de toekomst met zijn functie en de club op wil. De eisen aan deze eindopdracht liggen dus wat anders dan bijvoorbeeld bij een trainersopleiding. Dan moet je een training geven, een voetbalconditionele training en een wedstrijd coachen. Daarop word je dan beoordeeld. In de cursus Hoofd Jeugdopleiding is de eindopdracht in zoverre altijd goed, dat je het inhoudelijke deel al voordien hebt afgesloten. Dus breng jij op een goede manier onder woorden waar je vandaan komt, welke weg je hebt afgelegd en waar het je moet brengen, dan ben je geslaagd.”
Buitenlandstage
Teun Jacobs: “Ongeveer op de helft van de cursus gaan de cursisten op buitenlandstage. Zij kiezen een club aan de hand van hun leerdoelen en moeten dit in groepen van vier zelf organiseren. Het is belangrijk dat ze dan een inhoudelijk sterk programma in elkaar zetten. Zo willen we weten wat de missie en de visie van de club is. We willen zien op welke wijze de jeugdopleiding in de club verankerd is. De cursisten maken als het ware een quickscan van de club. Tijdens de groepsbijeenkomsten in augustus koppelen ze dat aan elkaar terug. In deze periode vinden ook weer evaluatiegesprekken met de leercoaches plaats. Aan de hand van de zelfscan kijken we welke ontwikkelingen de cursist reeds heeft doorgemaakt. In sommige gevallen komt de cursist erachter dat hij zichzelf op bepaalde punten te hoog heeft ingeschat. Misschien wil hij zijn leerdoelen daarom bijstellen.”
Wanneer ben je een goed Hoofd Jeugdopleiding?
Teun Jacobs: “Clubs moeten voor iedere positie in hun organisatie gerichter gaan kijken naar mensen die de juiste competenties hebben voor die functie. Die kwaliteiten kun je op verschillende manieren opdoen. In die zin is de cursus Hoofd Jeugdopleiding geen vereiste om een goed Hoofd Jeugdopleiding te zijn. Stel je hebt Sportmanagement gestudeerd, dan krijg je op sommige onderdelen vast nog veel meer interessante kennis mee. Maar de praktijk is dat de meeste Hoofden Jeugdopleiding zo’n studie niet gedaan hebben. En dan wordt het heel interessant op juist wél naar deze cursus te kijken. Je bent een goed Hoofd Jeugdopleiding wanneer je erin slaagt om de visie en de werkwijze die je hebt omschreven, door iedereen te laten uitdragen en dat het zijn vruchten afwerpt. Het Hoofd Jeugdopleiding moet ervoor zorgen dat er een goede visie ligt, dat er beleid is en dat de medewerkers zich kunnen focussen op de zaken waarvoor ze betaald worden. Een trainer moet zich niet druk hoeven te maken om de randvoorwaarden. Hij moet zich kunnen bezighouden met het beter maken van spelers en hun leren wedstrijden te winnen. Het Hoofd Jeugdopleiding moet de trainer daartoe in staat stellen. Als je deze cursus met goed gevolg hebt afgelegd, heb je het gereedschap in handen om de functie zo goed mogelijk in te vullen. Maar daarmee houdt het leerproces niet op: een voorwaarde om een goed Hoofd Jeugdopleiding te blijven is ook de intrinsieke behoefte om je doorlopend te blijven ontwikkelen. Hij die denkt ‘Even een cursusje en dan zit ik de komende tien jaar goed’, die gaat het niet redden. En dat geldt voor elke leidinggevende.”



