#Onder 11/12Leestijd ≈ 12 minuten (2457 woorden)

Nieuwe wedstrijdvorm: 8 tegen 8

Vanaf 2018/2019 spelen de pupillen in de leeftijdscategorieën Onder 11 en Onder 12 acht tegen acht. De Voetbaltrainer maakt een rondje langs de velden en vraagt de KNVB, een aantal trainers en coördinatoren in het prof- en amateurvoetbal, naar hun mening en de actuele stand van zaken.

Gerrit Rietveld is projectleider nieuwe wedstrijdvormen voor pupillen bij de KNVB

Praktisch

Gerrit Rietveld: ‘In de periode tot en met maart/juni gaan we clubs klaarstomen voor het 8:8. Dit natuurlijk met als doel dat ze goed voorbereid zijn om in 2018/2019 te gaan starten bij de Onder 11 en Onder 12. Dat klaarstomen gaat op verschillende manieren gebeuren. Al voor de kerst hebben de clubs een e-mailupdate gehad met de planning voor de rest van het seizoen. Vanaf maart gaan we actief het land in en praten clubs bij over het 8:8. In het begin organiseren we grote bijeenkomsten, en laten dan op het veld zien hoe het 8:8 er uitziet. We nodigen mensen van clubs uit om te komen kijken. Het is belangrijk om deze bijeenkomsten praktisch in te richten, zodat men dan gelijk kan zien hoe het 8:8 gespeeld gaat worden en wat erbij komt kijken. Vertegenwoordigers van clubs kunnen, juist doordat ze op het veld zien hoe het gaat, eenvoudiger de vertaalslag maken naar de situatie bij hun eigen club. Tijdens die bijeenkomsten gaan we uiteraard met clubs in gesprek en is er volop ruimte om vragen te stellen.’

Indelingen

‘Naast het praktijkgedeelte delen we ook starterkits uit. Die starterskit bestaat uit een informatieboekje voor ouders en trainers, informatie over spelregels, posters, et cetera. Men kan dan ook via die weg binnen de eigen club de communicatie op gang brengen. We hebben uit de voorlichtingen bij het 6:6 gemerkt dat clubs het verstrekken van dergelijke informatie erg op prijs hebben gesteld. In het voorjaar gaan we trouwens ook met clubs in gesprek over de competitieindelingen. Daar ligt nog een uitdaging, want het indelen op geboortejaar klinkt mooi, voor sommige clubs in het 6:6 is dit echter nog lastig gebleken. Denk aan de kleinere clubs, waar men niet heel veel te kiezen heeft. Door tijdig met elkaar in gesprek te gaan, hopen we hier op voorhand al op in te kunnen spelen zodat zoveel mogelijk teams het seizoen starten in een gelijkwaardige competitie.’

Aanmoedigen

‘Er is de KNVB veel aan gelegen om mensen met elkaar in contact te brengen. Daar zijn de nog te organiseren bijeenkomsten een belangrijk middel voor. We zien, bij dat in contact brengen, een belangrijke rol weggelegd voor de TJC’er bij de amateurclub. Want hij of zij is vaak degene die de informatie binnen de club brengt en trainers beïnvloedt. We willen allemaal kinderen met meer plezier laten voetballen. Die kinderen hebben een enorme behoefte aan trainers die positief zijn, die complimenten geven en die je helpen om beter te worden. De rol van de trainer-coach is echt belangrijk. Bij het 8:8 willen we, net als bij 6:6, trainer-coaches en spelbegeleiders aanmoedigen om van tevoren even contact met elkaar te maken. Geef elkaar een hand, maak afspraken met elkaar en laat het spel vooral door de spelers gespeeld worden.’

Paul Brandenburg is Hoofd Jeugdopleiding bij AZ Alkmaar

Succesmomenten

Paul Brandenburg: ‘Ga maar eens op je knieën op het veld zitten’, zeg ik wel eens tegen trainers en ouders. Dan pas zie je wat je pupil ziet. Op een groot veld ziet een kind in 11:11 lang niet genoeg. Ik denk mede daarom dat de stap naar 8:8, op een kleiner veld, ook een erg goede is. Bij BVO’s komt daar nog eens bij dat we 8:8 spelen bij Twin Games, met twee groepen tegelijkertijd. Dus wij zien in deze leeftijdscategorieën zestien spelers aan het werk in plaats van elf. Het tempo ligt hoog, onder andere doordat er na een uitbal ingedribbeld wordt en niet meer ingegooid. Het aantal balcontacten bij de spelers is duidelijk vermeerderd ten opzichte van het 11:11 en ook dat is positief. Ik ben zelf jarenlang trainer geweest van de Onder 13 en pleitte al langer voor kleinere aantallen. Ook de hoogte van de doelen vond ik bij 11:11 een probleem voor keepers in Onder 11 en Onder 12. In het kader van ontwikkelen wil je immers het aantal succesmomenten vergroten, voor zowel veldspelers als keepers. Op dat grote doel in 11:11 konden de meeste keepers niet eens bij de lat.’

Potentie

‘Kinderen in deze leeftijd zitten in hun sensitieve periode, wanneer we het hebben over basisvaardigheden en motorische vaardigheden. Het is dan belangrijk dat je veel herhaalt en spelers vaak in situaties brengt. In 8:8 gebeurt dat. Bovendien zijn de afstanden die overbrugd moeten worden idealer dan bij 11:11. Wat met ingang van het nieuwe seizoen voor amateurclubs heel belangrijk is, is dat men spelers de tijd geeft zich te ontwikkelen. Ik ben onlangs bij een amateurclub geweest en dan hoor je bij F’jes en E’tjes al dat spelertjes op posities worden gezet en dat men ‘er al een verdediger’ in ziet. Dat is te vroeg, maar het 11:11 werkte dat ook in de hand. Want juist door te vroeg naar vaste posities te gaan, doen we geen recht aan de potentie die veel spelertjes hebben. Als je elke week hetzelfde trucje moet doen op dezelfde positie, ontwikkel je dan spelbegrip? Wij vinden het beter om spelers constant uit te dagen en een manier om dat te doen is ze telkens op andere posities neer te zetten. Wanneer we bij amateurclubs komen, vertellen we dat ook. Geef die jonge voetballertjes de tijd, want we hebben nog nooit iemand op zijn twaalfde al zien debuteren in het eerste elftal. Dit geldt dus ook voor ouders. Als club doe je er goed aan om met ouders op één lijn te komen en duidelijk te zijn in wat je verwacht. Op de pleintjes stonden ouders ook niet langs de kant te gillen, maar losten spelers het onderling op. Daardoor ontwikkel je initiatief nemen en een stuk brutaliteit. Daar is niks mis mee.’

Dieptespel

‘Ondanks dat je moet uitkijken voor het te vroeg selecteren op posities, kun je het 8:8 al wel in een bepaalde formatie of formaties spelen. Daarbinnen kun je dus rouleren en spelers op verschillende posities neerzetten. Het is goed om ze in een vroeg stadium kennis te laten maken met het op meerdere manieren leren voetballen, want je ziet dat dat in het hedendaagse topvoetbal ook gebeurt. Het is de hoogste tijd om het stramien van het 1:4:3:3 met de punt naar achteren wat te laten varen. Het gaat om het bespelen van ruimtes, en daar worden spelers in 8:8 beter op voorbereid. De enige kanttekening die ik nog wel wil maken is het gebrek aan diepte. Het veld bij 8:8 is best vol en kort, waardoor dieptespel vaak ontbreekt. En dat terwijl we juist willen dat spelers naar voren gaan spelen. Je kunt dit dieptespel op termijn bevorderen door met buitenspel te gaan spelen. Wij hebben daar al mee geëxperimenteerd en dat beviel goed. De KNVB is continu in gesprek met de BVO’s en monitort de situatie richting verdere optimalisatie van de wedstrijdvormen voor de meestgetalenteerden in deze leeftijdscategorieën.’

Byron Bakker is trainer van de Onder 12 bij FC Groningen

‘Met de Onder 12 spelen we nu al, op twee velden, 8:8 in de vorm van Twin Games. Over het spelen in kleinere ruimtes zijn we zelf erg enthousiast. Kinderen in deze leeftijdsgroep spelen nu met reëlere afstanden, zowel qua lopen als qua passen. De afstanden zijn logischer dan bij 11:11. Doordat er minder spelers op het veld staan, is het spel overzichtelijker voor ze. Maar doordat de bal, vanwege het kleinere veld, ook vaker in de buurt is, moeten ze vaker keuzes maken in verschillende situaties. Zowel aanvallend, als je praat over vrijlopen, passen en dribbelen, maar ook verdedigend. In het begin gaan mensen ongetwijfeld vragen welke formatie je kiest en wat je van spelers verwacht op een positie. Voor ons is het echter de kunst om niet uit te gaan van posities, maar te denken vanuit ruimtes. De richting van een positie, links of rechts, voor of achter, kan namelijk belemmerend werken voor de creativiteit van een kind. Laat spelers zelf ervaren wat de beste oplossing is. Laat ze zelf uitzoeken waar ze moeten verdedigen, gelet op de positie van de bal, medespelers en tegenstanders. Juist doordat ze daar zelf naar zoeken, leren ze het meest. ‘Het stimuleren van het herkennen’, dat is mooi in 8:8. Er is trouwens ook voor de trainer een ingrijpende verandering, heb ik gemerkt. Bij 11:11 zat ik in de dug-out, maar bij 8:8 sta ik weer langs de lijn. Dat nodigde me er wel toe uit om weer meer te communiceren met mijn spelers. Daar ligt tegelijkertijd een uitdaging, want je moet opletten dat je niet te veel voorzegt. Hoe minder wij zeggen, hoe groter de noodzaak voor de spelers om zelf met elkaar te communiceren. Het ontwikkelen van spelbegrip doen wij vooral door in elke coachopmerking een vraag op te sluiten: Waar is de ruimte? Waar kun je de bal vragen? Welke ruimte kun je verdedigen?’

Ron Stieding is Technisch Jeugdcoördinator bij Oranje Wit uit Dordrecht

‘Net als bij de veranderingen van 6:6 dit seizoen, gaat de meeste tijd in het begin zitten in de communicatie. We zijn onlangs gecertificeerd als Regionale Jeugdopleiding en hebben meer dan twaalfhonderd voetballende leden. Dan is het dus heel belangrijk dat je mensen meeneemt in het proces richting 8:8. Op de club hebben we de presentatie van de KNVB laten zien, hebben verteld hoe we zelf over voetbal denken en hebben het 8:8 al in de praktijk laten zien. Je komt er dan samen met ouders achter waar je tegenaan loopt én hoe je knelpunten oplost. Via mail en nieuwsbrieven hebben we de leden telkens geïnformeerd over de vorderingen. Wanneer je dit soort zaken volgens een doordacht plan doet en daar volhardend in bent, merk je vanzelf dat het enthousiasme van alle kanten toeneemt. De insteek van de verandering naar 8:8 is positief en zo hebben wij het ook altijd benaderd. Er gaat iets veranderen en daardoor gaan onze voetballertjes beter leren voetballen, met nog meer plezier dan voorheen. Wij hebben twee elftallen per leeftijdsgroep, en gaan werken met een selectie van twintig spelers. Daar worden beide teams uit geformeerd. Onze verwachting is dat het, net als bij het 6:6, na een tijdje normaal zal zijn dat er 8:8 gespeeld wordt. We vinden het dan ook echt passen bij deze leeftijd. Spelers gaan nu namelijk heel langzaam van ‘baas worden over de bal’ via ‘samen leren spelen’ naar ‘samen leren’. Bij 8:8 staan jongens zowel achterin als voorin, maar sprake van echte posities is er niet. Dat komt later wel in 11:11.’

Freddy Maas is trainer van jongens Onder 10 bij RKVV Dommelen

‘Het liefst had ik de veranderingen in het pupillenvoetbal vijf jaar geleden al gezien. In Nederland hebben we wat opleiden van spelers betreft altijd voorop gelopen. Inmiddels zijn we ingehaald door landen om ons heen, waar het spelen op kleinere velden en met kleinere aantallen al langer gewoon is. Ik hoop, denk en verwacht dat we door deze wijzigingen na verloop van tijd de aansluiting weer gaan vinden en echt betere voetballers krijgen. Want het inruilen van 11:11 voor 8:8 zorgt er ook voor dat er beter verdedigd gaat worden. Voor trainers is het goed dat te beseffen. De grotere spelers kunnen een bal van een grote afstand op doel schieten, dat zie je ook in 6:6 al gebeuren. Stel dat een tegenstander over zo’n speler beschikt, zul je je eigen jongens zover moeten krijgen dat ze dit inzien, korter gaan dekken en vooruit verdedigen. Je kunt niet zomaar iedereen op doel laten schieten.’ ‘Het inruilen van 11:11 voor 8:8 laat een trainer ook nadenken over de manier van voetballen. Persoonlijk ben ik een groot voorstander van een speler die centraal op het middenveld staat. In 6:6 voetballen wij in de dobbelsteen, dus twee achter en twee voor, met een speler op het middenveld. In 8:8 kun je naar 3:1:3 gaan, waardoor je in het aanvallen ook de achterhoedespelers kunt aanmoedigen mee te gaan aanvallen. Bij zo’n opstelling maken moet je het ook weer niet te vast zetten. Ik houd van rouleren, zodat spelers op meerdere posities ervaringen op doen. Zo leggen we dat ook aan de ouders uit. Sommige ouders zijn heel fanatiek in de coaching. Door ze op tijd mee te nemen in de veranderingen en te zeggen wat je van ze verwacht, ontstaat er meer duidelijkheid. Ouders moeten zich niet bemoeien met beslissingen van de scheidsrechter. Blijf positief en moedig aan, dat vindt elk kind fijn.’

Pjotr van der Marel is Coördinator Onder 10 – Onder 12 bij Sparta Rotterdam

‘Met de Onder 11 en Onder 12 spelen wij al 8:8 in een besloten profcompetitie. Dat bevalt goed, want het voetbal is een stuk dynamischer geworden ten opzichte van het 9:9 of 11:11. Onze spelers worden wekelijks enorm uitgedaagd, komen nu vaker in duels en hebben meer drang naar voren. Van de tien passes worden er bij wijze van spreken negen naar voren gespeeld en dat is wat we graag willen zien. Het 8:8 past mooi in de lijn van 6:6 naar 11:11 en is dus een mooie tussenstap. De nadruk ligt op het ontwikkelen van technische vaardigheden, echter komen er al wel enkele tactische aspecten aan bod. Zo trainen wij in algemene principes, zoals bijvoorbeeld het uitspelen van 2:1. Op zaterdag bespreken we deze getrainde principes, voordat de wedstrijd begint. Tijdens de wedstrijd is het aan de spelers om het toe te passen. De trainer staat langs de lijn, het spel is van de spelers. Immers, het 6:6 en 8:8 gaat zó snel, dat het gericht coachen op zo’n principe al heel lastig is. Tijdens de rustblokjes gaan we er wel op in en kijken we waar we spelers mee kunnen helpen, zodat het het volgende blokje beter gaat.

Dit seizoen heb ik bij een aantal amateurclubs een presentatie gegeven over mijn ervaringen met de nieuwe wedstrijdvormen. Ik heb daar onder andere verteld dat we moeten inzien, zowel bij prof- als amateurclubs, dat de rol van trainer-coach verandert. We moeten geen robots van de kinderen maken door ze vol te stoppen met opdrachten. We moeten kinderen juist ontwikkelen tot zelfstandig denkende spelers. Het 8:8 brengt ze, na het 6:6, weer een stapje verder in hun ontwikkeling. Er zijn regels, maar die kunnen door de spelers zelf goed worden nageleefd. Af en toe is er wel een duwtje, maar dat was vroeger op de straat ook het geval. Er is zelden discussie of een bal in of uit is en daar moeten de trainer-coaches (maar ook de ouders) zich zo min mogelijk druk over maken. Wel is het belangrijk dat de trainer-coaches van beide teams voorafgaand aan de wedstrijd afspraken met elkaar maken. ‘Dit zijn de regels en zien we die ook op dezelfde manier?’ Dit contact zorgt ervoor dat je samen voor ogen hebt wat het doel is van 8:8: nog beter leren voetballen met nog meer plezier.’

Gerelateerde artikelen